Menu

Filter op
content
PONT | Data&Privacy

0

ECLI:NL:RBROT:2026:9055

Huurkoopovereenkomst bedrijfsauto. Betalingsachterstand. Overeenkomst ontbonden.

Rechtbank Rotterdam 4 August 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBROT:2026:9055
text/xml
public
2026-08-04T14:29:04
2026-07-24
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Rotterdam
2026-04-24
12066235 CV EXPL 26-2352
Uitspraak
Eerste aanleg – enkelvoudig
NL
Rotterdam
Civiel recht; Verbintenissenrecht

Rechtspraak.nl

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9055
text/html
public
2026-08-04T14:28:17
2026-08-04
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBROT:2026:9055 Rechtbank Rotterdam , 24-04-2026 / 12066235 CV EXPL 26-2352

Huurkoopovereenkomst bedrijfsauto. Betalingsachterstand. Overeenkomst ontbonden.

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 12066235 CV EXPL 26-2352

datum uitspraak: 24 april 2026

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

Hiltermann Lease B.V.,

vestigingsplaats: Hoofddorp,

eiseres,

gemachtigde: mr. D.F.M. Fontaine,

tegen

[gedaagde]
, die handelt onder de naam [handelsnaam],

woonplaats: [woonplaats] ,

gedaagde,

die zelf procedeert.

De partijen worden hierna ‘Hiltermann’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

<br /> 1De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

de dagvaarding van 19 januari 2026, met bijlagen;

het schriftelijke verweer van [gedaagde] ;

de aantekeningen van het mondelinge antwoord.

1.2.

Op 31 maart 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig: de heer [persoon A] en de gemachtigde namens Hiltermann. [gedaagde] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

<br /> 2De beoordeling

Wat is de kern?

2.1.

Hiltermann heeft op grond van een huurkoopovereenkomst een bedrijfsauto (Volkswagen Polo met kenteken [kentekennummer] ) aan [gedaagde] ter beschikking gesteld. Volgens Hiltermann heeft [gedaagde] de leasetermijnen niet tijdig aan haar betaald. Hiltermann heeft [gedaagde] daarop laten weten de overeenkomst per 10 december 2025 te ontbinden. In deze procedure eist Hiltermann dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt om de auto terug te geven en om de achterstand en de toekomstige leasebedragen in één keer te betalen, met rente en kosten.

2.2.

[gedaagde] erkent dat hij een betalingsachterstand heeft laten ontstaan. Hij legt echter uit dat de gevolgen van het direct moeten inleveren van de auto en het ineens voldoen aan de openstaande schuld en bijkomende kosten voor hem ingrijpend zijn. [gedaagde] benadrukt dat hij de auto nodig heeft voor de uitvoering van zijn werkzaamheden en dat het inleveren van de auto zeer verstrekkende gevolgen voor hem zou hebben.

2.3.

De kantonrechter wijst de eis van Hiltermann toe. Hierna wordt uitgelegd waarom.

De overeenkomst is ontbonden en [gedaagde] moet de auto teruggeven

2.4.

[gedaagde] heeft toegelicht dat de betalingsachterstand niet het gevolg is van onwil, maar voortkomt uit persoonlijke omstandigheden. De kantonrechter heeft begrip voor de moeilijke situatie waarin [gedaagde] verkeert, maar dat betekent niet dat hij te laat mag betalen; deze omstandigheden komen voor zijn eigen rekening en risico. Hiltermann heeft de overeenkomst daarom terecht mogen ontbinden. Dat [gedaagde] in zijn verweer heeft gesteld het contract te willen laten doorlopen, maakt dit niet anders: nu de overeenkomst is ontbonden, is voortzetting niet meer mogelijk.

2.5.

Omdat de overeenkomst is ontbonden, moet [gedaagde] de auto teruggeven aan Hiltermann. Doet hij dat niet dan moet hij een dwangsom betalen. De kantonrechter stelt de dwangsom per dag en het maximum vast op een bedrag dat de kantonrechter redelijk vindt.

[gedaagde] moet € 22.696,40 aan hoofdsom betalen

2.6.

[gedaagde] heeft de hoogte en de verschuldigdheid van de geëiste hoofdsom niet betwist. Deze vordering wordt daarom toegewezen. [gedaagde] moet € 22.696,40 aan hoofdsom betalen.

[gedaagde] moet € 2.269,64 aan incassokosten betalen

2.7.

Hiltermann eist op grond van artikel 53 van de algemene voorwaarden een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten van 10% van de hoofdsom en daarmee een bedrag van € 2.269,64. Dit bedrag wordt toegewezen.

[gedaagde] moet rente betalen

2.8.

De contractuele rente van 1,5% per maand wordt toegewezen, omdat Hiltermann genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. Berekend tot en met 30 maart 2026 bedraagt de rente € 1.339,47.

De kantonrechter kan geen betalingsregeling vaststellen

2.9.

De kantonrechter kan geen betalingsregeling vaststellen in dit vonnis. Daarvoor moet Hiltermann namelijk toestemming geven en dat heeft Hiltermann niet gedaan (artikel 6:29 BW). [gedaagde] kan wel contact opnemen met de gemachtigde van Hiltermann om te vragen of Hiltermann alsnog een betalingsregeling wil afspreken.

[gedaagde] moet de proceskosten betalen

2.10.

[gedaagde] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van Hiltermann op € 129,54 aan dagvaardingskosten, € 1.504,- aan griffierecht, € 1.154,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 577,-) € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 2.931,54. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

2.11.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Hiltermann dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

<br /> 3De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [gedaagde] de Volkswagen Polo met kenteken [kentekennummer] binnen 48 uur nadat dit vonnis is betekend af te geven aan Hiltermann en bepaalt dat als [gedaagde] dit niet doet [gedaagde] aan Hiltermann een dwangsom moet betalen van € 400,- per dag met een maximum van € 25.000,-;

3.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan Hiltermann te betalen € 26.305,51 met de contractuele rente van 18% per jaar over € 22.696,40 vanaf 1 april 2026 tot de dag dat volledig is betaald;

3.3.

veroordeelt gedaagde in de proceskosten, die aan de kant van Hiltermann tot vandaag worden vastgesteld op € 2.931,54;

3.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.

67789

Artikel delen