Vrijspraak straatroof: onvoldoende duidelijk wel rol de verdachte heeft gehad en of die rol als medepleger is aan te merken. Wettig en overtuigend bewezen belediging van meerdere politieagenten: GB € 250,-
ECLI:NL:RBROT:2026:9406
text/xml
public
2026-07-31T16:46:24
2026-07-31
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Rotterdam
2026-02-11
10-269444-25 en 10-350441-25
Uitspraak
Eerste aanleg – meervoudig
NL
Rotterdam
Strafrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9406
text/html
public
2026-07-31T15:44:58
2026-07-31
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBROT:2026:9406 Rechtbank Rotterdam , 11-02-2026 / 10-269444-25 en 10-350441-25
Vrijspraak straatroof: onvoldoende duidelijk wel rol de verdachte heeft gehad en of die rol als medepleger is aan te merken. Wettig en overtuigend bewezen belediging van meerdere politieagenten: GB € 250,-
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummers: 10-269444-25 en 10-350441-25
Datum uitspraak: 11 februari 2026
Datum zitting: 5 februari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2003 in [geboorteplaats]
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
gedetineerd in de penitentiaire inrichting [naam PI] .
Advocaat van de verdachte: mr. E.G.S. Roethof
Officier van justitie: mr. N. van der Meij
Benadeelde partij: [benadeelde partij]
Gemachtigde van de benadeelde partij: [gemachtigde] (Slachtofferhulp Nederland)
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:
1. (10-269444-25)
hij op of omstreeks 2 oktober 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, goederen, te weten:
een contant geldbedrag van 14950,- euro en/of
een (heup)tas en/of
een telefoon
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
dreigend op die [slachtoffer] af te lopen en/of rennen en/of
(vervolgens) die [slachtoffer] van achteren vast te pakken en/of
(vervolgens) een vuurwapen, althans een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen aan die [slachtoffer] en/of deze tegen die [slachtoffer] zijn borst, althans zijn lichaam, aan te drukken en/of zetten en/of daarbij te roepen ‘Geef me die buiktasje, geef me die buiktasje’ en/of ‘wat heb je meer, wat heb je meer?’.
(10-350441-25)
hij op of omstreeks 29 augustus 2025 te Rotterdam opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant 1] (hoofdagent bij de Eenheid Rotterdam) en/of [verbalisant 2] (brigadier bij de Eenheid Rotterdam) en/of [verbalisant 3] (hoofdagent bij de Eenheid Rotterdam), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar/hen de woorden toe te voegen: ‘kanker sukkels’, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor de feiten. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak
Het onder 1 tenlastegelegd feit is niet bewezen. De aangever is op straat een groot geldbedrag afhandig gemaakt dat hem kort daarvoor door de medeverdachte [medeverdachte] was overhandigd. De verdachte en de medeverdachte hebben kort voor deze straatroof een chatgesprek dat qua inhoud past op de feiten en omstandigheden rond die straatroof. In het chatgesprek zitten aanwijzingen dat de verdachte wetenschap had van en mogelijk enige betrokkenheid had bij de straatroof. Daar blijft het echter bij. Enige ander bewijsbron biedt het dossier voor de betrokkenheid van de verdachte niet.
Bij die stand van zaken blijft onvoldoende duidelijk welke rol de verdachte bij de straatroof heeft gehad en of die rol als medepleger is aan te merken. Uit de enkele aanwijzingen in de chat komt de voor het medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachten onvoldoende uit de verf. De verdachte zal worden vrijgesproken van het hem onder 1 tenlastegelegde.
Bewezenverklaring
Bewezen is dat
hij op 29 augustus 2025 te Rotterdam opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant 1] (hoofdagent bij de Eenheid Rotterdam) en [verbalisant 2] (brigadier bij de Eenheid Rotterdam) en [verbalisant 3] (hoofdagent bij de Eenheid Rotterdam), ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hen de woorden toe te voegen: ‘kanker sukkels’.
Bewijsmotivering
De bewezenverklaring is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van het bewijsmiddel.
Proces-verbaal van de politie
Op 9 augustus 2025 hielden wij, een voertuigcontrole. De bestuurder van het voertuig betrof [verdachte] . Nadat hij uitgestapt was hoorden wij richting ons kanker
sukkels zeggen.
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor beide feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden, zoals geformuleerd in het vroeghulprapport.
Standpunt van de verdediging
Voor het tweede feit vindt de raadsman toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht passend of anders een taakstraf.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belediging van meerdere politieagenten door hen kankersukkels te noemen, terwijl zij hun werk uitoefenden. De verdachte was al meerdere keren gewaarschuwd. Dit is een ergerlijk en vervelend feit. Politieagenten moeten hun werk op een veilige manier kunnen doen, zonder te worden geconfronteerd met verbaal agressieve personen die hen beledigen.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 6 januari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Straf
Omdat de rechtbank tot bewezenverklaring van maar één in plaats van twee feiten komt, komt de rechtbank tot een lagere strafoplegging dan geëist. Gelet op de aard en ernst van het strafbare feit en de draagkracht van de verdachte legt de rechtbank een geldboete van€ 250,- op.
Vordering [benadeelde partij]
heeft als benadeelde partij voor feit 1 als vergoeding € 17.434,88 (materiële schade € 15.284,33 (€ 14.950,- aan geld en € 334,33 voor Samsung telefoon) en € 2.150,- als vergoeding voor immateriële schade) gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.
De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering, omdat de verdachte wordt vrijgesproken.
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 1 (10-269444-25) heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte feit 2 (10-350441-25) zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Geldboete
veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 250,-;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de geldboete volgens de maatstaf van € 50,- per dag, zodat er bedrag van € 0,- (nihil) overblijft;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van vandaag;
Vordering benadeelde partij
verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering (feit 1).
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.H. Janssen, voorzitter,
en mrs. A.S. Flikweert en L.F.M. Venderbos, rechters,
in tegenwoordigheid van C.A. van den Houwen, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 11 februari 2026.
Mrs. Flikweert en Venderbos en Mw. houwen zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
pagina 10 e.v. van [proces-verbaalnummer] .