Jeugdstrafrecht. Veroordeling voor afpersing en diefstal met geweld in vereniging. Toekenning schadevergoeding. Oplegging van een deels voorwaardelijke jeugddetentie met een proeftijd van twee jaren en bijzondere voorwaarden. Toewijzing verzoek tenuitvoerlegging.
ECLI:NL:RBROT:2026:9515
text/xml
public
2026-08-03T14:56:42
2026-08-03
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Rotterdam
2026-05-13
10-364699-24 en 10-167802-25 (gevoegd t.t.z.), TUL VV: 10-337183-23
Uitspraak
Eerste aanleg – meervoudig
NL
Rotterdam
Strafrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9515
text/html
public
2026-08-03T14:51:45
2026-08-03
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBROT:2026:9515 Rechtbank Rotterdam , 13-05-2026 / 10-364699-24 en 10-167802-25 (gevoegd t.t.z.), TUL VV: 10-337183-23
Jeugdstrafrecht. Veroordeling voor afpersing en diefstal met geweld in vereniging. Toekenning schadevergoeding. Oplegging van een deels voorwaardelijke jeugddetentie met een proeftijd van twee jaren en bijzondere voorwaarden. Toewijzing verzoek tenuitvoerlegging.
Team Jeugd
Parketnummers: 10-364699-24 en 10-167802-25 (gevoegd t.t.z.)
Parketnummer vordering TUL VV: 10-337183-23
Datum uitspraak: 13 mei 2026
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 2009,
ingeschreven in de basisregistratie personen (en verblijvende) op het adres:
[adres] , [postcode] te [woonplaats] ,
raadsvrouw mr. R.G.M. Rijkhoff, advocaat te Amsterdam.
Feit 1 is ten laste gelegd onder parketnummer 10-364699-24. Feit 2 is ten laste gelegd onder parketnummer 10-167802-25. Voor de leesbaarheid van dit vonnis zijn de feiten doorgenummerd als feit 1 en 2. De volledige tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
bewezenverklaring van feit 1 en 2;
veroordeling van de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 120 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 63 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, met daarbij de door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) geadviseerde bijzondere voorwaarden en daarnaast contactverboden met de medeverdachten;
met opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: JBRR) tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
4.1.
Bewijswaardering feit 1
4.1.1.
Standpunt verdediging
De verdediging stelt zich op het standpunt dat de verdachte moet worden vrijgesproken. Daartoe is aangevoerd dat de verdachte geen intellectuele en/of materiële bijdrage heeft geleverd aan de afpersing. De medeverdachten hebben de telefoon en pinpas van de aangever afgenomen. De verdachte zat slechts achterop de scooter. Op basis van de verklaring van aangever kan onvoldoende worden vastgesteld wie wat deed. Bovendien kan de aangever geen duidelijke omschrijving geven van de verdachten.
4.1.2.
Beoordeling en conclusie
Anders dan de verdediging, acht de rechtbank, op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen opgenomen in bijlage II, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte feit 1 heeft gepleegd. De rechtbank volstaat hier met verwijzing naar de inhoud van die bewijsmiddelen. Het verweer van de verdediging wordt verworpen.
4.2.
Bewijswaardering feit 2
4.2.1.
Standpunt verdediging
De verdediging bepleit vrijspraak van feit 2. Uit de aangifte volgt niet of er een intellectuele en/of materiële bijdrage is geleverd door de verdachte en of hij aanwezig is geweest bij de diefstal. Daarnaast droeg de verdachte op de dag van de diefstal opvallende kleding, te weten een zwarte trainingsbroek met grijze details, zwarte schoenen van het merk New Balance en een zwarte Gucci pet. Hier wordt door de aangever niets over gezegd bij de omschrijving van de verdachten. Voorts stelt de verdediging dat de herkenning van de verdachte door aangever niet mag worden gebezigd voor het bewijs nu de fotoconfrontatie niet is verlopen volgens de regels van het Besluit toepassing maatregelen in het belang van het onderzoek en de Handleiding confrontatie.
4.2.2.
Beoordeling en conclusie
Onder verwijzing naar de bewijsmiddelen die zijn uitgewerkt in bijlage II, overweegt de rechtbank over feit 2 het volgende.
Op de zitting heeft de verdachte verklaard dat hij niets te maken heeft gehad met de diefstal en hij het kastje in zijn zak dat afkomstig is van de fatbike vlak voor zijn aanhouding heeft gekregen van andere jongens, met de opdracht dit mee te nemen en weg te gooien. De jongens kwamen volgens de verdachte dreigend over. De rechtbank stelt vast dat uit de verklaring van de verbalisanten en de getuige niet volgt dat er in het straatje achter de poort andere personen aanwezig waren dan de verdachte en de medeverdachte. Gelet op dat ook anderszins niet is gebleken van andere jongens ter plaatse in combinatie met het korte tijdsverloop tussen de diefstal, het volgen van de locatie van het kastje en het aantreffen van de verdachte met het kastje, is het standpunt van de verdachte niet aannemelijk geworden.
Aangezien de rechtbank de herkenning niet voor de bewezenverklaring gebruikt, zal het verweer van de verdachte op dit punt onbesproken blijven.
Anders dan de verdediging, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte feit 2 heeft gepleegd.
4.3.
Bewezenverklaring
De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:
Parketnummer 10-364699-24
hij op of omstreeks 11 november 2024 te Rotterdam
op/aan de openbare weg, te weten de Van Brienenoord,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een pinpas (met bijbehorende
pincode) en/of een telefoon, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten
dele aan die [slachtoffer 1] en/of een derde toebehoorde(n)
door
– die [slachtoffer 1] in te halen en/of (vervolgens) zijn weg/doorgang te blokkeren en/of
– die [slachtoffer 1] een (vuur)wapen, althans een op een vuurwapengelijkend voorwerp,
te tonen en/of
– de woorden ‘Geef me je pinpas’ en/of ‘Schiet op anders schiet ik’, althans woorden
van gelijke dreigende aard en/of strekking te roepen/zeggen tegen die [slachtoffer 1]
en/of
– een (vuur)wapen, althans een op een vuurwapengelijkend voorwerp, tegen het
gezicht van die [slachtoffer 1] aan te zetten/te duwen en/of
– de woorden ‘Geef me je pincode’, althans woorden van gelijke dreigende aard
en/of strekking te roepen/zeggen tegen die [slachtoffer 1] en/of
– die [slachtoffer 1] op/tegen het hoofd te slaan en/of te stompen en/of
– de woorden ‘Wel de echte pincode anders kom ik terug en schiet ik je dood’
althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking te roepen/zeggen tegen
die [slachtoffer 1] , terwijl een (vuur)wapen, althans een op een vuurwapengelijkend
voorwerp, op die [slachtoffer 1] werd gericht en/of
– de woorden ‘Ook nog je portemonnee’ en/of ‘En je telefoon’, althans woorden van
gelijke aard/strekking, te roepen/zeggen tegen die [slachtoffer 1] en/of
– een foto van die [slachtoffer 1] te maken;
Parketnummer 10-167802-25
hij op of omstreeks 31 mei 2025 te Barendrecht
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een fatbike, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk
geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal
voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan
zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,
hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
– zich (dreigend) aan die [slachtoffer 2] op te dringen en/of
– die [slachtoffer 2] van zijn fatbike af te trekken en/of
– die [slachtoffer 2] (dreigend) de woorden toe te voegen: “laat me niet iets trekken”.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Parketnummer 10-364699-24
Afpersing terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en door twee of meer verenigde personen
Parketnummer 10-167802-25
Diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.
7.1.
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feiten waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft zich op vijftien- en zestienjarige leeftijd binnen een tijdsbestek van zeven maanden schuldig gemaakt aan twee strafbare feiten.
Allereerst heeft de verdachte op 11 november 2024 samen met anderen slachtoffer [slachtoffer 1] afgeperst. Het slachtoffer werd onder bedreiging van een vuurwapen gesommeerd zijn telefoon en pinpas met bijbehorende pincode af te geven. Vervolgens heeft de verdachte op 31 mei 2025 samen met anderen slachtoffer [slachtoffer 2] van zijn fatbike beroofd.
Met zijn handelen heeft de verdachte de slachtoffers angst aangejaagd en geen enkel respect getoond voor andermans eigendommen. Dergelijk intimiderend en gewelddadig gedrag versterkt de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. Slachtoffers van dergelijke feiten kunnen nog gedurende langere tijd psychische gevolgen van de gebeurtenis ondervinden. De verdachte heeft hier kennelijk niet, dan wel te weinig, bij stilgestaan.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De rechtbank heeft gekeken naar een uittreksel uit de justitiële documentatie van 23 april 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
7.3.2.
Rapportage en verklaring van deskundige op de terechtzitting
De Raad heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 14 april 2026. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
Uit het onderzoek van de Raad komen zowel beschermende factoren als risicofactoren naar voren. Het recidiverisico komt uit op de midden score. Er zijn zorgen binnen de domeinen school, relaties, vrije tijd, houding en vaardigheden. De zorgen hangen deels samen met het feit dat er beperkt zicht is op de verdachte. Belangrijk is dat de verdachte de consequenties van zijn gedrag ervaart. De Raad adviseert om aan de verdachte een voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, met als bijzondere voorwaarden onder meer dat de verdachte naar school moet gaan volgens het rooster, meewerkt aan het vinden en behouden van positieve vrijetijdsbesteding en de meldplicht. Daarnaast adviseert de Raad een onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf.
De jeugdreclassering, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger] , heeft ter zitting toegelicht dat de jeugdreclassering het rapport van de Raad ondersteunt. Het gaat momenteel goed met de verdachte. Hij heeft binnen het gezin een moeilijke periode achter de rug. Vanuit school komen positieve geluiden. Wel is aanwezigheid nog een punt van aandacht. Hoe de verdachte daarin kan worden ondersteund, is voor de deskundigen lastig te bepalen. Er is al heel veel geprobeerd. Het traject met de jongerencoach is positief afgerond, ondanks dat de verdachte niet altijd openheid van zaken heeft willen geven over zijn vriendengroep. Binnen het gezin is ook MDFT gestart, maar dit is uiteindelijk op initiatief van de ouders gestopt.
De rechtbank heeft acht geslagen op het rapport en wat ter terechtzitting door de jeugdreclassering naar voren is gebracht.
7.4.
Conclusies van de rechtbank
Straf
Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.
Net als de officier van justitie acht de rechtbank een onvoorwaardelijke jeugddetentie die de duur van het voorarrest overstijgt niet wenselijk. Dit is niet in het belang van een gunstige ontwikkeling van de verdachte. Ondanks de ernst van de feiten wordt er daarom geen langere onvoorwaardelijke jeugddetentie opgelegd. Mede gelet op de rapportages, waarin een (deels) voorwaardelijke straf wordt geadviseerd, zal de rechtbank, naast de onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan het reeds ondergane voorarrest, een voorwaardelijk deel van de hierna te melden duur opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Deze voorwaardelijke straf dient er ook toe de verdachte ervan te weerhouden om in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
De straf en het toezicht op de verdachte in de komende twee jaar bieden naar het oordeel van de rechtbank de beste kans om herhaling te voorkomen en de ontwikkeling van de verdachte bij te sturen. Daarnaast heeft de vader van de verdachte aangegeven dat er meer regels zijn voor de verdachte en zij hier binnen het gezin veel aandacht aan besteden.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.
8.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel dient te worden toegewezen.
8.2.
Standpunt verdediging
De raadsvrouw heeft primair bepleit de vordering af te wijzen gelet op de verzochte vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsvrouw, bij een veroordeling, verzocht om de immateriële schade te matigen. Door de benadeelde partij is onvoldoende onderbouwd welk letsel is opgelopen en deze zaak sluit niet aan bij de door de benadeelde partij aangehaalde jurisprudentie.
8.3.
Beoordeling
Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde feit 2 rechtstreeks materiële schade is toegebracht en de gevorderde schadevergoeding door de verdachte niet is weersproken, zal dit deel van de vordering worden toegewezen. Daarnaast is ook vast komen te staan dat aan de benadeelde partij door dit feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De aard en de ernst van het feit brengen mee dat de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde partij zo voor de hand liggen dat aantasting in de persoon aannemelijk is. Dit deel van de gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, waardoor de vordering ook voor dit deel zal worden toegewezen.
Hoofdelijk aansprakelijk
Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij betalen, is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.
Wettelijke rente
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 11 november 2024.
Proceskosten
Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
8.4.
Conclusie
De verdachte moet de benadeelde partij [benadeelde partij] een schadevergoeding betalen van € 2.400,- vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
9.1.
Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd
Bij vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam (parketnummer 13-337183-23) is de verdachte ter zake van medeplegen van poging tot het opzettelijk een ontploffing te weeg brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor een ander te duchten is en medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, onderdeel 7, veroordeeld voor zover van belang tot een jeugddetentie van 60 dagen, waarvan een gedeelte groot 44 dagen, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De proeftijd is ingegaan op 12 juli 2024.
9.2.
Standpunt officier van justitie en standpunt verdediging
De officier van justitie heeft gevorderd de vordering tenuitvoerlegging toe te wijzen en de jeugddetentie om te zetten in een taakstraf. De verdediging heeft afwijzing bepleit gelet op de bepleite vrijspraak.
9.3.
Beoordeling
De hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.
In beginsel kan daarom de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. Gelet op de voorzichtig positieve ontwikkelingen op school, acht de rechtbank het niet wenselijk om een jeugddetentie te gelasten. In plaats daarvan zal de rechtbank een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 88 (achtentachtig) uren te gelasten.
verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten, onder parketnummers 10-364699-24 en 10-167802-25, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat deze jeugddetentie groot 63 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op twee jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
– zich gedurende een door Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond te bepalen periode (die
loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen
tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat
noodzakelijk acht;
– gedurende de proeftijd (volgens rooster) onderwijs zal volgen;
– zich inzet voor het vinden en behouden van vrijetijdsbesteding (werk en/of sport);
– gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [persoon A] (geboren op [geboortedatum 2] 2008 in [geboorteplaats 2] ), [persoon B] (geboren op [geboortedatum 3] 2020 in [geboorteplaats 3] ) en [persoon C] (geboren op [geboortedatum 4] 2008 in [geboorteplaats 4] );
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden
– de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugd/reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugd/reclassering zo vaak en zo lang als de jeugd/reclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [benadeelde partij] , te betalen een bedrag van € 2.400,- (zegge: tweeduizend vierhonderd euro), bestaande uit € 400,- aan materiële schade en € 2.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 11 november 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededaders van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, aan salaris voor de advocaat en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte, hoofdelijk samen met zijn mededaders, de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 2.400,- (hoofdsom, zegge: tweeduizend vierhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 november 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
gelast de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk gedeelte, groot 44 dagen, van de bij vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam aan de veroordeelde opgelegde jeugddetentie;
legt – in plaats van de gevorderde last tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie – aan de veroordeelde een taakstraf, bestaande uit een werkstraf op voor de duur van 88 (achtentachtig) uren, met bevel dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 44 dagen.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. A. Boer, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. E.M. Rocha en S. Putting, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. van Cortenberghe – van Dam, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 mei 2026.
Bijlage I
Tekst tenlasteleggingen
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat:
Feit 1 (parketnummer 10-364699-24)
hij op of omstreeks 11 november 2024 te Rotterdam
op/aan de openbare weg, te weten de Van Brienenoord,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een pinpas (met bijbehorende
pincode) en/of een telefoon, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten
dele aan die [slachtoffer 1] en/of een derde toebehoorde(n)
door
– die [slachtoffer 1] in te halen en/of (vervolgens) zijn weg/doorgang te blokkeren en/of
– die [slachtoffer 1] een (vuur)wapen, althans een op een vuurwapengelijkend voorwerp,
te tonen en/of
– de woorden ‘Geef me je pinpas’ en/of ‘Schiet op anders schiet ik’, althans woorden
van gelijke dreigende aard en/of strekking te roepen/zeggen tegen die [slachtoffer 1]
en/of
– een (vuur)wapen, althans een op een vuurwapengelijkend voorwerp, tegen het
gezicht van die [slachtoffer 1] aan te zetten/te duwen en/of
– de woorden ‘Geef me je pincode’, althans woorden van gelijke dreigende aard
en/of strekking te roepen/zeggen tegen die [slachtoffer 1] en/of
– die [slachtoffer 1] op/tegen het hoofd te slaan en/of te stompen en/of
– de woorden ‘Wel de echte pincode anders kom ik terug en schiet ik je dood’
althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking te roepen/zeggen tegen
die [slachtoffer 1] , terwijl een (vuur)wapen, althans een op een vuurwapengelijkend
voorwerp, op die [slachtoffer 1] werd gericht en/of
– de woorden ‘Ook nog je portemonnee’ en/of ‘En je telefoon’, althans woorden van
gelijke aard/strekking, te roepen/zeggen tegen die [slachtoffer 1] en/of
– een foto van die [slachtoffer 1] te maken;
Feit 2 (parketnummer 10-167802-25)
hij op of omstreeks 31 mei 2025 te Barendrecht
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een fatbike, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk
geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal
voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan
zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,
hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
– zich (dreigend) aan die [slachtoffer 2] op te dringen en/of
– die [slachtoffer 2] van zijn fatbike af te trekken en/of
– die [slachtoffer 2] (dreigend) de woorden toe te voegen: “laat me niet iets trekken”;