Menu

Filter op
content
PONT Data&Privacy

0

ECLI:NL:RBZWB:2026:3950

ZM voor 6 maanden terwijl betrokkene al weken spoorloos is en mogelijk in het buitenland

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 3 June 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBZWB:2026:3950
text/xml
public
2026-06-03T15:00:53
2026-05-11
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-04-10
C/02/446613 / FA RK 26-1648
Uitspraak
Rekestprocedure
NL
Middelburg
Civiel recht; Personen- en familierecht

Rechtspraak.nl

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3950
text/html
public
2026-06-02T10:47:42
2026-06-03
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBZWB:2026:3950 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 10-04-2026 / C/02/446613 / FA RK 26-1648

ZM voor 6 maanden terwijl betrokkene al weken spoorloos is en mogelijk in het buitenland

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/446613 / FA RK 26-1648

Datum uitspraak: 10 april 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene]
,

geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [woonplaats] ,

advocaat mr. S.J. Nijssen uit Goes.

<br /> 1Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

– het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 31 maart 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 april 2026. Daarbij waren aanwezig:

– de advocaat van betrokkene, mr. Nijssen;

– een collega van mr. Nijssen;

– de heer [persoon 1] , psychiater, behandelaar;

– mevrouw [persoon 2] , de mentor van betrokkene.

1.3.

Uit artikel 6:1 Wvggz volgt dat de rechter betrokkene hoort na ontvangst van het verzoekschrift voor het verlenen van een zorgmachtiging, tenzij de rechter vaststelt dat betrokkene niet in staat is of niet bereid is zich te doen horen. Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken is het de rechtbank gebleken dat betrokkene op 10 maart 2026 is weggelopen bij [zorgorganisatie] en dat hij sindsdien vermist is. Er is, ter voorbereiding van deze zitting, op meerdere momenten en op verschillende wijzen getracht in contact te komen met betrokkene. Dit is echter niet gelukt. De rechtbank stelt dan ook vast dat betrokkene niet bereid is om de zitting bij te wonen ten einde in gesprek te gaan met de rechter over het voorliggende verzoek. De rechtbank heeft hierop besloten de procedure voort te zetten, buiten de aanwezigheid van betrokkene.

<br /> 2Wat vaststaat

2.1.

De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 22 april 2026.

2.2.

Voor betrokkene is mentorschap ingesteld.

<br /> 3Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

<br /> 4De standpunten

4.1.

De behandelaar licht tijdens de zitting toe dat betrokkene enkele weken geleden [zorgorganisatie] is ontvlucht en dat hij sindsdien vermist is. In het verleden is betrokkene na een periode van vermissing onder erbarmelijke omstandigheden in België aangetroffen. Volgens de behandelaar is het noodzakelijk om, ter voorkoming van verder ernstig nadeel, snel te kunnen handelen zodra betrokkene wordt aangetroffen. De behandelaar acht hiervoor de zorgmachtiging noodzakelijk.

4.2.

De advocaat van betrokkene stelt dat hij niet in staat is om namens betrokkene een standpunt in te nemen. De advocaat is er niet in geslaagd om in contact te komen met betrokkene. De advocaat weet dus niet wat betrokkene van het voorliggende verzoek vindt en of hij wenst aanwezig te zijn bij de zitting. Indien de rechtbank besluit de zitting aan te houden, acht de advocaat de kans groot dat betrokkene wederom niet ter zitting zal verschijnen.

4.3.

De mentor geeft tijdens de zitting aan dat zij de situatie van betrokkene zeer zorgelijk vindt. De mentor staat achter de zorgmachtiging nu de machtiging dient als houvast.

<br /> 5De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden onder aanhouding van het restant. Indien betrokkene gedurende deze periode wordt aangetroffen en opgenomen, dient dit door [zorgorganisatie] aan de rechtbank te worden meegedeeld zodat een nieuwe zitting kan worden bepaald. In dat geval dient betrokkene namelijk in de gelegenheid te worden gesteld om gehoord te worden. De rechtbank legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Bij betrokkene is namelijk sprake van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, middelgerelateerde en verslavingsstoornissen en andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn.

5.3.

Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

– ernstig lichamelijk letsel;

– ernstige psychische schade;

ernstige materiële schade;

ernstige verwaarlozing;

– maatschappelijke teloorgang;

– bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;

– het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;

– gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

5.4.

De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene vanuit zijn psychotische belevingen, veelal geluxeerd door middelengebruik, dreigend en agressief gedrag vertoont richting derden, waaronder zorgverleners en medepatiënten. Er hebben meerdere geweldsincidenten plaatsgevonden waarbij tussenkomst van de politie noodzakelijk is geweest. Verder is er sprake van ernstige zelfverwaarlozing en verwaarlozing van de leefomgeving van betrokkene. Betrokkene is bekend met zwerfgedrag. In 2022 is betrokkene onder erbarmelijke omstandigheden in de bossen in België aangetroffen, alwaar hij 5 maanden heeft rondgezworven. Betrokkene wordt sinds 10 maart 2026 vermist nadat hij gedurende zijn opname de afdeling is ontvlucht.

5.5.

Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid te stabiliseren en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.

5.6.

Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Het ontbreekt betrokkene aan ziektebesef en ziekte-inzicht. Betrokkene is bekend met zorgmijdend gedrag en medicatieontrouw. Op dit moment heeft betrokkene zich sinds 10 maart 2026 onttrokken aan de zorg en aan contact met onder meer de mentor. Daarom is verplichte zorg nodig.

5.7.

De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

– het toedienen van medicatie;

– het verrichten van medische controles;

– het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

– het beperken van de bewegingsvrijheid;

– onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

– controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

– aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

– opnemen in een accommodatie.

5.8.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

<br /> 6De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 oktober 2026; het restant van het verzoek wordt aangehouden;

6.3.

bepaalt dat, indien betrokkene in de periode van heden tot en met 10 april 2027 gevonden wordt, er voor voorliggend verzoek een nieuwe zitting dient te worden bepaald.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. De Keijzer, griffier en op schrift gesteld op 24 april 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Artikel delen