Parkeerbelasting, procesbelang, beroep niet-ontvankelijk.
ECLI:NL:RBZWB:2026:4353
text/xml
public
2026-05-28T09:00:38
2026-05-20
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-05-20
BRE 26/744
Uitspraak
Eerste aanleg – enkelvoudig
NL
Breda
Bestuursrecht; Belastingrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:4353
text/html
public
2026-05-27T16:23:11
2026-05-28
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBZWB:2026:4353 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 20-05-2026 / BRE 26/744
Parkeerbelasting, procesbelang, beroep niet-ontvankelijk.
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 26/744
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 20 mei 2026 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende
en
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 30 december 2025.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft een naheffingsaanslag parkeerbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer] opgelegd.
1.2.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de naheffingsaanslag gehandhaafd.
1.3.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Belanghebbende heeft vervolgens nog een aanvullend stuk ingediend.
1.4.
Partijen hebben de rechtbank laten weten dat zij een zitting niet nodig vinden. De rechtbank heeft het onderzoek op 16 april 2026 gesloten.
2. Belanghebbende heeft op 5 april 2025 een auto met kenteken [kenteken] geparkeerd aan de [straat] te [plaats] . Tijdens een controle omstreeks 15.34 uur is door middel van een scanauto geconstateerd dat voor de auto geen parkeerbelasting was voldaan.
2.1.
Naar aanleiding van de constatering dat geen parkeerbelasting was voldaan, is aan belanghebbende een naheffingsaanslag opgelegd van € 49,93 bestaande uit een bedrag aan belasting van € 1,00 en € 48,93 aan kosten van naheffingsaanslag.
3. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of belanghebbende voldoende procesbelang heeft bij het door haar ingestelde beroep.
3.1.
Voor het antwoord op de vraag of een betrokkene voldoende procesbelang heeft, is volgens vaste rechtspraak bepalend of het resultaat dat de indiener van een beroepschrift nastreeft ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijke betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van (voldoende) procesbelang.
3.2.
De rechtbank is van oordeel dat, nu belanghebbende blijkens haar brief van 9 maart 2026, de aan haar opgelegde aanslag niet langer betwist, zij geen belang meer heeft bij een oordeel van de rechtbank over de uitspraak op bezwaar van 30 december 2025. Het beroep van belanghebbende is daarom niet-ontvankelijk.
3.3.
Belanghebbende heeft gesteld dat de heffingsambtenaar is gehouden om het griffierecht in beroep te vergoeden. Voor zover belanghebbende meent dat zij hierom een procesbelang heeft, overweegt de rechtbank dat de enkele wens tot vergoeding van het griffierecht in de rechterlijke fase in beroep geen zelfstandig procesbelang oplevert (vgl. onder meer de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 28 mei 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:2063).
4. Gelet op het vorenstaande is het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van A.S. Kanavan, griffier.
griffier
rechter
De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechatspraak.nl. De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ‘s-Hertogenbosch.