Menu

Filter op
content
PONT | Data&Privacy

0

ECLI:NL:RBZWB:2026:6168

Beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. Mondelinge uitspraak.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 27 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBZWB:2026:6168
text/xml
public
2026-07-27T17:00:23
2026-07-09
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-07-08
26/355 PW
Uitspraak
Eerste aanleg – enkelvoudig
Mondelinge uitspraak
Proces-verbaal
NL
Breda
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht

Rechtspraak.nl

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6168
text/html
public
2026-07-23T11:23:39
2026-07-27
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBZWB:2026:6168 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 08-07-2026 / 26/355 PW

Beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. Mondelinge uitspraak.


RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 26/355 PW

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juli 2026 in de zaak tussen

</p> <p> [eiser] , uit [plaats] , eiser,

(gemachtigde: mr. M.L.M. Klinkhamer),

en

het dagelijks bestuur van de Uitvoeringsorganisatie Baanbrekers (Baanbrekers), verweerder.

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de weigering hem te ontheffen van de arbeidsverplichting.

1.1.

Met het bestreden besluit van 4 december 2025 op het bezwaar van eiser is Baanbrekers bij dat besluit gebleven.

1.2.

Baanbrekers heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.3.

De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen op 8 juli 2026 op zitting behandeld, tegelijk met een andere zaak tussen partijen met zaaknummer 26/356. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, zijn gemachtigde en namens Baanbrekers mr. Y. Dogan.

1.4.

Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Procesbelang

2. Volgens vaste rechtspraak is sprake van (voldoende) procesbelang als het resultaat dat de indiener van een beroepschrift met het indienen van beroep nastreeft, daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben.

2.1.

Ter zitting is gebleken dat de discussie gaat over een afgesloten periode in het verleden. Inmiddels is er overeenstemming tussen eiser en Baanbrekers over zijn arbeids-verplichtingen. De rechtbank ziet niet in welk feitelijk belang eiser op dit moment nog heeft bij een oordeel over zijn arbeidsverplichtingen in een afgesloten periode in het verleden.

2.2.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat eiser geen actueel en reëel belang heeft bij een inhoudelijk beoordeling van het beroep.

3. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaak dus niet inhoudelijk. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

De rechtbank verklaart beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2026 door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M.E. Strijbos, griffier.

griffier

rechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:



Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.

Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 15 oktober 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1967.

Artikel delen