De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV terecht de WIA-uitkering van eiseres heeft beëindigd per 22 januari 2025. Het beroep is dus ongegrond.
ECLI:NL:RBZWB:2026:6786
text/xml
public
2026-08-03T08:00:24
2026-07-23
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-07-23
BRE 25/1491 WIA
Uitspraak
Eerste aanleg – enkelvoudig
NL
Breda
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6786
text/html
public
2026-07-30T09:03:31
2026-08-03
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBZWB:2026:6786 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 23-07-2026 / BRE 25/1491 WIA
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV terecht de WIA-uitkering van eiseres heeft beëindigd per 22 januari 2025. Het beroep is dus ongegrond.
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/1491 WIA
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juli 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. G.A.R. Wieleman),
en
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: mr. H.J.J. Verhoeven).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de beëindiging van de uitkering die eiseres ontving op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV terecht de WIA-uitkering van eiseres heeft beëindigd per 22 januari 2025. Het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak, met daarbij de feiten en omstandigheden die van belang zijn. Onder 3 tot en met 5 zijn de grondslag van het besluit, het wettelijk kader en het toetsingskader opgenomen. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 6. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.
1.3.
De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.
Primaire fase
2.1.
Eiseres was werkzaam als algemeen medewerkster schoonmaak bij [bedrijf] B.V. voor 23 uur per week. Voor dat werk is zij uitgevallen op 23 oktober 2018 wegens belemmerende gezondheidsklachten. Eiseres heeft in juli 2020 een WIA-uitkering aangevraagd bij het UWV.
2.2.
Met een besluit van 3 september 2020 heeft het UWV eiseres laten weten dat zij geen WIA-uitkering kon krijgen per 20 oktober 2020, omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Eiseres was het niet eens met dit besluit en heeft daartegen bezwaar gemaakt. Met een besluit van 18 mei 2021 heeft het UWV het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 3 september 2020 ongegrond verklaard.
2.3.
Eiseres heeft in de tussenliggende periode een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) ontvangen van het UWV. Met een besluit van 30 juni 2022 heeft het UWV eiseres laten weten dat zij vanaf 5 juli 2022 weer arbeidsgeschikt werd geacht voor haar eigen werk en dus geen recht meer had op een ZW-uitkering vanaf die datum.
2.4.
Na herbeoordeling op basis van nieuw ontvangen informatie heeft het UWV eiseres met een besluit van 27 juli 2023 laten weten dat haar bezwaar tegen het besluit van 3 september 2020 alsnog gegrond is en dat zij met ingang van 21 oktober 2020 tot en met 20 oktober 2022 recht heeft op een loongerelateerde WGA-uitkering. Nadat deze rechtbank het beroep tegen de besluiten van 18 mei 2021 en 27 juli 2023 ongegrond verklaarde, heeft de CRvB de uitspraak van de rechtbank vernietigd, het beroep tegen het besluit van 18 mei 2021 gegrond verklaard en dit besluit vernietigd én het beroep tegen het besluit van 27 juli 2023 ongegrond verklaard.
2.5.
Met een besluit van 2 augustus 2023 (primair besluit) heeft het UWV eiseres laten weten dat haar loongerelateerde WGA-uitkering vanaf 21 oktober 2022 is veranderd in een WGA-vervolguitkering en dat hierdoor de hoogte van haar uitkering lager is geworden.
Bezwaarfase
2.6.
Eiseres heeft bij het UWV bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Dit bezwaar heeft het UWV met een besluit van 21 januari 2025 (bestreden besluit) ongegrond verklaard, omdat eiseres per 21 oktober 2022 minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt geacht. De WIA-uitkering is daarom met ingang van 22 januari 2025 beëindigd.
Beroepsfase
2.8.
Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en heeft daartegen bij deze rechtbank beroep ingesteld.
2.9.
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.10.
Eiseres heeft op 11 november 2025 de rechtbank verzocht om aanhouding van het beroep. De rechtbank heeft dit verzoek met een brief van 17 november 2025 toegewezen.
2.11.
Eiseres heeft vervolgens aanvullende beroepsgronden overgelegd aan de rechtbank. Het UWV heeft hierop gereageerd met een aanvullend verweerschrift van 4 maart 2026, met als bijlagen aanvullende rapportages van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) van 19 februari 2026 en de arbeidsdeskundige b&b van 3 maart 2026.
2.12.
Eiseres heeft op 10 juni 2026 aanvullende beroepsgronden overgelegd aan de rechtbank. Het UWV heeft op 11 juni 2026, voorafgaand aan de zitting, hierop gereageerd met een nadere rapportage van de arbeidsdeskundige b&b van 11 juni 2026.
2.13.
De rechtbank heeft het beroep op 11 juni 2026 in Breda op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar gemachtigde en namens het UWV mr. H.J.J. Verhoeven.
Grondslag bestreden besluit
3. Het UWV heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
Wettelijk kader
4. De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Toetsingskader
5. Bij de beoordeling of het bestreden besluit juist is, is van belang of eiseres medische beperkingen heeft en of zij daardoor geheel of gedeeltelijk niet meer in staat is met arbeid inkomsten te verwerven.
Zijn de beperkingen juist vastgesteld?
6.1.
Het bestreden besluit is, voor zover dit ziet op de medische beoordeling, gebaseerd op rapporten van een verzekeringsarts en een verzekeringsarts b&b van het UWV.
6.2.
In de primaire fase is eiser door [verzekeringsarts] gezien op het spreekuur van 20 juni 2024, waarbij psychisch onderzoek is verricht. De verzekeringsarts heeft verder het dossier bestudeerd en heeft op 24 juni 2024 – samengevat – het volgende gerapporteerd. Eiseres blijkt al jaren te lijden aan PTSS en depressie bij langer bestaande hypertensie, waarvoor ze medicamenteus wordt behandeld, en diabetes mellitus type II die nog wordt gemonitord. Eiseres viel uit met spanning, onrust, slaapproblemen, overbelasting enzovoorts, getriggerd door een combinatie van impact traumata in Bosnië, zorg thuis en bejegeningsaspecten op de werkvloer die ondanks rust en langdurige interventies niet volgens verwachting zijn verbeterd. Zodra er over traumata gesproken wordt of ze eraan herinnerd wordt door actuele ontwikkelingen, blijkt ze nog heftig emotioneel te rangeren maar kan ze zich daarna wel weer herpakken. Buiten die context blijken de emoties ook beheersbaar te zijn. Er wordt nog gewerkt aan traumaverwerking met EMDR. Kort na de sessies is ze erg onrustig, maar geleidelijk aan wordt ze rustiger. Haar stemming is nog vaak depressief en verdrietig. Ze kent opstartproblemen ’s ochtends met ook afnemende energie en concentratie in de loop van de dag. Eiseres fietst, maar rijdt geen auto, mede door OSAS en medicijngebruik. Momenteel is eiseres nog onder behandeling bij [hulpverlening] , waar ze sinds 2021 één à twee keer per week komt voor psychiater en medicatie en komt ze ieder kwartaal bij de POH-somatiek voor hypertensie en borderline diabetes. Met terugwerkende kracht worden door eiseres vanaf juli 2022 meer klachten en beperkingen geclaimd. De gebeurtenissen in onder andere Oekraïne en Gaza hebben tot terugvallen geleid op sociaal-emotioneel vlak, maar niet langdurig of dermate heftig dat het tot langdurige crisissituaties of opnames heeft geleid. Volgens de medische informatie van behandelaars hebben de terugvallen niet langer dan twee maanden geduurd. Ondanks de claimklachten is hier volgens de anamnese, het dagverhaal, dossiergegevens en eigen onderzoek volgens het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (Schattingsbesluit) sinds juli 2022 geen sprake van geen benutbare mogelijkheden. In grote lijnen is eiseres volgens de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 5 juli 2023 belastbaar. Hierin blijkt eiseres al fors beperkt te zijn in met name persoonlijk en sociaal functioneren. In de periode vanaf juli 2022 blijken de terugvallen korter dan twee maanden geduurd te hebben, waarna eiseres wederom volgens deze FML belastbaar is. De arbeidsbeperkingen zijn duurzaam.
6.3.
In de bezwaarfase is eiseres gezien door verzekeringsarts b&b [persoon] bij de hoorzitting van 11 november 2024 (duur: 60 minuten). Verder heeft de verzekeringsarts b&b het dossier bestudeerd en heeft hij op 9 december 2024 – samengevat – het volgende gerapporteerd. De primaire verzekeringsarts heeft terecht gesteld dat eiseres belastbaar is voor arbeid. Getoetst aan het Schattingsbesluit bestaat geen aanleiding om te stellen dat er op medische gronden geen benutbare mogelijkheden zijn, ook per datum hoorzitting. De aangenomen beperkingen in persoonlijk en sociaal functioneren zijn passend, omdat rekening wordt gehouden met het feit dat eiseres verminderd stressbestendig is. De psychische problematiek (depressieve stoornis, chronische PTSS-klachten en andere gespecificeerde angststoornis) was bekend en wordt beschreven in de aanwezige medische informatie. Ook de slaapapneu, ervaren hartklachten en wisselende bloedsuiker waren bekend. Er zijn geen aandoeningen gemist. Eiseres is in het kader van een ziekmelding op 28 juni 2022 gezien door een verzekeringsarts en uit de bijbehorende rapportage blijkt dat de klachten waarover eiseres vertelt overeenkomen met de klachten die zij heeft genoemd tijdens de hoorzitting van 16 januari 2023. De datum in geding (21 oktober 2022) ligt tussen die twee rapportages, dus kan de daar verkregen informatie worden gebruikt. De FML van
5 juli 2023 is nog geldig per datum hoorzitting, want daar bleek dat de situatie niet is veranderd ten opzichte van 2022. De psychische problematiek, slaapapneu, bloedsuikerproblematiek en hoge bloeddruk zijn bekend en de ervaren klachten zijn nog aanwezig. Doorslaggevend is niet hoe de klachten worden ervaren, maar wat medisch objectief is vast te stellen. Uit de hoorzitting bleek dat sprake is van wisselende klachten, afhankelijk van gebeurtenissen over de dag. Soms doet eiseres huishoudelijke taken, soms boodschappen of fietsen met haar man. Verder kan eiseres spelletjes doen met haar kleindochter. Ook bleek dat eiseres de CPAP gebruikt en de stops zijn gedaald naar 8 tot 12. Verder werd in bezwaar geen nadere medische informatie aangeleverd waaruit blijkt dat sprake is van een ernstiger medische situatie ernstigere beperkingen.
6.4.
Eiseres heeft in beroep tegen de medische beoordeling van het UWV primair aangevoerd dat zij geen benutbare mogelijkheden heeft per 21 oktober 2022 en anders per 3 april 2024 of 21 januari 2025. Zij verwijst hierbij naar de brief van [de psychiater] van 3 april 2024, die spreekt over anhedonie en toename van klachten sinds 11 juli 2022. Ook verwijst eiseres naar de bij de hoorzitting van 11 november 2024 verkregen gegevens, waarin de problematiek als ernstig wordt ingeschat. Op microniveau kan eiseres grotendeels in haar ADL voorzien, maar zij heeft ook periodes niet in zelfzorg kunnen voorzien. Eiseres heeft moeite met komen tot daginvulling en structuur. Op mesoniveau heeft eiseres moeite met functioneren binnen het gezin, wat frustratie oplevert bij haar. Op macroniveau vermijdt eiseres sociaal contact buiten haar bekende kring, waar zij ook geen behoefte aan heeft, en komt zij zeer sporadisch buiten. De psychische klachten en energetische beperkingen versterken de klachten, waardoor uitputting dreigt. Ondanks ingezette behandelingen kampt eiseres met een verergering van klachten per april 2024, waardoor zij fors beperkt is in het persoonlijk en sociaal functioneren (doelmatig en zelfstandig handelen in het dagelijks functioneren, met name in contact met anderen). Er is sprake van disfunctioneren op persoonlijk en sociaal vlak door ernstige psychiatrische stoornis, waardoor er geen benutbare mogelijkheden zijn. Subsidiair heeft eiseres aangevoerd dat haar beperkingen zijn onderschat. Zij verwijst wederom naar de brief van De psychiater, maar ook naar de brief van [de huisarts] van april 2024, die aangaf dat sprake is van een toename van angstklachten, radeloosheid en reddeloosheid. Vanwege de anhedonie bij ernstige depressie dient de beperking op FML-item 1.8.5 (hoog handelingstempo) aangescherpt te worden. Ook dient er een aanvullende urenbeperking te worden aangenomen, omdat de verzekeringsarts b&b alleen rekening heeft gehouden met vermoeidheid wegens slaapapneu en niet de invloed van de psychische klachten op de vermoeidheid. Eiseres stelt dat sprake is van verminderde mogelijkheden tot recuperatie door een slaap-waakstoornis, verband houdend met stress en nachtmerries. Er is een noodzaak tot recuperatie overdag. Tot slot stelt eiseres dat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel, nu de beperkingen niet juist zijn vastgesteld.
6.5.
Het UWV stelt zich in het verweerschrift op het standpunt dat de beroepsgronden in essentie hetzelfde zijn als de bezwaargronden. Daarom is er geen aanleiding om het standpunt te wijzigen. In het aanvullend verweerschrift heeft het UWV wederom geen aanleiding gezien om het standpunt te wijzigen, voor de medische beoordeling onder verwijzing naar de aanvullende rapportage van de verzekeringsarts b&b van 19 februari 2026. In deze aanvullende rapportage reageert de verzekeringsarts b&b op de aanvullende beroepsgronden. Er wordt geen aanleiding gezien om het standpunt te wijzigen. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat sprake is van geen benutbare mogelijkheden op medische gronden op 21 oktober 2022, 3 april 2024 en 21 januari 2025. De aanwezige psychische problematiek wordt niet ontkend, maar hiermee is al rekening gehouden bij het vaststellen van de FML van 5 juli 2023. In de bezwaarrapportage is al aangegeven dat er ook vanwege persoonlijk en sociaal functioneren geen sprake is van geen benutbare mogelijkheden per 21 oktober 2022. Dit geldt ook per 3 april 2024 en per 21 januari 2025, gezien de onveranderde situatie en het dagverhaal van eiseres. Voor beperkingen in doelmatig en zelfstandig handelen in dagelijks functioneren is geen aanleiding volgens de CBBS-invulinstructies, omdat uit rapportages blijkt dat er geen stoornis is in ADL-functioneren en eiseres in staat is om initiatief te nemen. Voor een aanscherping van FML-item 1.8.5 is geen aanleiding, ook niet vanwege psychische problematiek. In de bezwaarrapportage is al gemotiveerd dat er geen aanleiding is voor een verdergaande urenbeperking, nu de vermoeidheidsklachten van eiseres ook worden ondervangen door de al aangenomen urenbeperking van 6 uur per dag en 30 uur per week. Niet gebleken is dat sprake is van een noodzaak voor recuperatie. Daarnaast is eiseres op diverse items in persoonlijk en sociaal functioneren beperkt vanwege de psychische problematiek, wat in lijn is met rechterlijke uitspraken dat pas aanleiding is voor een urenbeperking als op de FML niet tegemoet kan worden gekomen aan de aanwezige problematiek.
6.6.
. Op grond van artikel 2, eerste lid, van het Schattingsbesluit wordt de beoordeling van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid of de mate van gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid bedoeld in de Wet WIA gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig onderzoek en een arbeidsdeskundig onderzoek. In het tweede lid, aanhef onder a en b is bepaald dat van het arbeidsdeskundig onderzoek kan worden afgezien gedurende de periode waarin uit het verzekeringsgeneeskundig onderzoek blijkt dat betrokkene geen benutbare mogelijkheden heeft of indien uit verzekeringsgeneeskundig onderzoek blijkt dat betrokkene benutbare mogelijkheden heeft maar dat hij die mogelijkheden naar verwachting binnen drie maanden zal verliezen, en dit verlies in een verzekeringsgeneeskundig onderzoek wordt vastgesteld. Benutbare mogelijkheden zijn volgens het vijfde lid alleen dan niet aanwezig indien:
a. betrokkene is opgenomen in een ziekenhuis of in een instelling,
b. betrokkene bedlegerig is;
c. betrokkene voor het uitvoeren van activiteiten van het dagelijks leven dermate afhankelijk is dat hij lichamelijk niet zelfredzaam is; of
d. betrokkene als gevolg van een ernstige psychische stoornis in zijn zelfverzorging, in zijn directe samenlevingsverband alsook in zijn sociale contacten, waaronder zijn werkrelaties, niet of dermate minimaal functioneert dat hij psychisch niet zelfredzaam is.
6.7.
Eiseres voldeed op de datum in geding (21 oktober 2022) niet aan één van de hiervoor genoemde voorwaarden om aan te nemen dat zij geen benutbare mogelijkheden heeft om te werken. Op basis van de uitgebreid gemotiveerde rapportages van de verzekeringsartsen en de behandelaars van eiseres is niet aannemelijk geworden dat eiseres op de datum in geding was opgenomen in een ziekenhuis of instelling, dat zij bedlegerig was, ADL-afhankelijk of psychisch niet zelfredzaam. Weliswaar volgen uit het dagverhaal van eiseres en de informatie van haar behandelaars meerdere, vooral psychische, klachten, maar – hoe invoelbaar de daardoor door eiseres ondervonden hinder ook is – dit is onvoldoende om te kunnen spreken van een disfunctioneren op micro-, meso- en macroniveau. De rechtbank volgt eiseres dus niet in haar standpunt dat zij geen benutbare mogelijkheden heeft.
6.8.
Vervolgens beziet de rechtbank in het kader van de subsidiaire beroepsgrond van eiseres of zij op FML-item 1.8.5 over hoog handelingstempo en de urenbeperking aanvullend beperkt moet worden geacht. Uit de FML van 5 juli 2023 volgt dat de verzekeringsarts een beperking ten aanzien van arbeid met hoog handelingstempo heeft opgenomen en heeft toegelicht dat eiseres niet continue in een hoger tempo handelingen kan uitvoeren. Ter zitting heeft eiseres op dit punt aangevuld dat zij meent in verband met het aandriftsverlies door haar depressie überhaupt op hoog handelingstempo te moeten worden beperkt, zonder de toevoeging ‘continue’. Het UWV heeft verwezen naar de rapportages van de verzekeringsarts b&b. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit wat eiseres heeft aangevoerd en heeft overgelegd aan medische informatie onvoldoende dat zij meer beperkt moet worden geacht dan is vastgesteld door de verzekeringsarts b&b.
6.9.
In het kader van de beroepsgrond van eiseres over de urenbeperking, heeft zij ter zitting aangegeven dat 6 uur per dag arbeid wel kan, maar 30 uur per week niet. Nu eiseres dit standpunt niet met medische informatie heeft onderbouwd, volgt de rechtbank eiseres niet in haar standpunt. Ook voor het overige ziet de rechtbank niet in dat eiseres tekort zou worden gedaan met de door de verzekeringsarts b&b geduide urenbeperking van maximaal 6 uur per dag en maximaal 30 uur per week, zonder werken in de avonden of nachten.
6.10.
Uit wat hiervoor is overwogen, volgt dat de rechtbank van oordeel is dat het medisch onderzoek op een voldoende zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. Uit de rapporten van de verzekeringsartsen blijkt dat zij op de hoogte waren van de door eiseres gestelde klachten, waaronder psychische klachten en vermoeidheidsklachten. Bij de opstelling van de FML is met het geobjectiveerde deel van de klachten rekening gehouden. De informatie die eiseres in beroep heeft overgelegd, geeft de rechtbank geen aanleiding te twijfelen aan de belastbaarheid die de verzekeringsartsen hebben aangenomen, nu daaruit niet blijkt dat in de FML van 5 juli 2023 de beperkingen van eiseres zijn onderschat. Bovendien heeft de verzekeringsarts b&b de informatie van [de psychiater] uit juli 2022 en de huisarts uit april 2024 al meegenomen in de rapportage in bezwaar en heeft hij er in beroep nogmaals op gereageerd. De subsidiaire beroepsgrond dat eiseres meer beperkt moet worden, slaagt niet. Ook van een strijd met het zorgvuldigheids- of motiveringsbeginsel is de rechtbank niet gebleken. Voor de verdere beoordeling gaat de rechtbank dan ook uit van de belastbaarheid die is neergelegd in die FML.
Zijn de aan de schatting ten grondslag gelegde functies geschikt?
8. Een arbeidsdeskundige b&b van het UWV heeft, rekening houdend met de vastgestelde FML en evenals de primaire arbeidsdeskundige, de volgende functies ten grondslag gelegd aan de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid: medewerker postverzorging (intern) (SBC-code 315140), medewerker kleding en textielreiniging (SBC-code 111161) en medewerker binderij, grafisch nabewerker (SBC-code 268030).
8.1.
Eiseres heeft aangevoerd dat de geselecteerde functie ‘Medewerker binderij, grafische nabewerking’ ten onrechte geschikt worden geacht. Hiertoe heeft eiseres aangevoerd dat de arbeidsdeskundige aanneemt dat eiseres beschikt over een goede Nederlandse spreekvaardigheid, maar in Nederland heeft zij ‘slechts’ een certificaat als winkelassistente behaald. Niet is gemotiveerd of eiseres ook beschikt over de vereiste kennis over de Nederlandse taal in geschrift. Ook heeft eiseres aangevoerd dat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel, gezien de selectie van voorbeeldfuncties. Op 10 juni 2026 heeft eiseres nog eenzelfde functie met een andere actualisatiedatum overgelegd, waaruit zou blijken dat haar Nederlandse taalvaardigheid onvoldoende is voor de functie.
8.2.
Het UWV is in de verweerschriften gebleven bij het bestreden besluit. Het UWV heeft verwezen naar de aanvullende rapportage van de arbeidsdeskundige b&b van 3 maart 2026, waarin deze heeft aangegeven dat bij de functie medewerker binderij handmatig (SBC-code 268030) niet als functie-eis geldt dat eiseres schriftelijke kennis moet hebben van de Nederlandse taal of dient te beschikken over een goede Nederlandse spreekvaardigheid. Eiseres ontvangt mondelinge instructies. Uit de rapportage van de arbeidsdeskundige van 2 juli 2024 blijkt dat eiseres wel beschikt over goede Nederlandse spreekvaardigheid. Gelet op haar certificaat winkelassistente lijkt het ook aannemelijk dat zij minstens over enige luister- en spreekvaardigheid beschikt. Mede gezien het niveau van de functie wordt eiseres in staat geacht tot het begrijpen van mondeling instructies in deze functie. Eiseres hoeft in deze functie geen schriftelijke instructies te lezen. Het controleren van boeken op afwijkingen ziet niet op fouten in de Nederlandse taal, maar op afwijkingen in de kaft of een niet juist ingevoegd leeslint. ‘Lezen’ is niet als kenmerkende belasting gesignaleerd in de resultaat functiebeoordeling. Op 11 juni 2026 heeft de arbeidsdeskundige b&b contact gehad met de arbeidskundig analist en is gevraagd naar de vereiste Nederlandse taalvaardigheid, waaruit is gebleken dat op het moment van de beoordeling in 2022 de Nederlandse taalvaardigheid (vooral mondeling) in de functie nog niet zo belangrijk werd gevonden en dat schriftelijke beheersing niet nodig is voor uitoefening van de functie.
8.3.
De rechtbank overweegt dat de arbeidsdeskundige b&b in zijn rapportages voldoende heeft gemotiveerd dat eiseres geschikt mag worden geacht voor de geduide functies, dus ook de functie ‘Medewerker binderij, grafische nabewerking’. In die functie is vooral enige mondelinge Nederlandse taalvaardigheid vereist en niet gebleken is dat eiseres niet beschikt over het in de functie vereiste niveau van mondeling taalvaardigheid. De geduide functies mochten dus worden gebruikt voor de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid.
Is de mate van arbeidsongeschiktheid juist vastgesteld?
9. Op basis van de inkomsten die eiseres met de geduide functies zou kunnen verdienen, heeft het UWV een berekening gemaakt die leidt tot de conclusie dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Omdat eiseres tegen deze berekening geen gronden naar voren heeft gebracht, gaat de rechtbank uit van deze mate van arbeidsongeschiktheid.
9.1
Omdat pas recht bestaat op een WIA-uitkering bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer, heeft het UWV de WIA-uitkering van eiseres terecht beëindigd per 22 januari 2025.
10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat er voor eiseres niks verandert. Omdat het beroep ongegrond wordt verklaard, krijgt eiseres geen proceskostenvergoeding. Ook krijgt eiseres het griffierecht niet vergoed.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Peters, rechter, in aanwezigheid van mr.A.M. Pasmans, griffier, en uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
Artikel 4 Definitie volledig en duurzaam arbeidsongeschikt
1. Volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is hij die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur.
2. In het eerste lid wordt onder duurzaam verstaan een medisch stabiele of verslechterende situatie.
3. Onder duurzaam wordt mede verstaan een medische situatie waarbij op lange termijn een geringe kans op herstel bestaat.
Artikel 5 Definitie gedeeltelijk arbeidsongeschikt
Gedeeltelijk arbeidsgeschikt is hij die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling slechts in staat is met arbeid ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur, doch die niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is.
Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (Schattingsbesluit)
Artikel 2 De arbeidsongeschiktheidsbeoordeling
1. De arbeidsongeschiktheidsbeoordeling, bedoeld in de WAO, de Waz en de hoofdstukken 2 en 3 van de Wajong, de beoordeling van duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben als bedoeld in de hoofdstukken 1a, 2 en 3, van de Wajong, de beoordeling van het percentage van het maatmaninkomen dat de verzekerde kan verdienen, bedoeld in de ZW en de beoordeling van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid of de mate van gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid, bedoeld in de Wet WIA, worden gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig onderzoek en een arbeidsdeskundig onderzoek.
2. Van het arbeidsdeskundig onderzoek kan worden afgezien:
gedurende de periode waarin uit het verzekeringsgeneeskundig onderzoek blijkt dat betrokkene geen benutbare mogelijkheden heeft;
b. indien uit het verzekeringsgeneeskundig onderzoek blijkt dat betrokkene benutbare mogelijkheden heeft maar dat hij die mogelijkheden naar verwachting binnen drie maanden zal verliezen, en dit verlies in een verzekeringsgeneeskundig onderzoek wordt vastgesteld;
c. indien uit verzekeringsgeneeskundig onderzoek blijkt dat betrokkene benutbare mogelijkheden heeft maar dat hij wegens zijn terminale ziekte een zodanig slechte levensverwachting heeft dat hij die mogelijkheden naar verwachting binnen afzienbare termijn zal verliezen, en dit verlies in een verzekeringsgeneeskundig onderzoek wordt vastgesteld;
d. indien uit verzekeringsgeneeskundig onderzoek blijkt dat betrokkene zodanig wisselend belastbaar is voor arbeid dat betrokkene geen benutbare mogelijkheden heeft.
Indien uit het verzekeringsgeneeskundig onderzoek blijkt dat betrokkene geen benutbare mogelijkheden heeft maar betrokkene die mogelijkheden naar verwachting na verloop van een periode wel zal hebben, vindt na verloop van die periode opnieuw een verzekeringsgeneeskundig onderzoek plaats.
4. Het wisselend belastbaar zijn voor arbeid, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, wordt ten minste drie maal in een verzekeringsgeneeskundig onderzoek vastgesteld.
5. Benutbare mogelijkheden als bedoeld in het tweede tot en met het vierde lid zijn alleen dan niet aanwezig indien:
a. betrokkene is opgenomen in een ziekenhuis of in een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet toelating zorginstellingen die zorg verleent waarop aanspraak bestaat ingevolge de Wet langdurige zorg, met uitzondering van een inrichting waar geestelijk gestoorde delinquenten van overheidswege verpleegd worden;
b. betrokkene bedlegerig is;
c. betrokkene voor het uitvoeren van activiteiten van het dagelijks leven dermate afhankelijk is dat hij lichamelijk niet zelfredzaam is; of
d. betrokkene als gevolg van een ernstige psychische stoornis in zijn zelfverzorging, in zijn directe samenlevingsverband alsook in zijn sociale contacten, waaronder zijn werkrelaties, niet of dermate minimaal functioneert dat hij psychisch niet zelfredzaam is.
6. Van het arbeidsdeskundig onderzoek kan worden afgezien indien de verzekeringsarts vaststelt dat betrokkene niet ongeschikt is tot het verrichten van zijn laatstelijk uitgeoefende arbeid.
7. Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot dit artikel nadere regels worden gesteld.
Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 15 februari 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:302.