Vorderingen tot betaling van huurachterstand van een woning alsmede ontbinding en ontruiming. De gevorderde huurachterstand wordt toegewezen. De gevorderde ontbinding en ontruiming wordt afgewezen omdat de belangen van de huurder zwaarder wegen dan de belangen van de verhuurder.
ECLI:NL:RBZWB:2026:6833
text/xml
public
2026-08-05T16:54:37
2026-07-24
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-07-01
12100557 CV EXPL 26-1019 (E)
Uitspraak
Bodemzaak
NL
Tilburg
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6833
text/html
public
2026-08-05T16:54:03
2026-08-05
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBZWB:2026:6833 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 01-07-2026 / 12100557 CV EXPL 26-1019 (E)
Vorderingen tot betaling van huurachterstand van een woning alsmede ontbinding en ontruiming. De gevorderde huurachterstand wordt toegewezen. De gevorderde ontbinding en ontruiming wordt afgewezen omdat de belangen van de huurder zwaarder wegen dan de belangen van de verhuurder.
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 12100557 CV EXPL 26-1019
Vonnis van 1 juli 2026
in de zaak van
de stichting STICHTING CASADE,
statutair gevestigd de Waalwijk en kantoorhoudende te Kaatsheuvel (gemeente Loon op Zand),
eisende partij,
hierna te noemen: Casade,
gemachtigde: GGN Brabant,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. T.M. ten Velde.
Het gaat in deze zaak om een huurachterstand van drie maanden. Casade vordert betaling van die huurachterstand, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Daarnaast vordert Casade ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. [gedaagde] betwist de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde omdat de lopende huur wordt betaald, schuldhulpverlening is ingezet en het minderjarige kind van de partner van [gedaagde] in de woning verblijft. De kantonrechter wijst de huurachterstand toe en wijst de vorderingen tot betaling van rente en buitengerechtelijke incassokosten af wegens ambtshalve vernietiging van het rentebeding en incassobeding. Daarnaast wijst de kantonrechter de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde af. Hierna zal worden uitgelegd waarom.
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
– de dagvaarding van 5 februari 2026 met producties;- de conclusie van antwoord met producties;
– de brief waarin is medegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
– het door Casade overgelegde overzicht rekening-courant;- de mondelinge behandeling van 16 juni 2026 waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3.1.
[gedaagde] huurt van Casade de woning aan de [adres] te [woonplaats] tegen een vooruit te betalen huurprijs van € 556,62 per maand. Op de gesloten huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van Casade van toepassing verklaard.
3.2.
[gedaagde] heeft een huurachterstand laten ontstaan waarvoor Casade [gedaagde] heeft aangemaand en daarbij heeft gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening. [gedaagde] heeft daar niet afwijzend op gereageerd, waarna Casade de huurachterstand van [gedaagde] heeft aangemeld bij de gemeente.
3.3.
[gedaagde] heeft eerder een huurachterstand laten ontstaan waarvoor Casade een procedure is gestart bij de kantonrechter te Tilburg. In die procedure hebben partijen op 28 juni 2023 een betalingsregeling gesloten, dat is vastgelegd in een proces-verbaal. Van die regeling staat nog een bedrag van € 2.021,17 open.
4.1.
Casade vordert – samengevat – dat de tussen partijen gesloten huurovereenkomst wordt ontbonden met ontruiming van het gehuurde. Daarnaast vordert Casade dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van:
een bedrag van € 1.864,58 vermeerderd met de wettelijke rente over € 1.646,32 vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van volledige betaling;
de vervallen huur vanaf februari 2026 van € 556,62 per maand tot de datum van ontbinding;
schadevergoeding na ontbinding van € 556,62 per maand (of gedeelte ervan) dat [gedaagde] het gehuurde na ontbinding van de huurovereenkomst in gebruik houdt;
de proceskosten.
4.2.
Casade legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. [gedaagde] heeft een huurachterstand laten ontstaan van € 1.646,32 die ziet op de maanden december 2024, november 2025 en december 2025. Wegens herhaalde wanprestatie heeft Casade recht en belang bij ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. Casade heeft melding gedaan bij de gemeente van de betalingsachterstand van [gedaagde] . Op 7 november 2025 heeft Casade een zogenaamde 14 dagen brief gestuurd aan [gedaagde] voor de huurachterstand en omdat niet tot betaling is overgegaan, is [gedaagde] aan buitengerechtelijke incassokosten een bedrag van € 197,79 verschuldigd. Aan wettelijke rente tot 5 februari 2026 is [gedaagde] een bedrag van € 20,47 verschuldigd.
4.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van Casade in haar vorderingen, dan wel tot ontzegging van de vorderingen van Casade als ongegrond dan wel onbewezen, met veroordeling van Casade in de kosten van deze procedure.
4.4.
[gedaagde] voert als verweer het volgende aan. De huurachterstand die is ontstaan, is het gevolg van een onverwacht stopgezette uitkering. [gedaagde] ontvangt inmiddels weer een uitkering en betaalt de lopende huur. Er is ook contact met schuldhulpverlening opgenomen. De tekortkoming is niet dusdanig ernstig dat de huurovereenkomst dient te worden ontbonden. [gedaagde] heeft groot belang bij behoud van het gehuurde omdat hij daar met zijn partner en het minderjarige kind van zijn partner woont. Ontruiming van het gehuurde zou acute dakloosheid betekenen van de minderjarige en het belang van de minderjarige dient op grond van het Internationaal Verdrag Inzake de Rechten van het Kind (IVRK) te worden meegewogen.
4.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Huurachterstand
5.1.
[gedaagde] heeft de gevorderde huurachterstand van € 1.646,32 niet betwist en dit bedrag is dan ook toewijsbaar.
Casade heeft voldaan aan haar meldplicht
5.2.
De kantonrechter stelt vast dat Casade heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
Ontbinding en ontruiming
5.3.
Ten aanzien van de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de huurovereenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt (artikel 6:265 BW). De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe in het geval de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van tenminste drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen (HR 28 september 2028, ECLI:NL:HR:2018:1810).
5.4.
De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] met een huurachterstand van drie maanden tekort is geschoten in de nakoming van verplichtingen uit de huurovereenkomst wat in beginsel grond geeft voor ontbinding van de huurovereenkomst. [gedaagde] heeft een beroep gedaan op de “tenzij situatie” en aangevoerd dat de tekortkoming de ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Daarin volgt de kantonrechter [gedaagde] op grond van het volgende.
5.5.
Allereerst stelt de kantonrechter vast dat de lopende huur sinds januari 2026 weer door [gedaagde] wordt betaald. Daarnaast heeft [gedaagde] schuldhulpverlening ingeschakeld om aan zijn schulden (waaronder de eerdere schuld aan Casade) te gaan werken. Verder neemt de kantonrechter in haar overweging mee dat ontbinding van de huurovereenkomst ook tot gevolg heeft dat het minderjarige kind van de partner van [gedaagde] het gehuurde moet verlaten. Op grond van artikel 3 van het IVRK moet bij een beslissing die betrekking heeft op woonruimte van een minderjarige het belang van het kind een eerste overweging zijn. Niet vereist is dat [gedaagde] de vader is van het minderjarig kind; het gaat er om of een minderjarige in de woning woont omdat die dan door een ontruiming wordt getroffen. Dit feit weegt zwaar omdat [gedaagde] onweersproken heeft aangevoerd dat er sprake is van acute dakloosheid van de minderjarige als de vorderingen tot ontbinding en ontruiming worden toegewezen.
5.6.
Tegenover de voornoemde belangen van [gedaagde] , staat het belang van Casade om niet geconfronteerd te worden met een steeds hoger oplopende huurachterstand. Hiervan is op dit moment evenwel geen sprake omdat de lopende huur wordt betaald en er sprake is van een relatief beperkte huurachterstand. De omstandigheid dat een oude achterstand (langer dan een jaar geleden) nog niet is betaald heeft de kantonrechter ook meegewogen echter [gedaagde] heeft aangegeven met schuldhulpverlening zo spoedig mogelijk te gaan proberen om deze schulden af te lossen. De kantonrechter wil hem deze kans, gelet ook op de eerdergenoemde grote belangen, bieden. Echter, [gedaagde] dient zich wel te realiseren dat hij serieus aan de slag moet met zijn schulden en dat hij niet nog een keer een achterstand kan laten ontstaan.
5.7.
Het voorgaande leidt ertoe dat de kantonrechter de belangen van [gedaagde] in dit geval zwaarder vindt wegen dan die van Casade. De huurachterstand rechtvaardigt hier geen ontbinding en ontruiming. De vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde worden daarom afgewezen.
Ambtshalve toetsen
5.8.
In deze procedure gaat het om een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Een huurder wordt namelijk gelijk gesteld aan een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13 EG (Richtlijn oneerlijke bedingen). Als bedingen op zichzelf, of in combinatie met andere relevante bedingen voor consumenten onredelijk bezwarend zijn als bedoeld in artikel 6:233 sub a van het Burgerlijk Wetboek (BW), moet de kantonrechter de betreffende bedingen ambtshalve vernietigen en de daarmee verband houdende onderdelen van de vordering afwijzen.
5.9.
De kantonrechter is van oordeel dat de bedingen in de artikelen 16.1 (wettelijke rente) en 16.2 (buitengerechtelijke kosten) van de algemene voorwaarden oneerlijk zijn. Daarom worden deze bedingen vernietigd op grond van het navolgende.
5.10.
In artikel 16.1 van de algemene voorwaarden is een beding opgenomen over de verschuldigdheid van de wettelijke rente. Dat beding is in overeenstemming met de wettelijke regeling in artikel 6:119 BW. Het beding is daarom op zichzelf niet oneerlijk. In combinatie met het boetebeding van artikel 16.3 van de algemene voorwaarden is het rentebeding echter wel oneerlijk. Op grond van dit beding zou Casade in geval van niet tijdige huurbetaling door de huurder wettelijke rente én een boete in rekening kunnen brengen, terwijl de huurder op grond van de wettelijke regeling uitsluitend wettelijke rente verschuldigd zou zijn. Hiermee wordt het evenwicht tussen de uit de huurovereenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument, huurder, verstoord.
5.11.
In artikel 16.2 van de algemene voorwaarden is een incassobeding opgenomen waarin wordt verwezen naar de (deels) dwingendrechtelijke regeling in artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Op zichzelf is dit dan ook geen oneerlijk beding. In combinatie met het boetebeding in artikel 16.3 is het beding wel oneerlijk, zoals hiervoor ook al is overwogen.
5.12.
Wegens vernietiging van de rente en incassobedingen kan Casade geen aanspraak maken op de wettelijke vergoedingen die zonder de bedingen van toepassing zouden zijn geweest. Daarom zal geen wettelijke rente en geen vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.
Proceskosten
5.13.
[gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten (inclusief nakosten) worden veroordeeld. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
– explootkosten
€
153,02
– griffierecht
€
397,00
– salaris gemachtigde
€
434,00
(2 punten × € 217,00)
– nakosten
€
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.092,52
De kantonrechter
6.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Casade te betalen een bedrag van € 1.646,32,
6.2.
veroordeelt Casade in de proceskosten van € 1.092,52, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Casade niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van Sprundel-Jansen en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026