Menu

Filter op
content
PONT | Data&Privacy

0

ECLI:NL:RBZWB:2026:7072

IBS WZD

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 28 August 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBZWB:2026:7072
text/xml
public
2026-08-28T14:55:35
2026-08-01
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-07-01
C/02/449746 / FA RK 26-3311
Uitspraak
Rekestprocedure
Beschikking
NL
Middelburg
Civiel recht; Personen- en familierecht

Rechtspraak.nl

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7072
text/html
public
2026-08-27T15:13:45
2026-08-28
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBZWB:2026:7072 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 01-07-2026 / C/02/449746 / FA RK 26-3311

IBS WZD

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/449746 / FA RK 26-3311

Datum uitspraak: 1 juli 2026

Beschikking voortzetting inbewaringstelling

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor

[betrokkene]
,

geboren op [geboortedag] 1947 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats],

advocaat mr. P.M.J.T. Schumans uit Middelburg.

<br /> 1Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt het volgende stuk mee in de beoordeling:

– het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 29 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:

betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

mevrouw [persoon 1], verpleegkundig specialist;

de heer [persoon 2], verpleegkundige;

mevrouw [persoon 3], dochter van betrokkene.

<br /> 2Wat vaststaat

2.1.

Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling bij Stichting [accommodatie]. De burgemeester van de gemeente Goes heeft de inbewaringstelling op 26 juni 2026 afgegeven.

<br /> 3Het verzoek

3.1.

Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken.

<br /> 4De standpunten

4.1.

Betrokkene stelt dat het goed met hem gaat.

4.2.

De advocaat stelt dat het niet mogelijk is dat betrokkene op dit moment naar huis gaat. Het verzet tegen het verblijf bij [accommodatie] is niet direct aanwezig. De advocaat refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van het verzoek.

4.3.

De verpleegkundig specialist stelt dat er sprake is van frontotemporale dementie bij betrokkene. Hierbij is er sprake van semantische dementie, waarbij onder meer de taal volledig verstoord is. Er is geen perspectief op terugkeer naar huis; betrokkene heeft verpleeghuiszorg nodig. Hiernaast heeft betrokkene een kwetsbare echtgenote die op leeftijd is. Betrokkene heeft veel hulp en sturing nodig. In de nacht zit hij soms op het bed, maar dwalen doet hij niet. Betrokkene vertoont binnen [accommodatie] geen duidelijk verzet.

4.4.

De dochter van betrokkene stelt dat betrokkene niet altijd meer begrijpt wat er wordt gezegd. Naast dementie is er ook een vermoeden van Parkinson. Hij had hier specialistische fysiotherapie en logopedie voor en dit verliep goed. Echter is dat nu gestopt, omdat zijn therapeut stopte en er nog geen passend alternatief gevonden is. Op het moment dat de echtgenote van betrokkene werd geopereerd, is het vastgelopen met betrokkene thuis. De situatie veranderde en waarschijnlijk heeft dit het ziektebeeld versterkt. Hierbij was het ook erg warm en drinkt betrokkene weinig. De thuiszorg komt een aantal keer per dag, maar de avond voor de opname heeft betrokkene op de trap gelegen. De thuiszorg kon niet meer voor zijn veiligheid instaan. Als betrokkene met zijn dochter gaat wandelen, zegt hij dat hij naar huis wil.

<br /> 5De beoordeling

5.1.

De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

De rechtbank stelt vast dat er sprake is van een psychogeriatrische aandoening, namelijk frontotemporale dementie. Ook is er sprake van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Echter verzet betrokkene zich inmiddels niet meer duidelijk tegen de opname.

5.3.

Gelet op het voorgaande wordt niet voldaan aan het wettelijke criteria om het voorliggende verzoek tot het verlenen van een voortzetting van de inbewaringstelling toe te wijzen. De rechtbank zal daarom het verzoek afwijzen.

<br /> 6De beslissing

De rechtbank:

6.1.

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026 door mr. Van Eck, rechter, in aanwezigheid van drs. Swint, griffier en op schrift gesteld op 15 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Artikel delen