Rechterlijke machtiging
ECLI:NL:RBZWB:2026:7115
text/xml
public
2026-09-03T08:48:08
2026-08-03
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-07-03
C/02/449422 / FA RK 26-3152
Uitspraak
Rekestprocedure
Beschikking
NL
Middelburg
Civiel recht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7115
text/html
public
2026-09-03T08:47:24
2026-09-03
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBZWB:2026:7115 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 03-07-2026 / C/02/449422 / FA RK 26-3152
Rechterlijke machtiging
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/449422 / FA RK 26-3152
Datum uitspraak: 3 juli 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
advocaat mr. M.A. Breewel-Witteveen uit Goes.
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
– het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 17 juni 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
mw. [persoon 1] , mentor van betrokkene (telefonisch aanwezig);
mw. [persoon 2] , GZ-psycholoog.
2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.
3.1.
Betrokkene begrijpt dat zij vanwege haar ziekte Alzheimer niet langer thuis kan blijven wonen, maar wil graag terug naar haar vertrouwde omgeving in [plaats 1] .
3.2.
Namens betrokkene bepleit de advocaat voor afwijzing van het verzoek. Betrokkene laat ziekte-inzicht zien en begrijpt dat zij niet terug naar huis kan. Betrokkene toont dan ook geen verzet tegen een opname. Betrokkene toont wel verzet tegen de locatie waar zij nu verblijft. Betrokkene is geboren en getogen in [plaats 1] en zou hier graag naartoe terugkeren. Tot die tijd wil betrokkene op vrijwillige basis in [accommodatie] verblijven.
3.3.
Ter zitting heeft de psycholoog aangegeven dat het voor betrokkene niet langer houdbaar is om thuis te wonen. Er is sprake van overzichtsverlies en betrokkene heeft veel hulp nodig. De plaatsing van betrokkene in [plaats 2] is, gelet op de doelgroep, passend. Betrokkene verblijft hier samen met andere jonge mensen met dementie en in de regio is dit de enige plek voor jonge mensen met dementie. De wens van betrokkene om terug te keren naar [plaats 1] is invoelbaar, maar de psycholoog betwijfelt of betrokkene daar goed aan zal doen. Mede gezien het feit dat betrokkene eerder heeft aangegeven niet tussen oudere mensen te willen verblijven. Een rechterlijke machtiging acht de psycholoog noodzakelijk omdat betrokkene regelmatig aangeeft weg te willen.
3.4.
De mentor heeft toegelicht dat de situatie thuis bij betrokkene onhoudbaar is geworden. De mentor staat achter een opname van betrokkene. Verder licht de mentor toe dat betrokkene op de wachtlijst staat voor een accommodatie in [plaats 1] . Betrokkene heeft echter zelf in gesprekken aangegeven niet tussen oudere mensen te willen zitten. Daarom is de keuze gemaakt voor [plaats 2] . In [plaats 2] worden er activiteiten georganiseerd die aansluiten bij de dingen die betrokkene leuk vindt. Desondanks heeft betrokkene altijd de mogelijkheid om terug te keren naar [plaats 1] .
4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene is in 2024 gediagnosticeerd met de ziekte van Alzheimer, met als gevolg dat er bij betrokkene sprake is van neurocognitieve stoornissen op meerdere domeinen.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
– levensgevaar;
– ernstig lichamelijk letsel;
– ernstige psychische schade;
– ernstige verwaarlozing;
– maatschappelijke teloorgang;
– bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt.
4.4.
Het is de rechtbank gebleken dat er sprake is van een onhoudbare en onveilige (thuis)situatie. Betrokkene is niet langer in staat om complexe situaties te overzien of adequaat te handelen bij (potentieel) gevaar. Het lukt betrokkene niet om overzicht en regie te houden met betrekking tot haar huishoudelijke taken. Zo lukt het haar niet meer om zelfstandig en veilig te koken en is er sprake van onvoldoende (zelf)zorg. De geheugenklachten nemen toe waardoor betrokkene veel dingen vergeet of herhaalt, zoals het innemen van medicatie. Betrokkene heeft hierdoor veel hulp nodig en raakt bij onverwachtse dingen in paniek waardoor zij regelmatig een beroep doet op haar buren, familie of casemanager. Tot slot is er bij betrokkene sprake van een verminderd oorzaak-gevolg inzicht, waardoor zij risicovolle personen binnenlaat of de huissleutel bij de voordeur laat liggen.
4.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene heeft mede gelet op het progressieve karakter van het ziektebeeld 24-uurs toezicht en begeleiding nodig, hetgeen in de thuissituatie niet realiseerbaar is.
4.6.
Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene heeft herhaaldelijk aangegeven thuis te willen blijven wonen en niet te willen verhuizen naar een woonvoorziening. Tijdens de zitting is dit door de psycholoog en de mentor bevestigd. Ondanks dat betrokkene momenteel begrijpt dat zij niet terug kan keren naar huis, wil betrokkene ook niet in haar huidige woonvoorziening verblijven. Gelet hierop oordeelt de rechtbank dat er sprake is van verzet tegen de opname in de accommodatie.
4.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De inzet van thuiszorg en de casemanager, in combinatie met de ondersteuning van familie en buren, is onvoldoende gebleken om de risico’s in de thuissituatie te kunnen beheersen.
4.8.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 januari 2027.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026 door mr. Verschoor-Bergsma, rechter, in aanwezigheid van mr. Verplanke, griffier en op schrift gesteld op 17 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.