Regelrechterzaak. Aanneming van werk. Verstek.
ECLI:NL:RBZWB:2026:7213
text/xml
public
2026-08-05T16:59:37
2026-08-04
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-05-06
11910666 RR 25-20
Uitspraak
Mondelinge uitspraak
NL
Middelburg
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7213
text/html
public
2026-08-05T16:57:32
2026-08-05
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBZWB:2026:7213 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 06-05-2026 / 11910666 RR 25-20
Regelrechterzaak. Aanneming van werk. Verstek.
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 11910666 RR 25-20
Vonnis van 6 mei 2026 in de experimentele procedure bij de kantonrechter als regelrechter
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
procederend in persoon,
tegen
[gedaagde] B.V. IN HAAR HOEDANIGHEID VAN BEWINDVOERDER UITOEFENENDE HET BEWIND OVER DE GOEDEREN DIE TOEBEHOREN OF ZULLEN TOEBEHOREN AAN [belanghebbende],
gevestigd te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de bewindvoerder,
niet verschenen.
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
– het op 6 oktober 2025 ontvangen aanvraagformulier met bijlagen 1 tot en met 6,
– de e-mail met reactie van [belanghebbende] van 6 maart 2026,
– de oproepingsbrieven van 16 oktober 2025,
– het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 9 maart 2026,
– de brief aan de bewindvoerder om in het geding te verschijnen van 19 maart 2026.
1.2.
De bewindvoerder is niet in de procedure verschenen. Tegen haar is daarom verstek verleend (artikel 14 lid 1 Besluit).
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Waar gaat de zaak over?
2.1.
[eiser] eist in deze procedure betaling van € 1.500,00. Volgens hem is het volgende gebeurd. [belanghebbende] (hierna: ‘ [belanghebbende] ’) had op prikbord van Zeelandnet een advertentie geplaatst voor zijn diensten als klusjesman. [eiser] heeft op de advertentie gereageerd met de vraag of [belanghebbende] zijn badkamer kon verbouwen. [belanghebbende] is vervolgens bij [eiser] thuis langs geweest en heeft aangegeven dat hij de badkamer kon verbouwen voor aanvankelijk € 2.800,00 en later in onderling overleg € 3.000,00. Dit bedrag is volledig betaald. [belanghebbende] is vervolgens tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. Hij heeft maar een deel van het aangenomen werk uitgevoerd en heeft dat bovendien deels ondeugdelijk gedaan, zo blijkt uit het rapport van [bedrijf] van 20 oktober 2025.
2.2.
Het gaat om de volgende werkzaamheden. De waterafvoer van de wc en van de douche zijn niet goed aangelegd. De waterafvoer van de douche is door [belanghebbende] oplopend in plaats van aflopend geïnstalleerd. Om dit te herstellen en de leiding correct te kunnen installeren, moet de volledige badkamervloer eruit worden gehaald. Ook is de aansluiting van de door [belanghebbende] geplaatste hangtoilet niet goed geïnstalleerd. De aansluiting is slechts met tape gemonteerd.
2.3.
Het tegelen van de badkamer is ook niet uitgevoerd zoals overeengekomen. [belanghebbende] heeft een deel van de badkamer betegeld, maar hij heeft dit niet gedaan zoals door [eiser] verzocht. [eiser] had om halfsteens verzocht, dit is maar op één wand correct uitgevoerd. Rondom de kozijnen is helemaal niet betegeld, rondom het raam is niets afgewerkt en het tegelwerk is niet gevoegd.
2.4.
[belanghebbende] zou ook het plafond van de badkamer in orde maken, dit is niet gebeurd. Er zijn geen plafondplinten geplaatst en het plafond is niet geverfd. Ondanks vele verzoeken van [eiser] heeft [belanghebbende] het werk niet hersteld en afgerond. [eiser] heeft daarom op 9 september 2025 een omzettingsverklaring verstuurd. [eiser] heeft de uitgevoerde werkzaamheden hierna laten herstellen door een derde voor een bedrag van € 1.500,00. Dit bedrag wordt dan ook gevorderd als schadevergoeding.
2.5.
[belanghebbende] heeft op 6 maart 2026 een reactie per e-mail aan de regelrechter toegestuurd. Hij stelt dat hij de werkzaamheden niet kon afmaken wegens ziekte. [belanghebbende] wil de (herstel)werkzaamheden laten uit uitvoeren door een vriend, waarna hij met deze vriend een financiële regeling zal treffen.
[eiser] krijgt gelijk
2.6.
De bewindvoerder is niet verschenen in deze regelrechterzaak. Als de gedaagde in een regelrechterzaak niet rechtsgeldig in het geding verschijnt en de voorgeschreven termijnen en formaliteiten zoals genoemd in artikel 8 derde lid, artikel 9 en artikel 11, eerste lid van het Tijdelijk besluit experiment regelrechter in acht zijn genomen, wordt tegen haar verstek verleend (artikel 14 Tijdelijke besluit experiment regelrechter).
2.7.
De regelrechter is van oordeel dat aan de voorgeschreven termijnen en formaliteiten is voldaan. De regelrechter zal daarom verstek verlenen tegen de bewindvoerder. Daarbij merkt de regelrechter op dat de brief van 19 maart 2026 waarin de bewindvoerder wordt opgeroepen om (schriftelijk) in het geding te verschijnen aangetekend aan het postbusadres van de bewindvoerder is verzonden. Omdat uit de track and trace van de brief aan de bewindvoerder niet duidelijk bleek dat de brief was afgeleverd, heeft de regelrechter telefonisch contact opgenomen met de bewindvoerder om te vragen of zij die brief ontvangen had. Dat was het geval. Desgevraagd heeft de bewindvoerder nog een termijn gekregen om te laten weten of zij zich in de procedure wilde voegen. De bewindvoerder heeft telefonisch laten weten dat zij geen verweer zal voeren en dat zij zich dus niet in de procedure zal voegen.
2.8.
De verstekverlening leidt ertoe dat de vorderingen ten aanzien van de bewindvoerder zullen worden toegewezen, tenzij deze de regelrechter onrechtmatig of ongegrond voorkomen (artikel 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).
2.9.
Gelet op hetgeen [eiser] op het aanvraagformulier met de bijgevoegde stukken en de toelichting op de mondelinge behandeling heeft aangevoerd komt de regelrechter de vordering niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal deze worden toegewezen zoals is gevorderd.
De bewindvoerder moet de proceskosten betalen
2.10.
De bewindvoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
– griffierecht
€
226,00
– een forfaitair bedrag aan reis-, verblijf- en verletkosten vanwege het verschijnen ter zitting
€
50,00
Totaal
€
276,00
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.11.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser] dat eist en de bewindvoerder daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
De kantonrechter als regelrechter
3.1.
veroordeelt de bewindvoerder om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.500,00,
3.2.
veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten van € 276,00 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de bewindvoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van Spronssen en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026.
Bent u het niet eens met dit vonnis? Dan kunt u in verzet gaan door een schriftelijke mededeling aan de griffier van deze rechtbank, die wordt gedaan per gewone post of langs elektronische weg. Dat doet u in beginsel binnen vier weken na de betekening van het vonnis aan u in persoon of nadat u bekend bent geworden met het vonnis. De termijn begint ook op de dag waarop het vonnis ten uitvoer is gelegd. Er zijn uitzonderingen mogelijk op de termijn van verzet.