Menu

Filter op
content
PONT | Data&Privacy

0

ECLI:NL:RBZWB:2026:7216

Financiële leaseovereenkomst. Ontbinding van de overeenkomst en afgifte van de auto.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 5 August 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBZWB:2026:7216
text/xml
public
2026-08-05T17:01:07
2026-08-04
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-05-13
11778694 CV EXPL 25-2247
Uitspraak
Bodemzaak
NL
Bergen op Zoom
Civiel recht; Verbintenissenrecht

Rechtspraak.nl

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7216
text/html
public
2026-08-05T17:00:39
2026-08-05
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBZWB:2026:7216 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 13-05-2026 / 11778694 CV EXPL 25-2247

Financiële leaseovereenkomst. Ontbinding van de overeenkomst en afgifte van de auto.


RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Bergen op Zoom

Zaaknummer: 11778694 CV EXPL 25-2247

Vonnis van 13 mei 2026

in de zaak van

HILTERMANN LEASE B.V.,

gevestigd te Hoofddorp,

eisende partij,

hierna te noemen: Hiltermann,

gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders,

tegen

[gedaagde] , H.O.D.N. [bedrijf 1],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigde: mr. R.W. de Pater.

<br /> 1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

– de dagvaarding van 25 juni 2025 met producties 1 tot en met 4,- de conclusie van antwoord,- de brieven van 28 oktober 2025 waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,

– de mondelinge behandeling van 7 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald.

<br /> 2De feiten

2.1.

Partijen hebben op 4 augustus 2023 een huurkoopovereenkomst (financiële leaseovereenkomst, hierna: ‘de overeenkomst’) gesloten met betrekking tot een auto van het merk Audi A3 Sportback met [kenteken] (hierna: ‘de auto’). De totale leaseprijs bedraagt € 35.605,80 (inclusief leasevergoeding van € 10.655,80) en dient in 60 maandelijkse termijnen te worden voldaan.

2.2.

Op de overeenkomst zijn de ‘Algemene voorwaarden financiële lease (Huurkoop) versie 01-12-2021’ (hierna: ‘de algemene voorwaarden’) van toepassing. In deze algemene voorwaarden zijn, voor zover relevant, de volgende bepalingen opgenomen.

“15. Indien de Eindgebruiker in gebreke blijft met de tijdige betaling van een Leasetermijn, dan wel enig ander door hem uit hoofde van de Overeenkomst en/of deze algemene voorwaarde verschuldigd bedrag, zal hij hierover een vertragingsrente verschuldigd zijn gelijk aan 1,5% per maand of de geldende wettelijke rente indien deze hoger mocht zijn dan voormeld percentage, te rekenen vanaf de vervaldag tot en met de dag der betaling, waarbij een gedeelte van een maand voor een gehele maand wordt gerekend.”

“43. Indien de Eindgebruiker een op hem rustende verplichting jegens de Leasemaatschappij niet of niet tijdig nakomt, of indien: (…) de Eindgebruiker zijn bedrijf geheel of gedeeltelijk staakt of beëindigt, dan wel ingeval van ernstige twijfel van de Leasemaatschappij over de continuïteit van het bedrijf van de Eindgebruiker; (…) dan is de Leasemaatschappij gerechtigd het nog niet betaalde deel van de Leaseprijs, na de Eindgebruiker in geval van de niet of niet tijdige nakoming van een (betalings)verplichting eerst schriftelijk in gebreke te hebben gesteld, onmiddellijk vervroegd op te eisen. Door de vervroegde opeising van de Leaseprijs eindigt de Overeenkomst en is de Eindgebruiker niet langer gerechtigd het Object te gebruiken en zal de Leasemaatschappij het Object onmiddellijk tot zich kunnen nemen.

“53. (…) De buitengerechtelijke invorderingskosten worden gesteld op tien procent ( 10 % ) van het totale bedrag van de niet betaalde verschenen en nog niet verschenen termijnen, met een minimumbedrag van € 250,-. (…)”

2.3.

[gedaagde] heeft de termijnbedragen ter hoogte van € 593,43 van november 2024, februari 2025, maart 2025 en april 2025 niet betaald. Hiltermann heeft daarom de overeenkomst per 30 april 2025 ontbonden.

<br /> 3Het geschil

3.1.

Hiltermann vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

a. te verklaren voor recht dat de huurkoopovereenkomst met betrekking tot de auto is ontbonden,

en [gedaagde] te veroordelen

tot afgifte van de auto, binnen 72 uur na betekening van het vonnis, op straffe van een dwangsom van € 800,00 per dag met een maximum van € 50.000,00,

tot betaling van € 28.342,25, te vermeerderen met de rente van 18% per jaar, subsidiair de wettelijke handelsrente, meer subsidiair de wettelijke rente over € 25.517,49 gerekend vanaf de datum van de dagvaarding tot aan de dag der voldoening, rekening houdende met dat indien de bedrijfsauto wordt ingeleverd en vervolgens verkocht, de openstaande vordering wordt verminderd met de verkoopopbrengst,

in de proceskosten,

tot betaling van € 859,10, indien Hiltermann tot inname van de auto moet overgaan,

tot betaling van € 211,75 indien Hiltermann tot aangifte bij de politie moet overgaan.

3.2.

Hiltermann legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst. Hij heeft leasetermijnen onbetaald gelaten. Nadat Hiltermann de overeenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden, heeft [gedaagde] de auto niet ingeleverd. Omdat [gedaagde] de leasetermijnen niet (tijdig) heeft voldaan, moeten hij ook de rente en incassokosten betalen.

3.3.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] heeft de auto sinds aanvang van de leaseovereenkomst driemaal naar [bedrijf 2] (hierna: ‘ [bedrijf 2] ’) moeten brengen voor reparatie. In mei 2024 is [gedaagde] voor de derde keer geconfronteerd met problemen aan de auto, ditmaal een kapotte automaat. [bedrijf 2] heeft voor de laatste reparatie een factuur van € 4.000,00 aan [gedaagde] gestuurd. [gedaagde] meent dat dergelijke reparatiewerkzaamheden in het eerste jaar onder garantie vallen en weigert dit bedrag te betalen. In reactie hierop weigert [bedrijf 2] de auto aan [gedaagde] terug te geven. De auto staat hierdoor sinds mei 2024 bij [bedrijf 2] . [gedaagde] is dan ook geen leasetermijnen meer verschuldigd, althans niet na de ontbinding van de overeenkomst door Hiltermann. De gevorderde afgifte van de auto moet dan ook worden afgewezen, en voor zover Hiltermann meent dat de auto bij haar afgeleverd moet worden en niet bij [bedrijf 2] , wordt opgemerkt dat er sprake is van overmacht aan de zijde van [gedaagde] nu hij zelf ook geen beschikking meer heeft over de auto.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

<br /> 4De beoordeling

Ontbinding van de overeenkomst en afgifte van de auto

4.1.

[gedaagde] heeft een achterstand in de betaling van de leasetermijnen laten ontstaan en is daarmee tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen. Ook als [gedaagde] geen beschikking meer zou hebben over de auto omdat deze bij een derde zou staan, dan nog is [gedaagde] de maandelijkse leasetermijnen verschuldigd. Hiltermann heeft [gedaagde] in gebreke gesteld en vervolgens per deurwaardersexploot van 30 april 2025 de overeenkomst ontbonden. Hiltermann was daartoe bevoegd op grond van de wet (artikel 6:265 BW) en de algemene voorwaarden (artikel 43). De verklaring voor recht die Hiltermann eist, wordt daarom toegewezen.

4.2.

Daarnaast moet [gedaagde] de auto teruggeven aan Hiltermann, omdat Hiltermann de eigenaar is van de auto. [gedaagde] voert aan dat hij niet aan een veroordeling tot afgifte van de auto kan voldoen, nu de auto bij [bedrijf 2] zou staan. [gedaagde] heeft echter geen stukken overgelegd waaruit dit blijkt. Daarnaast ziet een eventueel geschil tussen [gedaagde] en [bedrijf 2] over een factuur niet op deze procedure. Het is dan ook aan [gedaagde] om tot afgifte van de auto over te gaan, dan wel om hier afspraken over te maken met Hiltermann. De termijn tot afgifte wordt gesteld op vijf werkdagen na betekening van dit vonnis. Daarbij overweegt de kantonrechter dat [gedaagde] , indien deze door de betekening van het vonnis kennis heeft kunnen nemen van de inhoud daarvan, de gelegenheid moet worden geboden om binnen een redelijke termijn aan de veroordeling tot afgifte te voldoen, waarbij een termijn van vijf werkdagen als een redelijke termijn voor nakoming wordt gezien. De kantonrechter ziet verder aanleiding om de gevorderde dwangsom te matigen zoals onder de beslissing staat vermeld.

Leasetermijnen

4.3.

Omdat [gedaagde] een achterstand heeft in de betaling van de leasetermijnen, moet hij op grond van artikel 43 van de algemene voorwaarden naast die achterstand ook de resterende leasetermijnen betalen. Dit wordt door [gedaagde] niet betwist. De gevorderde betaling van de hoofdsom wordt daarom toegewezen, met dien verstande dat de eventuele verkoopopbrengst van de auto van dit bedrag moet worden afgetrokken.

Rente

4.4.

Hiltermann vordert de contractuele rente van 18% per jaar over de totale hoofdsom. Deze vordering is alleen toewijsbaar over de betalingsachterstand tot de datum van ontbinding. Die was toen € 2.373,72. De kantonrechter gaat ervan uit dat het bedrag aan verschenen rente dat in de dagvaarding staat (€ 273,01), daarom niet juist is berekend. De contractuele rente wordt toegewezen vanaf de verschillende vervaldata van de facturen.

4.5.

Omdat de overeenkomst (en daarmee ook de algemene voorwaarden) zijn ontbonden, kan Hiltermann geen aanspraak maken op de contractuele rente over de leasetermijnen na ontbinding. Ook is toewijzing van de gevorderde wettelijke handelsrente om die reden niet mogelijk. Het bedrag aan leasetermijnen na ontbinding is namelijk een schadevergoeding. Gelet hierop zal de kantonrechter over het bedrag van € 23.143,77 de wettelijke rente (als bedoeld in artikel 6:119 BW) toewijzen vanaf de ontbindingsdatum (artikel 6:83 sub b BW).

Buitengerechtelijke incassokosten

4.6.

Hiltermann vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten op grond van haar algemene voorwaarden. In dit geval acht de kantonrechter redenen aanwezig om de vergoeding op grond van artikel 242 Rv te matigen tot het bedrag, berekend op grond van de bij het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten horende staffel, nu niet is gesteld en onderbouwd dat er zodanige buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht die een hoger bedrag dan de staffel rechtvaardigen. De kantonrechter zal [gedaagde] dan ook veroordelen tot betaling van € 1.030,17 aan buitengerechtelijke incassokosten.

Kosten voor inname van de auto en aangifte bij de politie

4.7.

De door Hiltermann gevorderde kosten voor het innemen van de auto ter hoogte van € 859,10 alsmede de kosten voor het doen van aangifte bij de politie ter hoogte van € 211,75 zijn op voorhand niet toewijsbaar nu deze kosten nog niet zijn gemaakt en evenmin vaststaat dat deze tot dit bedrag gemaakt gaan worden.

Proceskosten

4.8.

[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Hiltermann worden begroot op:

– kosten van de dagvaarding

120,21

– griffierecht

1.461,00

– salaris gemachtigde

1.154,00

(2 punten × € 577,00)

– nakosten

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

2.879,21

<br /> 5De beslissing

De kantonrechter

5.1.

verklaart de huurkoopovereenkomsten met betrekking tot de auto met [kenteken]

ontbonden,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] tot afgifte van de auto binnen vijf werkdagen na betekening van dit vonnis, zulks op straffe van een dwangsom van € 400,00 per dag dat hij met de afgifte in gebreke blijft, met een maximum van € 25.000,00,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] om aan Hiltermann te betalen een bedrag van € 25.517,49,

te vermeerderen met de overeengekomen rente van 18% per jaar over € 2.373,72, vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen, tot de dag van volledige betaling,

te vermeerderen met de wettelijke rente over € 23.143,77 vanaf 30 april 2025 tot de dag van volledige betaling,

met dien verstande dat, indien de auto door [gedaagde] wordt ingeleverd en vervolgens door Hiltermann wordt verkocht, de verkoopopbrengst in mindering wordt gebracht,

5.4.

veroordeelt [gedaagde] om aan Hiltermann een bedrag van € 1.030,17 aan buitengerechtelijke incassokosten te betalen,

5.5.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.879,21, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.6.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van Dam en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.

Artikel delen