Menu

Filter op
content
PONT | Data&Privacy

0

ECLI:NL:RBZWB:2026:8233

Gedeeltelijke toewijzing. Kosten rechtsbijstand bovenmatig.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 27 August 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBZWB:2026:8233
text/xml
public
2026-08-27T16:34:22
2026-08-27
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-10
25-028704
Uitspraak
Raadkamer
NL
Breda
Strafrecht

Rechtspraak.nl

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8233
text/html
public
2026-08-27T10:07:59
2026-08-27
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBZWB:2026:8233 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 10-03-2026 / 25-028704

Gedeeltelijke toewijzing. Kosten rechtsbijstand bovenmatig.


RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats Breda

parketnummer : 96-274000-24

raadkamernummer : 25-028704

datum : 10 maart 2026

beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedag] 1989 te Curaçao,

wonende op het adres [adres] ,

advocaat: mr. D. Marcus,

hierna te noemen: verzoeker.

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:

 het op 10 november 2025 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van:

€ 2.064,56, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;

€ 17,92, voor vergoeding van reiskosten;

€ 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;

het vonnis van de kantonrechter van 24 september 2025 waarbij verzoeker is vrijgesproken;

de schriftelijke reactie van het CVOM;

de overige stukken in het raadkamerdossier.

Op 24 februari 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. M. Nieuwenhuis en mr. D. Marcus als gemachtigd advocaat van verzoeker, gehoord.

Verzoeker is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het verzoek in raadkamer verschenen.

Namens verzoeker is verzocht een vergoeding van bovengenoemde schade toe te wijzen. De advocaat van verzoeker heeft in raadkamer in aanvulling op het verzoekschrift aangevoerd dat de urenspecificatie ziet op de vele contacten met verzoeker, de bewindvoerder van verzoeker, het Openbaar Ministerie en de strafgriffie sinds de ontvangst van het dossier op 16 april 2024. Verzoeker acht het billijk dat de uren die aan zijn zaak zijn besteed integraal worden vergoed.

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de schriftelijke reactie van het CVOM en zich op het standpunt gesteld dat het verzoek geheel kan worden toegewezen.

<br /> 2De beoordeling

De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij deze rechtbank is vervolgd.

Op grond van artikel 530 Sv wordt aan een gewezen verdachte een vergoeding toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Ook kan een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.

Artikel 534 lid 1 Sv bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.

Verzoeker is vrijgesproken. De rechtbank acht gronden van billijkheid aanwezig om aan verzoeker een vergoeding toe te kennen voor de gemaakte kosten.

Verzoeker heeft een bedrag ter hoogte van € 2.064,56 verzocht voor vergoeding van kosten voor rechtsbijstand. De rechtbank ziet in de aard van de verdenking (overtreding van artikel 2 van de Wet op de identificatieplicht), het procesdossier van slechts twee pagina’s, de omstandigheid dat verzoeker niet door de advocaat tijdens de zitting is bijgestaan en de declaraties die enkel bestaan uit het veelvuldig schrijven van brieven, aanleiding om de verzochte vergoeding te matigen. In raadkamer is ook niet duidelijk geworden waar de werkzaamheden nu precies uit hebben bestaan. De rechtbank acht vier uren aan verrichte werkzaamheden toewijsbaar en zal op gronden van billijkheid een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand toekennen tot een bedrag van € 1.123,57.

Verzoeker heeft voorts verzocht om vergoeding van een bedrag ter hoogte van € 17,92 voor reiskosten in verband met het bijwonen van de zitting. De rechtbank is van oordeel dat deze kosten voldoende zijn onderbouwd zijn en wijst dit bedrag ook toe.

Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van € 680,00 toegekend.

<br /> 3De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van

€ 1.821,49, bestaande uit:

– € 1.123,57 aan kosten van rechtsbijstand;

– € 17,92 aan reiskosten;

– € 680,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;

wijst het verzoek voor het overige af;

bepaalt dat een bedrag van € 1.821,49 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van [naam] , onder vermelding van “ [vermelding] ”.

Deze beslissing is genomen door mr. P.E. van Althuis, rechter, in tegenwoordigheid van

mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 10 maart 2026.

INFORMATIE RECHTSMIDDEL

Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.

Artikel delen