Het kabinet erkent de zorgen van privacytoezichthouders over de Israëlische registratieplicht voor internationale hulporganisaties in Palestijnse gebieden, maar benadrukt dat het uiteindelijk aan de Europese Commissie is om te beoordelen of deze praktijk gevolgen heeft voor de AVG-status van Israël.

Dat blijkt uit antwoorden van minister Sjoerdsma (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) en staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid) op Kamervragen van de SP en PRO.
De Autoriteit Persoonsgegevens sloot zich eerder aan bij een oproep van het Europees Comité voor Gegevensbescherming (EDPB) aan de Europese Commissie. Aanleiding is een Israëlische registratieplicht voor internationale ngo’s die actief zijn in Palestijnse gebieden.
Volgens de AP bestaat het risico dat de opgevraagde persoonsgegevens worden gebruikt voor screening en profilering van hulpverleners. Ook zouden de gegevensverwerkingen kunnen leiden tot veiligheidsrisico’s voor betrokkenen en hun familieleden.
Centraal staat de vraag of deze registratieplicht verenigbaar is met het Europese adequaatheidsbesluit voor Israël.
Een adequaatheidsbesluit betekent dat de Europese Commissie heeft vastgesteld dat een land buiten de EU een beschermingsniveau biedt dat in wezen gelijkwaardig is aan dat van de Europese Unie. Hierdoor kunnen persoonsgegevens zonder aanvullende waarborgen vanuit de EU worden doorgegeven.
Israël beschikt sinds 2011 over zo’n status. De Europese Commissie bevestigde nog in 2024 dat Israël volgens haar nog steeds een passend beschermingsniveau waarborgt.
Tegelijkertijd benadrukt het kabinet dat adequaatheidsbesluiten geen statische instrumenten zijn. De Commissie moet voortdurend beoordelen of ontwikkelingen in derde landen aanleiding geven om een besluit te wijzigen, op te schorten of zelfs in te trekken.
De discussie legt een ingewikkeld spanningsveld bloot.
Hulporganisaties geven aan dat zij enerzijds moeten voldoen aan Europese privacyregels, maar anderzijds worden geconfronteerd met Israëlische eisen om persoonsgegevens van medewerkers en betrokkenen te verstrekken.
Volgens het kabinet is de situatie voor hulporganisaties daardoor buitengewoon complex geworden. Nederland blijft zich verzetten tegen invoering van de registratieplicht in de huidige vorm en roept Israël op veilige en ongehinderde humanitaire toegang mogelijk te maken.
De zaak reikt verder dan het Midden-Oosten alleen. Het raakt aan een fundamentele vraag binnen het Europese privacyrecht: hoe robuust zijn adequaatheidsbesluiten wanneer overheden in derde landen vergaande toegang eisen tot persoonsgegevens?
De reactie van de Europese Commissie op de zorgen van de EDPB kan daarmee belangrijke gevolgen hebben voor toekomstige discussies over internationale gegevensdoorgifte en de bescherming van persoonsgegevens buiten de Europese Unie.
