Het Nederlandse kabinet trekt in de slotfase van de Europese onderhandelingen over de zogeheten Omnibus Digitaal hard aan de rem als het gaat om de bescherming van persoonsgegevens. Dat blijkt uit een Kamerbrief die staatssecretarissen Aerdts (Economische Zaken) en Van Bruggen (Justitie en Veiligheid) naar de Tweede Kamer stuurden. De inzet is helder: de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), de hoeksteen van het Europese privacyrecht, mag niet worden uitgehold.

Volgens het kabinet bevatten verschillende onderdelen van het voorstel risico’s voor bestaande privacywaarborgen. Tegelijkertijd benadrukken de bewindspersonen dat het krachtenveld nog volop in beweging is en dat op meerdere punten steun bestaat voor de Nederlandse inzet.
De Europese Commissie presenteerde in november 2025 een reeks voorstellen om digitale regelgeving te vereenvoudigen en administratieve lasten voor bedrijven te verminderen: de Omnibus Digitaal. Hoewel het voorstel primair is gericht op vereenvoudiging, bevatten de juridische details volgens het kabinet wijzigingen die verder kunnen reiken dan het verminderen van regeldruk.
Zo bevat het voorstel wijzigingen rond de definitie van persoonsgegevens en pseudonimisering, een specifieke bepaling over het gebruik van de grondslag gerechtvaardigd belang in AI-context en nieuwe bevoegdheden voor de Europese Commissie om bindende interpretaties vast te stellen op onderdelen van de AVG. Daarnaast wordt voorgesteld een uitzondering mogelijk te maken voor bijzondere persoonsgegevens die onbedoeld terechtkomen in AI-trainingsdatasets.
Het kabinet wil verschillende van deze voorstellen schrappen of fundamenteel aanpassen. “De kabinetsinzet is erop gericht om regelgeving te verduidelijken en stroomlijnen, terwijl de doelen van de wetgeving overeind blijven,” schrijven de staatssecretarissen. Vereenvoudiging mag volgens het kabinet niet ten koste gaan van fundamentele rechten.
Een van de meest gevoelige onderdelen betreft de verwerking van persoonsgegevens bij de ontwikkeling van AI-systemen. De Europese Commissie stelt voor dat bijzondere persoonsgegevens — zoals gezondheidsgegevens of informatie over religieuze overtuigingen — onder voorwaarden verwerkt mogen worden wanneer deze ondanks genomen voorzorgsmaatregelen toch in AI-systemen terechtkomen.
Volgens het Commissievoorstel zou dat onder meer mogelijk zijn wanneer verwijdering een disproportionele inspanning vergt. Nederland vindt dat criterium te ruim en pleit ervoor de uitzondering uitsluitend toe te staan wanneer verwijdering technisch onmogelijk is.
Daarnaast verzet het kabinet zich tegen een voorgestelde bepaling die het gebruik van de AVG-grondslag gerechtvaardigd belang in AI-context nader zou invullen. Volgens Nederland mag niet de indruk ontstaan dat AI-toepassingen automatisch kunnen steunen op deze grondslag. Ook wanneer een dergelijke bepaling uitsluitend in een overweging terechtkomt, blijft het kabinet kritisch. “Een overweging mag geen afbreuk doen aan de voorwaarden voor gerechtvaardigd belang,” staat in de brief.
Ook artikel 22 AVG staat ter discussie. Dit artikel geeft burgers het recht om niet uitsluitend op basis van geautomatiseerde besluitvorming te worden beoordeeld wanneer daar rechtsgevolgen aan verbonden zijn.
De Europese Commissie stelde voor het artikel anders te formuleren. Volgens onder meer de Autoriteit Persoonsgegevens, het College voor de Rechten van de Mens, de European Data Protection Board (EDPB) en de European Data Protection Supervisor (EDPS) kan die wijziging leiden tot rechtsonzekerheid. Nederland deelt die zorg en lijkt hiervoor steun van meerdere lidstaten te krijgen.
Opvallend is ook de kritiek van het kabinet op het ontbreken van een officiële effectbeoordeling. De Europese Commissie besloot geen impact assessment uit te voeren omdat de voorstellen volgens haar geen significante effecten hebben buiten het verminderen van regeldruk.
Het kabinet is het daar nadrukkelijk niet mee eens. Volgens Nederland kunnen de voorgestelde AVG-wijzigingen wel degelijk aanzienlijke gevolgen hebben. Het heeft daarom tijdens de onderhandelingen meermaals aangedrongen op een effectbeoordeling, maar daarvoor bleek onvoldoende steun binnen de Raad.
De onderhandelingen bevinden zich inmiddels in een afrondende fase. Het Cypriotische voorzitterschap wil op 26 juni een compromistekst voorleggen aan de lidstaten en een mandaat verkrijgen voor de onderhandelingen met het Europees Parlement.
Toch benadrukt het kabinet dat veel onderdelen nog kunnen wijzigen. De staatssecretarissen waarschuwen de Kamer dat de situatie de komende dagen voortdurend kan veranderen. De vraag is daarmee niet alleen óf de Omnibus Digitaal wordt aangenomen, maar vooral welke privacywaarborgen uiteindelijk overeind blijven.
