De Hoge Raad heeft de spelregels van de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA) verduidelijkt. De hoogste rechter deed dit in een procedure tussen verschillende belangenorganisaties die een collectieve schadevergoeding eisen van Apple. Het arrest bepaalt wanneer een organisatie mag aansluiten bij een lopende procedure en hoe de wettelijke aanhaaktermijn precies werkt. De zaak draait om Apple, maar de impact is groot: de uitspraak is direct belangrijk voor andere massaschieclaims, waaronder privacyzaken.

Drie belangenorganisaties willen namens App Store-gebruikers een collectieve schadevergoeding afdwingen. Zij stellen dat Apple zijn machtspositie misbruikt en zo consumenten en ontwikkelaars benadeelt via de App Store.
De eerste claim werd netjes ingeschreven in het centrale WAMCA-register. Daarna bracht een tweede organisatie snel een dagvaarding uit. Stichting Consumenten Competition Claims (CCC) dagvaardde Apple ook, maar deed dit pas toen de eerste termijn van drie maanden al voorbij was. CCC vond dat de termijnverlenging die de rechtbank eerder had gegeven, automatisch ook voor haar gold. Daarnaast voerde de stichting aan dat haar claims anders waren dan die van de eerste club. CCC sprak namelijk deels andere Apple-vennootschappen aan en kwam op voor een andere groep gedupeerden.
De WAMCA is juist ontworpen om claims over dezelfde massaschade in één keer af te wikkelen. De Hoge Raad oordeelt daarom dat het begrip “dezelfde gebeurtenis of gebeurtenissen” ruim moet worden opgevat.
Als een belangenorganisatie een iets andere achterban vertegenwoordigt of extra vennootschappen dagvaardt, maakt dat de zaak niet automatisch uniek. Waar het om gaat is of de procedures in de kern draaien om dezelfde feiten en rechtsvragen. In dit dossier was dat zo. De verschillen tussen de claims waren simpelweg te klein om er een aparte, nieuwe procedure van te maken.
Het belangrijkste punt uit het arrest gaat over de aanhaaktermijn. De WAMCA geeft andere organisaties drie maanden de tijd om aan te haken bij een lopende actie. Een rechter kan die termijn met maximaal drie maanden verlengen.
De Hoge Raad stelt nu vast dat zo’n verlenging niet automatisch voor iedereen geldt. Alleen de organisatie die zélf op tijd om verlenging heeft gevraagd, mag de extra tijd gebruiken. Komen andere stichtingen er in die eerste drie maanden niet uit? Dan moeten zij zelfstandig een verlenging aanvragen. Omdat CCC dat had nagelaten, blijft de eerdere beslissing van de rechter staan: CCC is niet-ontvankelijk.
Op één onderdeel kreeg CCC wel gelijk. De rechtbank had de stichting eerder veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van de twee andere belangenorganisaties. Dat was een fout, oordeelt de Hoge Raad. Die andere clubs zijn namelijk geen tegenpartijen, maar mede-eisers in hetzelfde schuitje. Hun kosten mogen dus niet op het bordje van CCC worden gelegd. Die kostenveroordeling is van tafel en geldt nu alleen nog voor de kosten van Apple zelf.
De zaak tegen Apple gaat over het mededingingsrecht, maar de gevolgen ervan reiken veel verder. Het arrest trekt een strakke grens voor de WAMCA-regels als meerdere organisaties opstaan voor (deels) dezelfde gedupeerden.
Dat gaan we direct merken bij collectieve privacyclaims. Bedrijven worden de laatste tijd massaal via de WAMCA aangesproken op AVG-schendingen, datalekken en illegale dataverwerking. Juist in die hoek zie je vaak meerdere claimstichtingen tegelijkertijd vechten om dezelfde zaak. De Hoge Raad trekt nu een duidelijke streep in het zand: organisaties weten voortaan exact wanneer ze te laat zijn en wanneer claims moeten samensmelten.