De Hoge Raad heeft een belangrijk deel van de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam in de langlopende privacyzaak van Stichting The Privacy Collective (TPC) tegen techgiganten Oracle en Salesforce vernietigd. Het hof had een te lage maatstaf gehanteerd bij de beoordeling of de claimstichting representatief genoeg is om namens tien miljoen Nederlandse internetgebruikers te procederen. De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Den Haag.

TPC beschuldigt Oracle en Salesforce ervan via cookies en profileringstechnieken op grote schaal inbreuk te hebben gemaakt op de privacy van internetgebruikers, onder meer voor gerichte reclame. De stichting eist namens de gedupeerden in totaal 5 miljard euro, oftewel 500 euro per persoon. Voordat de rechter aan de inhoud van die claim toekomt, moet eerst worden vastgesteld of TPC volgens de regels van de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA) ontvankelijk is om deze procedure namens de achterban te voeren.
De rechtbank Amsterdam verklaarde TPC in 2021 niet-ontvankelijk. Het gerechtshof Amsterdam vernietigde die beslissing in 2024 en oordeelde dat TPC wel mocht doorprocederen. Oracle en Salesforce gingen daartegen in cassatie; ook TPC stelde op enkele punten incidenteel cassatieberoep in.
De kern van de uitspraak van de Hoge Raad ligt bij het zogeheten representativiteitsvereiste. Een claimstichting moet, gelet op haar achterban en de omvang van de vorderingen, voldoende representatief zijn voor de groep waarvoor zij opkomt. Het hof vond het al voldoende dat een “niet te verwaarlozen aantal” mensen achter de actie stond, onder meer af te leiden uit steunbetuigingen van maatschappelijke organisaties en een bescheiden aantal “likes” op de website van TPC.
Volgens de Hoge Raad is dat onvoldoende. De rechter moet beoordelen of de collectieve vordering wordt gesteund door een voldoende groot deel van de totale groep gedupeerden — in dit geval de circa tien miljoen Nederlandse internetgebruikers namens wie TPC zegt op te treden. Het hof had bovendien onvoldoende gemotiveerd waarom de anonieme likes op de website iets zeggen over die steun, nu niet kan worden vastgesteld of deze afkomstig zijn van personen die daadwerkelijk tot die groep behoren.
Op een ander belangrijk punt kregen Oracle en Salesforce geen gelijk. Zij voerden aan dat een claimstichting al op het moment van dagvaarden aan alle ontvankelijkheidseisen moet voldoen (toetsing ex tunc). De Hoge Raad volgt echter de hoofdregel van het burgerlijk procesrecht: ook feiten en omstandigheden die zich tijdens de procedure voordoen, mogen worden meegewogen (ex nunc). Een aanvankelijk gebrek in de governance of inrichting van een belangenorganisatie kan daarom tijdens de procedure worden hersteld.
Ook het verweer dat het hof te gemakkelijk voorbij zou zijn gegaan aan het opdrachtvereiste van artikel 80 AVG slaagt niet. Oracle en Salesforce vonden dat al in de ontvankelijkheidsfase moest worden beoordeeld of TPC namens individuele betrokkenen mocht optreden. De Hoge Raad oordeelt echter dat de WAMCA niet voorschrijft dat deze AVG-specifieke vraag al in de ontvankelijkheidsfase moet worden beantwoord. Het hof mocht die beoordeling uitstellen tot de inhoudelijke behandeling van de zaak.
Tot slot bevestigt de Hoge Raad dat het gerechtshof de zaak destijds mocht terugverwijzen naar de rechtbank, hoewel terugverwijzing in het burgerlijk procesrecht normaal gesproken niet is toegestaan. Omdat een WAMCA-procedure is verdeeld in een ontvankelijkheidsfase en een inhoudelijke fase, en de rechtbank door de eerdere niet-ontvankelijkverklaring nooit aan een inhoudelijke behandeling was toegekomen, geldt hiervoor een uitzondering.
De Hoge Raad vernietigt de arresten van het gerechtshof Amsterdam en verwijst de zaak naar het gerechtshof Den Haag. Dat hof zal opnieuw moeten beoordelen of TPC voldoende representatief is om namens de groep internetgebruikers op te treden. Pas daarna kan de procedure inhoudelijk worden voortgezet.
Voor de praktijk van collectieve acties verduidelijkt de uitspraak dat rechters kritisch moeten toetsen of een belangenorganisatie daadwerkelijk wordt gesteund door een voldoende groot deel van de groep waarvoor zij optreedt. Een beperkt aantal anonieme online steunbetuigingen is daarvoor op zichzelf onvoldoende.