Een man die door politiegegevens geen VOG kreeg, heeft geen recht op volledige inzage in twee politieregistraties over hem. Volgens de rechtbank Noord-Nederland mocht de politie de stukken geheimhouden omdat inzage de privacy van derden ernstig zou aantasten. Zelfs het grote belang van de man, die stelt hierdoor zijn beroep niet meer te kunnen uitoefenen, geeft geen doorslag.

De zaak draait om een verzoek op grond van de Wet politiegegevens (Wpg). De man vroeg de politie om inzage in de politiegegevens die over hem werden verwerkt. Aanleiding daarvoor was de weigering van een verklaring omtrent het gedrag (VOG), die volgens hem verband hield met deze gegevens.
De korpschef gaf gedeeltelijk inzage, maar hield twee politieregistraties achter om de rechten en vrijheden van derden te beschermen. De man stapte daarop naar de rechtbank. Volgens hem had de politie onvoldoende rekening gehouden met zijn persoonlijke belang. Door de geweigerde VOG kon hij naar eigen zeggen zijn beroep niet meer uitoefenen.
De rechtbank stelt voorop dat iemand op grond van artikel 25 Wpg in beginsel recht heeft op inzage in politiegegevens die op hem betrekking hebben. Dat recht is echter niet absoluut. Artikel 27 Wpg maakt het mogelijk een verzoek af te wijzen wanneer dat noodzakelijk en evenredig is om onder meer de rechten en vrijheden van anderen te beschermen.
De rechtbank mocht de geweigerde registraties zelf vertrouwelijk bekijken. Op basis daarvan concludeert zij dat inzage ernstig inbreuk zou kunnen maken op de persoonlijke levenssfeer van derden. De korpschef mocht hun belangen daarom zwaarder laten wegen.
Dat de registraties volgens de man gevolgen hadden voor zijn VOG en daarmee voor zijn beroepsuitoefening, verandert die afweging niet.
Van belang is dat de politie niet automatisch voor volledige geheimhouding mag kiezen. Eerst moet worden bekeken of een minder vergaande maatregel mogelijk is, bijvoorbeeld door namen weg te lakken of slechts een deel van de registratie te verstrekken.
Ook dat biedt volgens de rechtbank hier geen uitkomst. In de registraties wordt zo vaak naar derden verwezen dat zij ondanks anonimisering nog steeds identificeerbaar zouden kunnen zijn. Volledige weigering van inzage is daarom noodzakelijk.
De politie mocht bovendien volstaan met een relatief beperkte motivering. Een uitgebreidere uitleg over waarom de stukken geheim moeten blijven, zou volgens de rechtbank juist informatie kunnen onthullen die de privacy van derden schaadt.
Het beroep is daarom ongegrond. De twee politieregistraties blijven voor de man geheim.