Menu

Filter op
content
PONT | Data&Privacy

0

Raad van State: AVG-rectificatierecht is niet bedoeld om medische beoordelingen te corrigeren

Een betrokkene kan het rectificatierecht uit de AVG niet gebruiken om een medische beoordeling waarmee zij het oneens is inhoudelijk te laten aanpassen. Persoonsgegevens komen alleen voor rectificatie in aanmerking wanneer de onjuistheid of onvolledigheid eenvoudig en objectief kan worden vastgesteld. Dat bevestigt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in een zaak over een medisch rapport van het UWV.

Redactie PONT | Data & Privacy 26 August 2026

De zaak draait om een vrouw die het UWV had gevraagd een rapport van een verzekeringsarts uit januari 2023 aan te passen. Zij was het onder meer niet eens met een passage waarin werd verwezen naar een ouder medisch rapport en met de weergave van haar medische situatie over een bepaalde periode.

Het UWV wees het rectificatieverzoek af omdat volgens de uitvoeringsinstantie niet was gebleken dat het rapport onjuiste of onvolledige persoonsgegevens bevatte. Het verzoek van de vrouw werd wel als patiëntverklaring aan haar medisch dossier toegevoegd. De rechtbank Den Haag liet de afwijzing in stand.

Alleen objectief vast te stellen onjuistheden

Ook in hoger beroep krijgt de vrouw geen gelijk. De Afdeling benadrukt dat artikel 16 AVG een betrokkene het recht geeft onjuiste persoonsgegevens te laten corrigeren en onvolledige persoonsgegevens te laten aanvullen. Daarvoor moet de onjuistheid of onvolledigheid echter eenvoudig en objectief kunnen worden vastgesteld.

Het rectificatierecht is volgens de Afdeling niet bedoeld om indrukken, meningen, onderzoeksresultaten en conclusies waarmee een betrokkene zich niet kan verenigen te corrigeren of te verwijderen. De Afdeling sluit daarmee aan bij haar eerdere uitspraak van 22 oktober 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:5083).

Ook geeft artikel 16 AVG geen algemeen recht om documenten inhoudelijk te laten aanvullen.

Geen nieuwe medische beoordeling via rectificatieverzoek

De vrouw stelde dat een verzekeringsarts naar aanleiding van haar rectificatieverzoek had moeten beoordelen of de medische aspecten in het rapport juist waren.

Daar gaat de Afdeling niet in mee. In het betreffende gespreksverslag had de verzekeringsarts weergegeven wat volgens hem tijdens het gesprek met de vrouw was besproken en door haar was gezegd. De vrouw had die weergave volgens de Afdeling niet concreet gemotiveerd betwist.

Daarmee kwam het verslag niet voor rectificatie in aanmerking. Via het rectificatierecht kan niet alsnog worden afgedwongen dat indrukken, medische beoordelingen of conclusies inhoudelijk opnieuw worden beoordeeld.

Ook een verwijzing in het rapport naar een ouder rapport uit 2012 hoefde niet te worden aangepast. Over een rectificatieverzoek voor dat oudere rapport oordeelde de Afdeling op dezelfde dag in een afzonderlijke procedure dat het UWV dat verzoek terecht had afgewezen.

Het hoger beroep is daarom ongegrond. De afwijzing van het rectificatieverzoek blijft in stand.

Artikel delen