De Europese Digital Markets Act (DMA) werd gepresenteerd als een krachtig instrument om de macht van grote technologiebedrijven te beteugelen en eerlijke concurrentie te herstellen. Toch lijkt de praktijk weerbarstiger. Volgens burgerrechtenorganisatie EDRi rijst de vraag: als de DMA daadwerkelijk ‘fit for purpose’ is, waarom blijven de zogenoemde gatekeepers dan domineren?

De DMA richt zich op het reguleren van poortwachters zoals Google, Apple en Meta, met verplichtingen rond interoperabiliteit, datatoegang en eerlijke concurrentie. In theorie moet dit kleinere spelers meer kansen geven. In de praktijk signaleren critici echter meerdere knelpunten:
Hierdoor ontstaat een spanningsveld tussen formele naleving en feitelijke marktdynamiek.
De analyse raakt aan fundamentele vragen over digitale autonomie en de rol van Europese regelgeving. Is sectorale regulering zoals de DMA voldoende om structurele machtsconcentratie te doorbreken? Of zijn aanvullende instrumenten nodig, bijvoorbeeld op het gebied van datadeling, interoperabiliteit of zelfs opsplitsing van platformen?
Daarnaast is er een duidelijke link met andere Europese kaders zoals de Digital Services Act (DSA) en de Data Act, die samen een complex reguleringslandschap vormen. Voor professionals betekent dit dat compliance niet alleen juridisch, maar ook strategisch moet worden benaderd.
