Menu

Filter op
content
PONT Data&Privacy

0

ECLI:NL:GHAMS:2025:1968

Veroordeling voor schuldwitwassen. Beslagbeslissing. Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Gerechtshof Amsterdam 28 July 2025

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:GHAMS:2025:1968 text/xml public 2025-07-28T16:55:43 2025-07-28 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2025-04-03 23-001081-23 Uitspraak Hoger beroep NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:1968 text/html public 2025-07-28T16:49:56 2025-07-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2025:1968 Gerechtshof Amsterdam , 03-04-2025 / 23-001081-23
Veroordeling voor schuldwitwassen. Beslagbeslissing. Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001081-23

datum uitspraak: 3 april 2025

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 30 maart 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-042494-22 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1950,

adres: [adres] .

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

20 maart 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van wat de verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht.

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij die op of omstreeks 18 februari 2022, te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een voorwerp/voorwerpen, te weten:

- een geldbedrag van ongeveer 49.840,- euro en/of

- een geldbedrag van ongeveer 500,- euro en/of

- een horloge (Breitling)

heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddelijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 18 februari 2022, te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een voorwerp, te weten:

- een geldbedrag van ongeveer 49.840,- euro

voorhanden heeft gehad, terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

Wat meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

schuldwitwassen.

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde witwassen veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg is opgelegd.

De raadsman heeft het hof– kort gezegd – verzocht om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte in het bijzonder met zijn leeftijd en zijn gezondheid, met de recente (langdurige) detentie die de verdachte in Frankrijk heeft ondergaan en met zijn proceshouding.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan schuldwitwassen. Schuldwitwassen vormt een ernstige bedreiging voor de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Het gaat hier derhalve om een ernstig feit.

Gelet op straffen die in soortgelijke gevallen plegen te worden opgelegd, acht het hof in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden.

Het hof zal de verdachte echter een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. Daarbij neemt het hof in het bijzonder in aanmerking dat het hof – anders dan de rechtbank – tot een bewezenverklaring van schuldwitwassen komt, wat een lager strafmaximum kent. Ter terechtzitting in hoger beroep is bovendien gebleken dat de verdachte in een broze gezondheid verkeert. Daar komt bij dat de verdachte pas recent in vrijheid is gesteld nadat hij geruime tijd in Frankrijk gedetineerd heeft gezeten. Het hof acht het bij deze stand van zaken niet opportuun om aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen waardoor hij opnieuw gedetineerd raakt.

Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Onder de verdachte zijn, blijkens een beslaglijst van 6 februari 2023, de volgende voorwerpen in beslag genomen en nog niet teruggegeven:

1 STK Horloge (omschrijving: PL1300-2022032853-6153639, Breitling A32380)

49840 EUR (omschrijving PL1300-2022032853-G6153694)

500 EUR.

Verbeurdverklaring

Het inbeslaggenomen geldbedrag van € 49.840,00 dient te worden verbeurdverklaard en is daarvoor vatbaar, aangezien het bewezenverklaarde met betrekking tot dit voorwerp is begaan.

Teruggave aan de verdachte

Het hof gelast de teruggave van de onder de verdachte inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten een geldbedrag van € 500,00 en een Breitling horloge. Een relatie met het door de verdachte gepleegde strafbare feit kan niet worden vastgesteld.

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a en 420quater van het Wetboek van Strafrecht.

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen wat de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- 49840 EUR (omschrijving PL1300-2022032853-G6153694).

Gelast de teruggave aan de verdachte van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 500 EUR;

- 1 STK Horloge (omschrijving: PL1300-2022032853-6153639, Breitling A32380).

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Kengen, mr. M.J.A. Duker en mr. A.H. Tiemens, in tegenwoordigheid van

mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

3 april 2025.

mr. S. Bonset is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Artikel delen