ECLI:NL:GHAMS:2025:3771
Gerechtshof Amsterdam 2 March 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2025:3771
text/xml
public
2026-03-02T15:57:16
2026-02-27
Raad voor de Rechtspraak
nl
Gerechtshof Amsterdam
2025-10-16
23-002114-24
Uitspraak
Hoger beroep
NL
Amsterdam
Strafrecht
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNHO:2024:11020, Overig
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:3771
text/html
public
2026-03-02T15:56:33
2026-03-02
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:GHAMS:2025:3771 Gerechtshof Amsterdam , 16-10-2025 / 23-002114-24
Oplichting (phishing van creditcardgegevens), voorhanden hebben van technische hulpmiddelen om computerfraudedelicten te plegen, computervredebreuk en voorhanden hebben van een vuurwapen. Gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk.
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-002114-24 (strafzaak)
Datum uitspraak: 16 oktober 2025
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 9 september 2024 in de strafzaak onder parketnummer
15-303862-23 tegen:
[verdachte]
,
geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats] ,
adres: [adres] ,
thans gedetineerd in de Penitentiaire [detentieadres] .
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 2 oktober 2025 en het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman en de vertegenwoordiger van de benadeelde partij naar voren hebben gebracht.
Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten nadere omschrijving van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv), is aan de verdachte ten laste gelegd dat:
feit 1
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 december 2022 tot en met 6 januari 2024 te Amsterdam en/of Almelo en/of Valkenswaard, althans in Nederland meermalen althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of International Card Services B.V. heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten inloggegevens en/of bankgegevens en/of gebruikersnaam en/of wachtwoord en/of klantgegevens en/of twee-factor authenticatiecodes (2FA), althans daarmee vergelijkbare gegevens, van het account van klanten van International Card Services, door:
- [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of de klanten van International Card Services een email, althans een bericht, te sturen, als het ware deze email, althans bericht, afkomstig was van International Card Services en/of (vervolgens)
- door de inhoud van voornoemde email, althans bericht, heeft bewogen tot het klikken op een hyperlink en worden doorverwezen en/of geleid naar een valse/namaak website van de International Card Services en/of (vervolgens)
- [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of de klanten van International Card Services heeft bewogen op die/een valse/namaak website van de International Card Services zijn (inlog)gegevens en/of twee-factor authenticatiecodes (2FA) in te vullen en/of bij te werken en/of achter te laten en/of door te geven;
feit 2
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 december 2022 tot en met 6 januari 2024 te Amsterdam en/of Almelo en/ Valkenswaard, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (een) technisch(e) hulpmiddel(en) die/dat hoofzakelijk gemaakt en ontworpen was/waren tot het plegen van een misdrijf als bedoel in artikel 138ab Wetboek van Strafrecht, heeft vervaardigd, voorhanden heeft gehad inloggegevens en/of bankgegevens en/of gebruikersnaam en/of wachtwoord en/of klantgegevens en/of twee-factor authenticatiecodes (2FA), althans daarmee vergelijkbare gegevens, waardoor toegang kan worden verkregen tot een geautomatiseerd werk of een deel daarvan, heeft verworven, ter beschikking heeft gesteld en voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab eerste en tweede lid van het Wetboek van Strafrecht werd gepleegd, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)
- ( een) phishing website(s) en/of (tekst)bestanden bestemd voor geautomatiseerde verzending van zogeheten phishing e-mails, voorhanden gehad en gebruikt, met de bedoeling om (een) inloggegevens en/of bankgegevens en/of gebruikersnaam en/of wachtwoord en/of klantgegevens en/of twee-factor authenticatiecodes (2FA), althans daarmee vergelijkbare gegevens af te vangen die toegang geven tot het/de geautomatiseerde (betaal)syste(e)m(en) van een of meerdere bank(en) en/of
- ( vervolgens) (die) inloggegevens verworven en/of ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad met de bedoeling om daarmee zichzelf of een ander toegang te verschaffen tot het telecommunicatieverkeer en/of betalingsverkeer zijnde geautomatiseerde werken van International Card Services;
feit 3
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 december 2022 tot en met 6 januari 2024 te Amsterdam en/of Almelo en/of Valkenswaard, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) (een) geautomatiseerd(e) werk(en), te weten computersyste(e)m(en) en/of server(s) van International Card Services, is/zijn binnengedrongen door het doorbreken van een beveiliging en/of door een technische ingreep en/of met behulp van valse signalen en/of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid te weten door het inloggen met onrechtmatig verkregen inloggegevens en/of bankgegevens en/of gebruikersnaam en/of wachtwoord en/of klantgegevens en/of twee-factor authenticatiecodes (2FA), althans daarmee vergelijkbare gegevens van, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of klanten van International Card Services, door het aannemen van een valse hoedanigheid door zich voor te doen als International Card Services;
feit 4
hij op of omstreeks 30 januari 2024 te Amsterdam een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten gasvuurwapen (in de vorm van een revolver), van het merk BBM, type/model Bruni Olympic (een single/double action werkend gasvuurwapen) kaliber 6mm R K zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een iets andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde feiten kunnen worden bewezen, waarbij wordt aangesloten bij de bewezenverklaring in het vonnis van de rechtbank, behalve ten aanzien van de navolgende onderdelen:
- ten aanzien van feit 1 wordt partiële vrijspraak gevorderd wat betreft het door [slachtoffer 1] en
[slachtoffer 2] invoeren van een gebruikersnaam en een wachtwoord, nu dit niet uit het dossier kan worden afgeleid;
- ten aanzien van feit 2 wordt partiële vrijspraak gevorderd van het tenlastegelegde ‘(tekst)bestanden bestemd voor geautomatiseerde verzending van zogeheten phishing e-mails’, nu uit het dossier onvoldoende blijkt welke bestanden hiermee worden bedoeld en of dit tekstbestanden zijn of software in de zin van een technisch hulpmiddel als bedoeld in artikel 139d van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Daarnaast is partiële vrijspraak gevorderd van het tweede gedachtestreepje, nu niet kan worden bewezen dat telecommunicatieverkeer en betalingsverkeer geautomatiseerde werken zijn in de zin van artikel 80sexies Sr.
De raadsman heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Feiten 1, 2 en 3
Het hof is van oordeel dat het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde kan worden bewezenverklaard. Daartoe neemt het hof hieronder de bewijsoverweging van de rechtbank in paragraaf 3.3.3 van het vonnis met een aantal aanpassingen over.
Algemeen
In deze zaak gaat het over phishing van creditcardgegevens. Phishing is een vorm van oplichting via het internet waarbij het slachtoffer wordt verleid om bepaalde, veelal financiële, gegevens te delen. Dit gebeurt meestal door op een link te klikken die het slachtoffer via bijvoorbeeld een e-mail heeft ontvangen. Deze e-mails zijn nauwelijks te onderscheiden van de e-mails die door de creditcarduitgevers worden verstuurd en worden vaak verzonden naar zeer veel verschillende e-mailadressen. De link in de phishing e-mail leidt naar een zogenaamd phishing panel: een website die is vormgegeven alsof het de website van de creditcarduitgever is. Op die website wordt de bezoeker gevraagd om gegevens in te voeren zoals rekeningnummer, pasnummer, geboortedatum, creditcardnummer en CVC-code. De beheerder van het phishing panel kan met de ingevoerde gegevens, nadat de creditcarduitgever de zogenaamde 2FA-code (een tweefactorauthenticatiecode) heeft verstrekt, vervolgens de controle krijgen over de creditcards en daarmee betalingen doen. Het doel hiervan is zoveel mogelijk (creditcard)gegevens van mensen te achterhalen om vervolgens deze gegevens te kunnen misbruiken voor eigen financieel gewin.
Handelwijze in deze zaak
Het onderzoek in de onderhavige zaak is gestart naar aanleiding van de twee aangiftes van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Beiden hadden een phishing e-mail ontvangen die afkomstig leek te zijn van creditcarduitgever International Card Services B.V. (hierna: ICS).
In de door de aangevers ontvangen e-mails stond dat zij zich via een hyperlink moesten identificeren om hun creditcard te kunnen deblokkeren. Via de hyperlink kwamen zij vervolgens terecht op de websites ‘https://verificatie-omgeving[.][naam][.]com/newleeg.php’ en ‘https://verificatieproces[.][naam][.]com/newleeg.php’ (hierna: de phishing websites), waar de aangevers diverse (persoons)gegevens hebben ingevuld. Met deze gegevens kon de
beheerder van de phishing websites de ICS-app downloaden en koppelen aan de creditcardrekeningen van de aangevers. Voor deze koppeling was onder andere een verificatiecode vereist, die door ICS werd verstrekt na het invullen van de (persoons)gegevens door aangevers. Deze zogenaamde tweefactorauthenticatiecode werd vervolgens door de aangevers ook ingevoerd op de phishing website. Nadat de aangevers hun (persoons)gegevens hadden ingevoerd op de phishing website, werden deze gegevens direct, door middel van een bot, doorgestuurd naar onder meer de Telegram-kanalen ‘@Sovjetunie’ en ‘@Jaapedenbaan’. Op het moment dat de gephishte gegevens werden ontvangen, werden via de betreffende Telegram-app pushmeldingen gestuurd naar de telefoon van de phisher, zodat die direct aan de slag kon met deze gegevens. De phisher kon vervolgens de rekeningen van de aangevers koppelen aan de ICS-app op zijn eigen apparaat, waarna hij online aankopen kon betalen met de creditcards van de aangevers. Op die manier zijn er meerdere bedragen afgeschreven van de rekeningen
van de aangevers.
In het onderzoek zijn door de politie (persoons)gegevens van meerdere kaarthouders van ICS aangetroffen. Deze kaarthouders bleken vergelijkbare phishing e-mails te hebben ontvangen. Naar aanleiding hiervan heeft ICS, namens haar klanten, eveneens aangifte gedaan.
Rol van de verdachte
Uit het onderzoek naar de phishing websites blijkt dat gebruik is gemaakt van twee verschillende phishing websites, waarin onder meer de hostingprovider en de domeinnaam ‘[naam]’ overeenkomen. Deze phishing websites worden gehost door een Nederlandse hostingpartij, genaamd [bedrijf 1] B.V. (hierna: [bedrijf 1] ).
Uit informatie van [bedrijf 1] volgt dat de betalingen voor het hosten van de phishing websites zijn gedaan met bitcoins. De bitcoin wallet waarmee de betalingen zijn gedaan is in rechtstreeks verband te brengen met een wallet bij [bedrijf 2] , die op naam van de verdachte staat en waaraan het telefoonnummer van de verdachte is gekoppeld. Bovendien heeft de verdachte verklaard dat hij de gebruiker is van het
e-mailadres ‘ [email] ’. Dit e-mailadres is door [bedrijf 1] geregistreerd als het e-mailadres van de klant die de hostingdienst voor de phishing websites afnam.
Verder blijkt uit nader onderzoek dat de back-end van de phishing websites stelselmatig werd bezocht door het IP-adres ‘ [ip-adres] ’. Dit IP-adres blijkt te zijn gekoppeld aan het woonadres van de verdachte. Ook het telefoonnummer van de verdachte straalt zendmasten aan in de buurt van dat woonadres van de verdachte op de momenten dat de phishing websites vanaf dat IP-adres worden benaderd. Uit onderzoek blijkt verder dat dit IP-adres de phishing websites niet meer heeft benaderd na de aanhouding van de verdachte op 30 januari 2024.
Onder de verdachte zijn meerdere telefoons in beslag genomen. De verdachte heeft verklaard hiervan de gebruiker te zijn. Uit onderzoek naar deze toestellen is gebleken dat hierop de aanmaak van onder meer de Telegram-bots ‘@Sovjetunie’ en ‘@Jaapedenbaan’ is terug te vinden. Deze bots plaatsten de informatie vanuit de phishing websites in onder andere de Telegram-groepen ‘@Sovjetunie’ en ‘@Jaapedenbaan’.
De verdachte heeft verklaard dat hij toegang had tot deze groepen en dat hij ook een aantal maal de gephiste gegevens heeft gebruikt om aankopen mee te doen. Volgens de verdachte konden echter meerdere personen gebruikmaken van de gephiste gegevens. Hij is naar eigen zeggen dan ook niet verantwoordelijk voor het bedrag dat volgt uit de aangiften, maar heeft daar hooguit € 3.000,00 mee verdiend. Het hof vindt deze verklaring van de verdachte ongeloofwaardig. Het hof stelt namelijk vast dat uit het onderzoek is gebleken dat in de Telegram-groepen ‘@Sovjetunie’ en ‘@Jaapedenbaan’ maar twee deelnemers zaten, namelijk de bot en de accounteigenaar, de verdachte dus. Niet is gebleken dat naast de verdachte ook anderen lid waren van de genoemde Telegram-groepen. In de verschillende telefoons van de verdachte zijn onder andere de gephiste gegevens aangetroffen van aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] maar ook van vele andere slachtoffers (in totaal van 65 personen). Bovendien blijkt dat de gephiste gegevens veelal binnen een half uur werden gebruikt.
Oordeel van het hof
Het hof is, op grond van het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel dat de verdachte degene is geweest die de phishing websites in beheer had, de phishing e-mails naar aangevers heeft verstuurd, de gephishte gegevens ontving door middel van de door hem aangemaakte Telegram-bots in de genoemde Telegram-groepen en deze gegevens heeft gebruikt voor het doen van aankopen. De verdachte heeft zich hiermee, onder meer door het aannemen van een valse hoedanigheid, schuldig gemaakt aan oplichting van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .
Gelet op het voorgaande is het hof tevens van oordeel dat de verdachte de phishing websites voorhanden heeft gehad en heeft gebruikt met het oogmerk computervredebreuk te plegen.
Met de door middel van oplichting verkregen gegevens van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en andere klanten van ICS heeft de verdachte ingelogd in de ICS-app die hij op zijn eigen apparaat had geïnstalleerd. Op deze wijze heeft de verdachte zich voorgedaan als geautoriseerde klant van ICS en zich de toegang verschaft tot hun systeem. De verdachte heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan computervredebreuk.
Conclusie
Gelet op het bovenstaande komt het hof tot een bewezenverklaring van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten. Voor wat betreft de startdatum van de periode bij de feiten 2 en 3 sluit het hof aan bij de datum van oplichting van het eerste slachtoffer dat voorkomt in de telefoons van de verdachte.
Partiële vrijspraak
Met de advocaat-generaal en de rechtbank is het hof van oordeel dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de onder 1 tenlastegelegde oplichting van ICS, nu de tenlastelegging geen oplichtingshandelingen bevat die betrekking hebben op ICS. Daarnaast is het hof met de
advocaat-generaal en anders dan de rechtbank van oordeel dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de door de advocaat-generaal genoemde onderdelen van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten, zoals hiervoor, bij het standpunt van de advocaat-generaal weergegeven.
Feit 4
Op grond van de bekennende verklaring van de verdachte en het proces-verbaal ‘determinatie onderzoek vuurwapen en munitie’ acht het hof het onder 4 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
feit 1
hij in de periode van 1 augustus 2023 tot en met 30 september 2023 in Nederland meermalen met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bewogen tot het ter beschikking stellen van gegevens, te weten inloggegevens en/of bankgegevens en/of klantgegevens en/of twee-factor authenticatiecodes (2FA), door:
- [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] een e-mail te sturen, als het ware deze e-mail afkomstig van International Card Services en vervolgens
- door de inhoud van voornoemde e-mail heeft bewogen tot het klikken op een hyperlink en doorverwezen en/of geleid naar een valse/namaak website van International Card Services en vervolgens
- [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bewogen op die valse/namaak website van International Card Services zijn (inlog)gegevens en twee-factor authenticatiecodes (2FA) in te vullen en/of bij te werken en/of achter te laten en/of door te geven;
feit 2
hij in de periode van 1 maart 2023 tot en met 6 januari 2024 in Nederland meermalen technische hulpmiddelen die hoofzakelijk gemaakt en ontworpen waren tot het plegen van een misdrijf als bedoel in artikel 138ab Wetboek van Strafrecht, heeft verworven en voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab eerste en tweede lid van het Wetboek van Strafrecht werd gepleegd, immers heeft verdachte phishing websites voorhanden gehad en gebruikt, met de bedoeling om inloggegevens en/of bankgegevens en/of klantgegevens en/of twee-factor authenticatiecodes (2FA) af te vangen die toegang geven tot een geautomatiseerd (betaal)systeem;
feit 3
hij in de periode van 1 maart 2023 tot en met 6 januari 2024 in Nederland, telkens opzettelijk en wederrechtelijk in een gedeelte van (een) geautomatiseerd(e) werk(en), te weten computersyste(e)m(en) en/of server(s) van International Card Services, is binnengedrongen met behulp van een valse sleutel, te weten door het inloggen met onrechtmatig verkregen inloggegevens en/of bankgegevens en/of gebruikersnaam en/of wachtwoord en/of klantgegevens en/of twee-factor authenticatiecodes (2FA) van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en klanten van International Card Services;
feit 4
hij op 30 januari 2024 te Amsterdam een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een gasvuurwapen van het merk BBM, type/model Bruni Olympic (een single/double action werkend gasvuurwapen) kaliber 6mm R K zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver voorhanden heeft gehad.
Hetgeen onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
oplichting, meermalen gepleegd.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste en tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt gepleegd, een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is tot het plegen van een zodanig misdrijf, verwerven of voorhanden hebben, meermalen gepleegd.
Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:
computervredebreuk, meermalen gepleegd.
Het onder 4 bewezenverklaarde levert op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde uitsluit.
De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met aftrek van het voorarrest.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechtbank is opgelegd.
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte wat hem betreft lang genoeg heeft vastgezeten.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen en neemt de overwegingen van de rechtbank in paragraaf 6.3 van het vonnis grotendeels over.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich ongeveer tien maanden beziggehouden met phishing. Het gaat hier om een geraffineerde vorm van digitale fraude waarbij slachtoffers worden misleid en bestolen. De verdachte heeft e-mails verstuurd aan vele e-mailadressen, waarin stond dat de ontvangers zich online moesten identificeren om hun creditcard te kunnen deblokkeren. Met de gephishte gegevens heeft de verdachte zichzelf via de ICS-app toegang verschaft tot de creditcards van de slachtoffers, en daarmee vervolgens online aankopen gedaan. Daarmee is grote financiële schade aangericht aan ICS, die de vele slachtoffers heeft gecompenseerd. De verdachte heeft technische hulpmiddelen voorhanden gehad om daarmee computerfraudedelicten te plegen. De verdachte is bovendien het systeem van ICS wederrechtelijk binnengedrongen nadat hij de (persoons)gegevens van de slachtoffers door phishing had ontvangen.
De laatste jaren wordt een toenemend aantal burgers slachtoffer van deze ernstige en hardnekkige vorm van criminaliteit. Door deze vorm van fraude wordt het vertrouwen dat de samenleving moet kunnen hebben in het digitale berichten- en betalingsverkeer ernstig ondermijnd. Wanneer dit vertrouwen niet meer aanwezig is, bestaat het risico van ontwrichting van het maatschappelijk en economisch verkeer. De verdachte heeft met zijn handelen enkel zijn eigen financiële gewin voor ogen gehad.
Daarnaast heeft de verdachte een vuurwapen, te weten een gasvuurwapen in de vorm van een revolver, voorhanden gehad. Het ongecontroleerde bezit van wapens brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich en leidt tot onveiligheid in de maatschappij.
Gelet op de ernst van de feiten kan naar het oordeel van het hof niet worden volstaan met een andere straf dan met een forse gevangenisstraf.
Voor zover de raadsman zich op het standpunt heeft gesteld dat de door de advocaat-generaal gevorderde vrijspraken van onderdelen van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten moeten leiden tot een lagere gevangenisstraf dan door de rechtbank opgelegd, overweegt het hof dat die vrijspraken niet van zulke betekenis zijn dat deze een lagere gevangenisstraf tot gevolg zouden moeten hebben.
Persoon van de verdachte
In het reclasseringsadvies van 23 april 2024 staat dat de verdachte zich grotendeels op zijn zwijgrecht heeft beroepen en zich niet gemotiveerd heeft getoond voor hulpverlening in een verplicht kader. Daarom adviseerde de reclassering een straf zonder bijzondere voorwaarden. Op het verzoek van de verdediging heeft de reclassering op 13 en 15 januari 2025 nieuwe reclasseringsrapporten opgesteld, waaruit volgt dat de verdachte heeft verklaard dat hij ten tijde van de tenlastegelegde feiten schulden had en dat de verdachte zich intrinsiek gemotiveerd toonde voor hulpverlening. De verdachte is binnen detentie aangemeld voor meerdere trainingen, onder meer op het gebied van financiën, die aansluiten bij zijn hulpvraag. De reclassering adviseert opnieuw een straf zonder bijzondere voorwaarden.
Uit een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 16 september 2025 blijkt dat de verdachte eerder, in 2017, is veroordeeld voor vermogensdelicten.
Conclusie
Alles afwegende acht het hof een gevangenisstraf van dertig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, passend en geboden. Het voorwaardelijk strafdeel strekt ertoe de verdachte ervan te weerhouden gedurende de proeftijd opnieuw strafbare feiten te plegen.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv, aan de orde is.
Beslag
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof dezelfde beslagbeslissingen zal nemen als de rechtbank.
De raadsman heeft verzocht de goederen als vermeld in een e-mail van de raadsman van 2 oktober 2025 aan de verdachte terug te geven.
Het hof is van oordeel dat over de in beslag genomen goederen kan worden beslist overeenkomstig het vonnis van de rechtbank, met uitzondering van ‘administratie diverse aankoopbonnen’ en een aantal telefoons. Deze administratie en telefoons zijn niet vatbaar voor verbeurdverklaring en moeten aan de verdachte worden teruggegeven. Verder zal het hof de beslissing tot onttrekking aan het verkeer van een autosleutel van het merk Range Rover verder toelichten. Voor het overige neemt het hof hierna de overwegingen van de rechtbank in paragraaf 7 van het vonnis over. Voor zover conservatoir beslag is gelegd op goederen waarvan de raadsman heeft verzocht om teruggave aan de verdachte, overweegt het hof dat het daarover geen beslissing kan nemen (artikel 353, eerste lid, en 415, eerste lid, Sr).
De meeste op de beslaglijsten genoemde voorwerpen zijn aangetroffen in de woning waar de verdachte met zijn moeder en broer woonde. Op de beslaglijsten is aangegeven in welke ruimte de goederen zijn aangetroffen: in de slaapkamer van de verdachte, op de overloop en in de woonkamer. Enkele voorwerpen zijn aangetroffen in de Volkswagen met kenteken [kenteken] , waarvan een autosleutel op het nachtkastje van de verdachte is aangetroffen. Eén Sony Playstation is in de slaapkamer van de broer van de verdachte aangetroffen. Gelet op de locatie waar de voorwerpen zijn aangetroffen, gaat het hof ervan uit dat deze voorwerpen, met uitzondering van de genoemde Sony Playstation, toebehoren aan de verdachte. Het hof gaat er dus van uit dat de Sony Playstation toebehoort aan de broer van de verdachte.
Onttrekking aan het verkeer
De volgende voorwerpen zijn voorwerpen met betrekking tot welke feit 4 is begaan, en waarvan het ongecontroleerde bezit in strijd is met de wet, zodat deze dienen te worden onttrokken aan het verkeer:
BVH 1569741 Vuurwapen BBM Bruni Olympic
BVH I 569748 Munitie 22 patronen
De volgende voorwerpen behoren de verdachte toe en zijn aangetroffen bij gelegenheid van het onderzoek naar de door hem begane feiten. Deze voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten en tevens is het ongecontroleerde bezit van deze voorwerpen in strijd met de wet of het algemeen belang, zodat deze voorwerpen dienen te worden onttrokken aan het verkeer:
803734 Skimmer
803731 Autosleutel Range Rover
Uit onderzoek is gebleken dat de autosleutel van het merk Range Rover niet aan een voertuig te koppelen was, maar wel programmeerbaar was. Met zo’n sleutel kan een auto worden weggenomen van de rechtmatige eigenaar.
Verbeurdverklaring
Het hof is van oordeel dat de volgende voorwerpen aan de verdachte toebehoren of dat hij die geheel of ten dele ten eigen bate kan aanwenden, en dat deze voorwerpen geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van de feiten 1, 2 en 3 zijn verkregen, zodat deze voorwerpen dienen te worden verbeurd verklaard:
41.1 STK Niet te definiëren goederen (Omschrijving: NHRBE23002-803784 Playstation, wit, merk: Sony)
42. 1 STK Niet te definiëren goederen (Omschrijving: NHRBE23002-803782 Playstation, wit, merk: Sony)
43. 1 STK Niet te definiëren goederen (Omschrijving: NHRBE23002-803756 Playstation, wit, merk: Sony)
Het hof is van oordeel dat de feiten 1, 2 en 3 zijn begaan of voorbereid met behulp van de volgende voorwerpen, zodat deze voorwerpen dienen te worden verbeurd verklaard:
44.1 STK Simkaart van zaktelefoon (Omschrijving: [nummer 1] . Vodafone)
803732 Simcard Vodafone
803735 Safepal
803736 Laptop HP
803737 Ledger Nano
803738 Ledger Nano
803739 Telefoon Samsung
803745 Telefoon iPhone 8
803746 Telefoon iPhone 13 mini
803747 Telefoon Google Pixel 7a
803748 Telefoon iPhone 7
803836 Administratie card unlock for iPhone
803857 Simcard UK simcard
Teruggave aan de verdachte
Het hof is van oordeel dat de volgende voorwerpen dienen te worden teruggegeven aan de verdachte:
46.1 STK Baseballcap
803780 Kentekenbewijs [kenteken] (Volkswagen)
803837 Bankkaart N26 Mastercard
803839 Bankkaart KNAB tnv [verdachte] [bedrijf 3]
803779 Kaart met magneetstrip
803854 Bankkaart Bunq debitkaart onv [verdachte]
803855 Bankkaart Ledger debitkaart [nummer 2] onv [verdachte]
803856 Bankkaart ABN Amro [iban] onv [verdachte]
BVH 1570077 Bankkaart Paysafecard prepaid onv [verdachte]
BVH 1570081 Bankkaart ABN Amro Wereldpas [iban] onv [verdachte]
803771 Administratie diverse aankoopbonnen
803740 Telefoon iPhone X
803741 Telefoon Samsung SM-G935F
803742 Telefoon iPhone 7 of 8
803743 Telefoon iPhone 7 of 8
803749 Telefoon iPhone 14
803750 Telefoon iPhone X
Teruggave aan de rechthebbende
Het hof is van oordeel dat de volgende onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen dienen te worden teruggegeven aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt:
803784 Spelcomputer Sony Playstation slaapkamer broer, tv meubel: aan de broer van de verdachte
BVH 1570070 Klantenpas [bedrijf 4] onv [persoon 1] : aan [persoon 1]
BVH 1570073 Bankkaart Openbank debitkaart onv [persoon 2] : aan [persoon 1]
BVH 1570075 Bankkaart Vodafone Pay V Pay onv [persoon 3] : aan [persoon 3]
BVH 1570078 Bankkaart Revolut Maestro onv [persoon 4] : aan [persoon 4]
BVH 1570083 Poststukken Rabobank Brief pincode voor betaalpas Gericht aan [persoon 5] : aan [persoon 5]
BVH 1570084 Poststukken [bedrijf 2] Activeringscode crypto Gericht aan [persoon 6] : aan [persoon 6]
Vordering van de benadeelde partij ICS
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 36.722,99. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 36.722,70. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd en heeft de vordering verhoogd naar € 81.870,08. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de benadeelde partij de vordering weer verlaagd naar € 36.722,99.
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen tot een bedrag van € 36.722,70, te vermeerderen met de wettelijke rente. Daarnaast heeft zij gevorderd dat een schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd voor een bedrag € 56.365,06, te weten het bedrag dat volgens de advocaat-generaal in de ontnemingszaak als wederrechtelijk verkregen voordeel dient te worden vastgesteld. Zij heeft daartoe aangevoerd dat het redelijk is als het bij de verdachte geïncasseerde geld aan ICS wordt toegekend in plaats van aan de Staat, nu ICS schade heeft opgelopen door de bedragen van de slachtoffers te vergoeden.
De raadsman heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 en 3 bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Het hof gaat daarbij uit van het opgetelde schadebedrag zoals vermeld in de aangifte van ICS, te weten een bedrag van € 36.722,70. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen. Het hof wijst de vordering voor het overige af.
Naar het oordeel van het hof noopt het verbod tot verhoging van de vordering van de benadeelde partij in hoger beroep tot zeer terughoudende toepassing van de mogelijkheid om in hoger beroep over te gaan tot oplegging van een schadevergoedingsmaatregel die de hoogte van de initiële vordering van de benadeelde partij overstijgt. Indien daartoe te lichtvaardig zou worden overgegaan, zou dit kunnen leiden tot omzeiling van het verbod tot verhoging daarvan. Dit impliceert dat de mogelijkheid tot oplegging van een schadevergoedingsmaatregel in hoger beroep, die de hoogte van de vordering van de benadeelde partij in eerste aanleg overstijgt, dient te worden voorbehouden aan zeer uitzonderlijke gevallen. In het onderhavige geval is zo’n uitzonderlijk geval niet aan de orde.
Het hof zal derhalve de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot het bedrag van € 36.722,70 op de hierna te noemen wijze, om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, en niet meegaan in de door de advocaat-generaal verzochte verhoging tot € 56.365,06.
De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36d, 36f, 57, 138ab, 139d en 326 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
41.1 STK Niet te definiëren goederen (Omschrijving: NHRBE23002-803784 Playstation, wit, merk: Sony)
42. 1 STK Niet te definiëren goederen (Omschrijving: NHRBE23002-803782 Playstation, wit, merk: Sony)
43. 1 STK Niet te definiëren goederen (Omschrijving: NHRBE23002-803756 Playstation, wit, merk: Sony)
44.1 STK Simkaart van zaktelefoon (Omschrijving: [nummer 1] . Vodafone)
803732 Simcard Vodafone
803735 Safepal
803736 Laptop HP
803737 Ledger Nano
803738 Ledger Nano
803739 Telefoon Samsung
803745 Telefoon iPhone 8
803746 Telefoon iPhone 13 mini
803747 Telefoon Google Pixel 7a
803748 Telefoon iPhone 7
803836 Administratie card unlock for iPhone
803857 Simcard UK simcard
Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
BVH 1569741 Vuurwapen BBM Bruni Olympic
BVH I 569748 Munitie 22 patronen
803734 Skimmer
803731 Autosleutel Range Rover
Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
46.1 STK Baseballcap
803780 Kentekenbewijs [kenteken] (Volkswagen)
803837 Bankkaart N26 Mastercard
803839 Bankkaart KNAB tnv [verdachte] [bedrijf 3]
803779 Kaart met magneetstrip
803854 Bankkaart Bunq debitkaart onv [verdachte]
803855 Bankkaart Ledger debitkaart [nummer 2] onv [verdachte]
803856 Bankkaart ABN Amro [iban] onv [verdachte]
BVH 1570077 Bankkaart Paysafecard prepaid onv [verdachte]
BVH 1570081 Bankkaart ABN Amro Wereldpas [iban] onv [verdachte]
803771 Administratie diverse aankoopbonnen
803740 Telefoon iPhone X
803741 Telefoon Samsung SM-G935F
803742 Telefoon iPhone 7 of 8
803743 Telefoon iPhone 7 of 8
803749 Telefoon iPhone 14
803750 Telefoon iPhone X
Gelast de teruggave aan de rechthebbende van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
803784 Spelcomputer Sony Playstation slaapkamer broer, tv meubel: aan de broer van de verdachte
BVH 1570070 Klantenpas [bedrijf 4] onv [persoon 1] : aan [persoon 1]
BVH 1570073 Bankkaart Openbank debitkaart onv [persoon 2] : aan [persoon 1]
BVH 1570075 Bankkaart Vodafone Pay V Pay onv [persoon 3] : aan [persoon 3]
BVH 1570078 Bankkaart Revolut Maestro onv [persoon 4] : aan [persoon 4]
BVH 1570083 Poststukken Rabobank Brief pincode voor betaalpas Gericht aan [persoon 5] : aan [persoon 5]
BVH 1570084 Poststukken [bedrijf 2] Activeringscode crypto Gericht aan [persoon 6] : aan [persoon 6]
Vordering van de benadeelde partij International Card Services BV
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij International Card Services BV ter zake van het onder 2 en 3 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 36.722,70 (zesendertigduizend zevenhonderdtweeëntwintig euro en zeventig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd International Card Services BV, ter zake van het onder 2 en 3 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 36.722,70 (zesendertigduizend zevenhonderdtweeëntwintig euro en zeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 218 (tweehonderdachttien) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 6 januari 2024.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C. Beuze, mr. A.P.M. van Rijn en mr. M. Senden, in tegenwoordigheid van mr. G.G. Gielen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 oktober 2025.
Mr. Beuze en mr. Gielen zijn niet in de gelegenheid dit arrest te ondertekenen.