Menu

Filter op
content
PONT Data&Privacy

0

ECLI:NL:GHDHA:2026:584

Verzoek verlof conservatoir eigenbeslag. Hof bekrachtigt afwijzing door de voorzieningenrechter.

Gerechtshof Den Haag 6 May 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:GHDHA:2026:584 text/xml public 2026-05-06T18:00:03 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Den Haag 2026-04-28 200.364.008/01 Uitspraak Hoger beroep kort geding Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Burgerlijk procesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:584 text/html public 2026-04-16T14:12:51 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHDHA:2026:584 Gerechtshof Den Haag , 28-04-2026 / 200.364.008/01
Verzoek verlof conservatoir eigenbeslag. Hof bekrachtigt afwijzing door de voorzieningenrechter.
GERECHTSHOF DEN HAAG
Civiel recht

Team Handel

Zaaknummer hof : 200.364.008/01

Zaak- en rolnummer rechtbank : C/09/696262/ KG RK 25-1700

Beschikking van 28 april 2026

in de zaak van

TDSL Nederland B.V.,

gevestigd in Den Haag,

appellante in het principaal hoger beroep,

verweerster in het incidenteel hoger beroep,

advocaat: mr. P. Obbeek, kantoorhoudend in Den Haag

tegen

[verweerder] ,

wonend in [woonplaats],

verweerder in het principaal hoger beroep,

appellant in het incidenteel hoger beroep,

advocaat: mr. S.S. Mollova, kantoorhoudend in Voorburg

Het hof noemt partijen hierna TDSL en [verweerder].
1De zaak in het kort
TDSL wil ter verzekering van een geldvordering die zij op [verweerder] stelt te hebben, onder zichzelf conservatoir beslag leggen op een schuld die zij heeft aan [verweerder]. De voorzieningenrechter heeft verlof hiervoor geweigerd. Het hof bekrachtigt de beschikking van de voorzieningenrechter.
2Procesverloop in hoger beroep 2.1
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:

het beroepschrift van 21 januari 2026, waarmee TDSL in hoger beroep is gekomen van de beschikking van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 9 januari 2026

het verweerschrift, tevens incidenteel beroepschrift, met producties 1-4

het verweerschrift in incidenteel appel

de pleitnota van mr. Mollova zoals voorgedragen op de mondelinge behandeling van 18 maart 2026

het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 18 maart 2026.
2.2
Op de mondelinge behandeling is de zaak aangehouden voor beraad tot 31 maart 2026. Bij e-mailbericht van 27 maart 2026 heeft mr. Mollova namens [verweerder] om beschikking van het hof gevraagd.
3Feitelijke achtergrond 3.1
[verweerder] is tot 1 september 2024 in dienst geweest bij TDSL. Artikelen 10 en 12 van zijn arbeidsovereenkomst bepaalden voor zover van belang het volgende:

“10 Geheimhouding 1. Zowel gedurende als na het eindigen van de dienstbetrekking die onderwerp is van deze overeenkomst zal werknemer volstrekte geheimhouding betrachten ten aanzien van alle gegevens welke haar/hem omtrent […] de activiteiten van werkgever […] bekend zijn […]voor zover deze gegevens een vertrouwelijk karakter hebben, aan haar/hem ter zake door werkgever uitdrukkelijke geheimhouding is opgelegd of zij/hij weet dan wel zou behoren te weten dat bekendmaking aan derden de belangen van werkgever, de belangen van met werkgever gelieerde ondernemingen alsmede de belangen van de binnen de bedoelde ondernemingen werkzame personen zouden kunnen

schaden. 2. Alle zaken, waaronder begrepen, laptop, telefoon, schriftelijke stukken, alsmede afschriften daarvan op papier of anderszins, welke werknemer van of ten behoeve van werkgever tijdens de dienstbetrekking die onderwerp is van deze overeenkomst onder zich krijgt, of na eindigen van de dienstbetrekking onder zich houdt, zijn en blijven eigendom van werkgever. Werknemer is gehouden hiervoor bedoelde zaken alsmede sleutels en paswoorden op of voor de dag waarop de dienstbetrekking eindigt aan werkgever te overhandigen c.q. bekend te maken.”

“12 Boetebeding

Indien de werknemer in strijd met zijn verplichtingen uit hoofde van het bepaalde in artikelen 10 […] handelt, zal hij/zij voor iedere overtreding een boete verbeuren van € 25.000,00 onverminderd het recht van de werkgever om daarnaast een volledige schadevergoeding te vorderen […]”
3.2
In een procedure bij de kantonrechter in de rechtbank Den Haag, waarin [verweerder] onder meer uitbetaling van achterstallig salaris c.a. eiste van TDSL, was een geschilpunt of [verweerder] sinds december 2023 tot aan zijn ziekmelding in maart 2024 wel werkzaamheden had verricht voor TDSL. Ter betwisting van de stelling van TDSL dat dit niet het geval was, heeft [verweerder] in die procedure een aantal schermafbeeldingen overgelegd van zakelijke e-mails, whatsapp-berichten en een Excelwerkblad uit die periode (producties 6-11 bij het inleidend verzoekschrift in de onderhavige procedure).
3.3
Bij vonnis van 15 oktober 2025 heeft de kantonrechter de vordering van [verweerder] in voornoemde procedure toegewezen. Omdat TDSL niet vrijwillig betaalde heeft [verweerder] ter executie van het vonnis, beslagen gelegd ten laste van TDSL. Deze beslagleggingen hebben vooralsnog niet tot resultaat geleid. TDSL is van het vonnis in hoger beroep gekomen, welk beroep nu aanhangig is bij dit hof.
4Procedure bij de voorzieningenrechter, verzoeken in hoger beroep 4.1
TDSL heeft bij verzoekschrift aan de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag verlof gevraagd voor het leggen van conservatoir beslag onder zichzelf, ter verzekering van een tegenvordering die zij stelt te hebben op [verweerder]. Deze tegenvordering betreft boetes uit de artikelen 10/12 van de arbeidsovereenkomst (hiervoor, 3.1), die [verweerder] volgens TDSL heeft verbeurd wegens schending van zijn geheimhoudingsverplichting. Deze schending blijkt volgens TDSL onder meer uit de door [verweerder] in de eerdere procedure overgelegde schermafbeeldingen (hiervoor, 3.2). Met deze beslaglegging onder zichzelf wil TDSL verhinderen dat het vonnis van de kantonrechter (hiervoor, 3.3) (verder) wordt geëxecuteerd.
4.2
De voorzieningenrechter heeft het gevraagde verlof geweigerd, met veroordeling van TDSL in de kosten van [verweerder] volgens het toepasselijk liquidatietarief (€ 521,-).
4.3
In het principaal hoger beroep vraagt TDSL om vernietiging van de beschikking van de voorzieningenrechter, en alsnog honorering van het gevraagde verlof. [verweerder] concludeert tot bekrachtiging van de beschikking van de voorzieningenrechter, behoudens dat hij – in incidenteel appel – om vergoeding van zijn volledige proceskosten vraagt voor zowel de eerste aanleg als het hoger beroep. Deze kosten bedragen volgens de door hem overgelegde specificatie tot en met 9 maart 2026 (dus exclusief die van de mondelinge behandeling in dit hoger beroep) € 6.465,49 voor het salaris van de advocaat en € 9,69 voor haar verschotten. TDSL heeft verweer gevoerd in incidenteel appel.
5Beoordeling in hoger beroep 5.1
Het hof toetst summierlijk de deugdelijkheid van het door TDSL ingeroepen recht en weegt de belangen van partijen over en weer.
5.2
TDSL stelt dat [verweerder] ten minste tien maal een boete van € 25.000,- heeft verbeurd voor het volgens TDSL niet melden en het behouden en niet retourneren na uitdiensttreding van diverse databases van TDSL en het niet melden en behouden en inloggen op TDSL-e-mail(s) na uitdiensttreding.
5.3
[verweerder] betwist dat hij deze boetes heeft verbeurd. Hij erkent dat hij na zijn uitdiensttreding op zijn voormalige TDSL-e-mailaccount heeft ingelogd vanuit zijn privécomputer. Dit deed hij om bewijsmateriaal te verzamelen ter betwisting van de stelling van TDSL in de procedure bij de kantonrechter dat hij in de periode december 2023 tot aan zijn ziekmelding in maart 2024 geen werkzaamheden voor TDSL had verricht (hiervoor, 3.2). Dit levert volgens [verweerder] echter geen schending op van artikel 10 van de arbeidsovereenkomst, althans de onterechte aantijging van TDSL gaf hem daarvoor een rechtvaardigingsgrond. [verweerder] had zijn toegangsmogelijkheid tot die e-mails niet bij zijn uitdiensttreding gemeld maar dat hoefde volgens hem ook niet, omdat TDSL daarmee bekend was. Alle overige door TDSL gestelde schendingen betwist [verweerder].
5.4
Het hof oordeelt het door TDSL ingeroepen recht summierlijk ondeugdelijk. Mede gelet op de hoogte van de boetes (€ 25.000,- per overtreding, zonder maximum) moet in dit geval bij een gestelde overtreding van een met die boetes gesanctioneerde verplichting van de werknemer, volstrekt duidelijk zijn of van zo’n overtreding sprake is. Artikel 10 lid 2 van de arbeidsovereenkomst verplicht de werknemer onder meer om de daar bedoelde zaken voor het einde van de dienstbetrekking aan de werkgever “te overhandigen c.q. bekend te maken”. Wat dit precies betekent in relatie tot zakelijk e-mails waar de werknemer via een privécomputer toegang toe heeft – aangenomen dat deze e-mails kunnen worden aangemerkt als “[anderszins] afschriften van schriftelijke stukken” in de zin van de desbetreffende bepaling – is niet aanstonds duidelijk.
5.5
Het hof acht voldoende aannemelijk dat TDSL er tijdens het dienstverband mee bekend was, zoals [verweerder] stelt, dat [verweerder] die toegang tot die e-mails via zijn privécomputer had, zodat er wat dit betreft niets viel “bekend te maken”. Die toegang of data lieten zich in de gebruikelijke zin van het woord niet “overhandigen” en dat zou verder ook geen nut hebben, gegeven dat TDSL zelf evengoed al toegang had tot de desbetreffende data. Het nalaten van “overhandigen” is overigens ook niet wat TDSL [verweerder] in deze procedure concreet verwijt. En het is ook niet wat de bepaling duidelijk vraagt, gegeven dat deze “c.q.”, dat wil zeggen “in dit geval”, om bekendmaking vraagt. Maar die bekendheid was er als gezegd al.
5.6
Een arbeidsovereenkomst kan, zal doorgaans, in algemene zin meebrengen dat de werknemer bij het einde van zijn dienstverband eventuele zakelijke e-mails een andere zakelijke data op persoonlijke apparaten of dragers wist. In hoeverre dat hier ook speelt, dan wel of [verweerder] in het voorliggende geval toch een rechtvaardigingsgrond had om (de toegang tot) de mails te behouden, kan in het midden blijven want dat is in dit geding niet de vraag. Het gaat er slechts om of [verweerder] met behoud van zijn (toegang tot zijn) zakelijke e-mails artikel 10 lid 2 van zijn arbeidsovereenkomst heeft overtreden. Dat maakt die bepaling echter niet duidelijk, en daarom kan van schending daarvan niet worden gesproken.
5.7
De overlegging door [verweerder] van een selectie van zakelijke e-mails in de procedure bij de kantonrechter was gerechtvaardigd, gegeven de aantijging van TDSL dat [verweerder] sinds december 2023 niet had gewerkt, en dat deze e-mails dit weerspraken. Van (overige) bekendmaking van deze e-mails of andere gegevens van TDSL door [verweerder] aan derden (en daarmee schending van artikel 10 lid 1 van de arbeidsovereenkomst) is niet gebleken.
5.8
Volgens TDSL had [verweerder] ook nog toegang behouden tot diverse databases, maar tegenover de betwisting van [verweerder] heeft TDSL deze stelling onvoldoende onderbouwd (buiten de hiervoor besproken e-mails). De enige onderbouwing die TDSL geeft is dat [verweerder] in de procedure bij de kantonrechter heeft verklaard dat hij de website van TDSL op zijn privécomputer heeft getest, en dat dit noodzakelijk betekent dat [verweerder] met zijn privécomputer toegang had tot de door TDSL bedoelde databases. [verweerder] betwist dit: hij stelt met zijn privécomputer alleen maar als gast op de website van TDSL te zijn geweest. Dit is niet strijdig met zijn verklaring volgens het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in de procedure bij de kantonrechter: “Ik heb thuis een Macbook. ik werk op het werk met Windows. Ik heb allerlei zaken getest op mijn Macbook, om te kijken hoe een Macgebruiker onze site zou zien.”
5.9
TDSL stelt ook nog dat [verweerder] een zogenoemde Trojan horse in haar systemen heeft geplaatst, maar [verweerder] betwist dit en TDSL geeft voor haar stelling geen nadere onderbouwing (aan de hand van verifieerbare gegevens).
5.10
De grieven behoeven voor het overige geen bespreking. TDSL heeft de deugdelijkheid van het door haar ingeroepen recht niet summierlijk aannemelijk gemaakt. Het gevraagde verlof moet worden geweigerd. Een belangenafweging leidt niet tot een ander oordeel. Dit betekent dat het hof de bestreden beschikking zal bekrachtigen. Voor een veroordeling van TDSL in de volledige proceskosten, zoals door [verweerder] gevraagd, is geen plaats. Het verzoek en het hoger beroep van TDSL in deze zaak kunnen niet als onrechtmatig tegenover [verweerder] worden aangemerkt.
5.11
Het hof zal TDSL veroordelen in de proceskosten van [verweerder] in het principaal hoger beroep, en [verweerder] in die van TDSL in het incidenteel hoger beroep. Voor de bepaling van het tarief in het principaal hoger beroep sluit het hof aan bij de omvang van de vordering waarop TDSL beslag wilde leggen: appeltarief IV. Voor het incidenteel hoger beroep sluit het hof aan bij de omvang van de vordering in dat incidenteel hoger beroep (de gepresenteerde werkelijke proceskosten): appeltarief I. Dit komt in het principaal hoger beroep uit op € 373,- voor het griffierecht en € 4.902,- voor het salaris van de advocaat (2 punten x appeltarief IV + nasalaris), totaal € 5.275,-. In het incidenteel hoger beroep komt het uit op € 2.022,- (2 punten x appeltarief I + nasalaris).
6Beslissing
Het hof:

bekrachtigt de beschikking waarvan beroep;

veroordeelt TDSL in de kosten van de procedure in het principaal hoger beroep, aan de zijde van [verweerder] tot op heden begroot op € 5.275,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als TDSL deze niet binnen veertien dagen na de datum van deze beschikking heeft betaald;

bepaalt dat als TDSL niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en deze beschikking vervolgens wordt betekend, zij de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 92,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als TDSL deze niet binnen veertien dagen na betekening heeft betaald;

veroordeelt [verweerder] in de kosten van de procedure in het incidenteel hoger beroep, aan de zijde van TDSL tot op heden begroot op € 2.022,-;

bepaalt dat als [verweerder] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en deze beschikking vervolgens wordt betekend, hij de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 92,-;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het in hoger beroep meer of anders gevorderde af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.W. Frieling, P.M. Verbeek en R.F. Groos en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2026 in aanwezigheid van de griffier.

Artikel delen