Menu

Filter op
content
PONT Data&Privacy

0

ECLI:NL:RBAMS:2026:4233

Werkgever valt niet onder werkingssfeer horeca cao, maar partijen hebben deze cao van toepassing verklaard in de arbeidsovereenkomst. Nadat werknemer op initiatief van werkgever is overgezet naar een andere entiteit (gelieerd aan werkgever) zijn geen andersluidende afspraken gemaakt over de cao. Cao is van toepassing gebleven. Loonvordering tijdens ziekte wordt toegewezen. Volledige onkostenver...

Rechtbank Amsterdam 6 May 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBAMS:2026:4233 text/xml public 2026-05-06T14:57:03 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-01-22 11722778 CV EXPL 25-7717 Uitspraak Bodemzaak Eerste aanleg - enkelvoudig Proceskostenveroordeling Op tegenspraak NL Amsterdam Civiel recht; Arbeidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4233 text/html public 2026-05-06T14:55:34 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:4233 Rechtbank Amsterdam , 22-01-2026 / 11722778 CV EXPL 25-7717
Werkgever valt niet onder werkingssfeer horeca cao, maar partijen hebben deze cao van toepassing verklaard in de arbeidsovereenkomst. Nadat werknemer op initiatief van werkgever is overgezet naar een andere entiteit (gelieerd aan werkgever) zijn geen andersluidende afspraken gemaakt over de cao. Cao is van toepassing gebleven. Loonvordering tijdens ziekte wordt toegewezen. Volledige onkostenvergoeding leaseauto is een verworven recht geworden. Werknemer hoefde niet in te stemmen met wijzigingsvoorstel van werkgever.

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 11722778 CV EXPL 25-7717

Vonnis van 22 januari 2026

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: mr. J.R. Versluis,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MERCANS B.V.,

gevestigd te Amsterdam ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Mercans ,

gemachtigden: mr. N. Koene en mr. M.S. Janse.
1De procedure 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties van 22 mei 2025;

- de conclusie van antwoord met producties;

- het tussenvonnis van 31 juli 2025 waarin een mondelinge behandeling is bepaald;

- de nadere producties 35 tot en met 44 van [eiser] .
1.2.
De mondelinge behandeling is gehouden op 7 oktober 2025. [eiser] is verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde. Namens Mercans is verschenen [naam 1] , [functie 1] bij Restaurant Brands International Inc. , bijgestaan door de gemachtigden. Partijen hebben vragen van de kantonrechter beantwoord en hun standpunten mede aan de hand van spreekaantekeningen nader toegelicht. [eiser] heeft ter zitting zijn eis vermeerderd. Daarna is vonnis bepaald.
2De feiten 2.1.
[eiser] is van februari 2006 tot december 2011 werkzaam geweest voor Burger King Corporation EMEA als [functie 2] . Van december 2011 tot en met 31 juli 2018 was [eiser] werkzaam voor Burger King Food Group als [functie 3] .
2.2.
Op 1 augustus 2018 is [eiser] op basis van een uitzendovereenkomst voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij Payper Horeca B.V. (hierna: Paper Horeca ) en te werk gesteld bij BKNL B.V. (hierna: BKNL ) in de functie van [functie 4] tegen een salaris van € 5.500,00 bruto per maand. In de tussen Payper Horeca en [eiser] gesloten ‘Arbeidsovereenkomst Fase 4’ staat in artikel 1 dat steeds de meest recente NBBU-CAO integraal van toepassing is. In de tewerkstellingsbevestiging, waarin de gegevens zijn opgenomen die [eiser] met BKNL is overeengekomen, staat dat deze bevestiging onderdeel uitmaakt van de arbeidsovereenkomst van [eiser] en bij ‘CAO inlener’ staat dat de Horeca CAO van toepassing is.
2.3.
Bij e-mail van 12 augustus 2019 met als onderwerp ‘Tewerkstelling Medewerker’ heeft Payper Horeca aan [eiser] een tewerkstellingsbevestiging ingaande op 1 augustus 2019 gestuurd. Daarin staat bij ‘CAO inlener’ dat de Bedrijfseigenregeling BK Hoofdkantoor van toepassing is. Bij e-mail van dezelfde dag heeft [eiser] aan Payper Horeca gevraagd of hij wederom uit dienst was. Daarop heeft Payper Horeca geantwoord dat zij bezig is met een aantal systeemwijzigingen, hij nog gewoon in dienst is en dit geen invloed heeft op zijn arbeidsovereenkomst.
2.4.
Met ingang van 1 augustus 2019 is het loon van [eiser] verhoogd naar € 6.148,02 bruto per maand.
2.5.
Per 1 januari 2020 zijn alle werknemers in dienst van Payper Horeca overgezet naar de aan Payper Horeca gelieerde vennootschap Payper Payroll B.V. (hierna Payper Payroll ). Aan [eiser] is een payrollovereenkomst voor onbepaalde tijd en een tewerkstellingsbevestiging voorgelegd. In de tewerkstellingsbevestiging staat dat de aanvang van de tewerkstelling 1 augustus 2018 is, bij ‘CAO inlener’ dat de Bedrijfseigenregeling van toepassing is en bij ‘Auto van de zaak’ dat de hoogste categorie binnen BKNL van toepassing is. Verder staat in de tewerkstellingsbevestiging dat [eiser] bij BKNL de functie van [functie 5] zal verrichten tegen een salaris van € 6.148,02 bruto per maand.
2.6.
Bij e-mail van 12 februari 2020 heeft Payper Payroll aan [eiser] gevraagd wat de redenen zijn dat hij het contract niet wil tekenen. Bij e-mail van 5 mei 2020 heeft [eiser] die e-mail beantwoord en zich op het standpunt gesteld dat de enige juiste overeenkomst de overeenkomst van 1 augustus 2018 is.
2.7.
Gedurende zijn tewerkstelling bij BKNL was [eiser] werkzaam op het gebied van operations excellence, supply chain en het Burger King Advertising Fund. Vanwege de beëindiging van de master franchise overeenkomst zijn deze werkzaamheden per 1 januari 2021 overgedragen van BKNL naar Burger King Europe GmbH (hierna: BKEU ). Eind oktober 2020 zijn [eiser] en drie van zijn collega’s geïnformeerd dat zij per 1 januari 2021 formeel werkzaamheden zullen gaan verrichten voor BKEU . Mercans is de internationale payrollprovider van BKEU .
2.8.
Bij e-mail van 9 november 2020 heeft [eiser] aan Payper Payroll geschreven dat hij nog geen reactie had ontvangen op zijn e-mail van 5 mei 2020. Payper Payroll heeft bij e-mail van diezelfde dag, voor zover van belang, als volgt gereageerd: (de onderstreepte tekst is tekst uit de e-mail van [eiser] van 5 mei 2020, de cursieve tekst is de reactie van Payper Payroll van 9 november 2020):

“In artikel 7 van de aangeboden arbeidsovk wordt bepaald, dat gedurende de 1e of de eerste twee dagen van ziekte er geen recht op loondoorbetaling bestaat. Dit geldt niet in de vigerende overeenkomst en ik zie niet in waarom dit ten nadele van mij zou moeten worden gewijzigd; dit is afhankelijk van wat er in de Cao is bepaald. In de horeca Cao is 1 wachtdag opgenomen ten opzichte van het oude contract is dit dus niet gewijzigd.

(…)

In ieder geval stel ik mij op het standpunt, dat de enige juiste arbeidsovereenkomst tussen Payper en mij de overeenkomst is die op 1/8/2018 is ingegaan. (…) Graag verneem ik jullie reactie op de hierboven aangegeven redenen om niet in te stemmen met een nieuwe arbeidsovereenkomst anders dan degene die wij al sedert 2018 hebben. Je hebt, zoals al aangegeven, alle rechten behouden die eerder met je zijn afgestemd. Mochten er zaken zijn waar je nu last van hebt omdat je een ander contract hebt dan verneem ik het graag (…).”
2.9.
Bij e-mail van 12 november 2020 heeft [eiser] aan Payper Payroll geschreven dat het onjuist is dat op de oude overeenkomst de Horeca CAO van toepassing is.
2.10.
Bij e-mail van dezelfde dag heeft Payper Payroll het volgende geschreven aan [eiser] :

“Ik zag later dat jij in eerste instantie een arbeidsovereenkomst hebt ontvangen, welke handmatig is aangepast. De arbeidsovereenkomsten van Payper zijn standaard, alle afwijkingen en aanvullende informatie wordt gemeld op de tewerkstelling. Ik stel voor dat ik een nieuwe tewerkstelling voor je opmaak, met daarin alle afspraken zoals van begin af aan gelden.

Ik wil je er nogmaals op wijzen dat met de overgang naar het ketensysteem (in plaats van fase) jouw rechten zijn behouden en dat zal nu ook zo zijn.

En je hebt gelijk wat betreft de Cao, horeca is niet op jouw situatie van toepassing.”
2.11.
Payper Payroll heeft [eiser] een nieuwe payrollovereenkomst gestuurd waarmee hij kon instemmen. [eiser] heeft nooit een nieuwe tewerkstellingsbevestiging van Payper Payroll ontvangen.
2.12.
Mercans heeft op 29 december 2020 een concept arbeidsovereenkomst aan [eiser] voorgelegd. Gedurende de onderhandelingen over die overeenkomst heeft BKEU aan [eiser] toegezegd dat zijn arbeidsvoorwaarden zoals die golden bij Payper Payroll / BKNL ten minste gelijk zouden blijven onder de nieuwe arbeidsovereenkomst met Mercans / BKEU . Op 17 februari 2021 heeft [eiser] een arbeidsovereenkomst met Mercans getekend, die met terugwerkende kracht per 1 januari 2021 is ingegaan. In de getekende arbeidsovereenkomst staat dat [eiser] voor BKEU werkzaamheden zal verrichten in de functie van Hoofd Operational Excellence & SCM/SQA tegen een bruto maandsalaris van € 6.148,02. Verder staat in de arbeidsovereenkomst dat aan [eiser] een auto ter beschikking zal worden gesteld volgens het interne beleid en de procedures van BKEU (artikel 3a onder 4), dat onder voorbehoud van goedkeuring door BKEU Mercans de onkosten en vergoedingen die redelijkerwijs door [eiser] zijn gemaakt bij de uitvoering van taken gedurende de tewerkstelling bij BKEU aan hem zal vergoeden (artikel 10) en dat het dienstverband deel uitmaakt van een aaneengesloten dienstverband dat op 1 augustus 2018 is begonnen (artikel 27).
2.13.
In de zomer van 2022 heeft [eiser] met zijn lijnmanager besproken dat hij op eigen naam een creditcard zou nemen en hij zijn onkosten met die creditcard zou betalen om die vervolgens bij Mercans te declareren. Op enig moment is de leaseauto waarvan [eiser] gebruik maakte total loss geraakt. [eiser] heeft aanvankelijk op eigen naam auto’s gehuurd en de kosten daarvan gedeclareerd. Vervolgens heeft hij op eigen naam een private lease overeenkomst gesloten voor een auto en is hij de leasekosten, zowel zakelijk als privé, bij Mercans gaan declareren.
2.14.
[eiser] heeft zich op 13 mei 2024 ziek gemeld. Bij e-mail van 20 mei 2024 heeft Mercans aan [eiser] bericht dat zijn salaris gedurende ziekte per 1 juni 2024 wordt teruggebracht naar 70% van zijn loon. Er is vervolgens tussen partijen discussie ontstaan over de loondoorbetalingsverplichting van Mercans . [eiser] heeft zich in die discussie op het standpunt gesteld dat de Horeca CAO van toepassing is en hij gedurende het eerste ziektejaar recht heeft op 95% van zijn salaris en gedurende het tweede ziektejaar op 75% van zijn salaris.
2.15.
Ook is tussen partijen discussie ontstaan over de vergoeding van de kosten van de leaseauto van [eiser] . [eiser] heeft zich daarin op het standpunt gesteld dat zowel zakelijke kosten als privé kosten door Mercans moeten worden vergoed. Mercans heeft zich op het standpunt gesteld dat zij alleen zakelijke kosten hoeft te vergoeden.
3Het geschil 3.1.
[eiser] vordert, na vermeerdering van eis, samengevat:

I. een verklaring voor recht dat op de arbeidsovereenkomst tussen [eiser] en Mercans dezelfde arbeidsvoorwaarden van toepassing zijn als de arbeidsvoorwaarden die hij had op basis van zijn arbeidsovereenkomst met Payper Horeca ;

II. een verklaring voor recht dat [eiser] tijdens zijn arbeidsongeschiktheid recht heeft op doorbetaling van 95% van zijn laatstverdiende loon gedurende het eerste ziektejaar, conform de van toepassing zijnde arbeidsvoorwaarden, en op 75% van zijn maandloon gedurende het tweede ziektejaar;

III. Mercans te veroordelen:

tot betaling aan [eiser] van € 23.034,76 bruto, zijnde het achterstallig salaris over juni 2024 tot en met september 2025, vermeerderd met wettelijke rente en de wettelijke verhoging,

tot het verstrekken van gecorrigeerde loonstroken vanaf juni 2024 op straffe van een dwangsom,

om [eiser] tijdens ziekte gedurende het tweede ziektejaar een bedrag van € 5.397,54 bruto per maand te betalen;

IV. voor recht te verklaren dat [eiser] recht heeft op volledige vergoeding van de door hem gemaakte onkosten betreffende de leaseauto;

V. Mercans te veroordelen tot betaling van € 5.149,09, zijnde volledige vergoeding van zijn onkosten betreffende de leaseauto vanaf juni 2024 tot en met augustus 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de opeisbaarheid tot de dag van de algehele betaling;

VI. voor recht te verklaren dat Mercans de arbeidsvoorwaarden van [eiser] inclusief de bepalingen over doorbetaling tijdens ziekte conform de Horeca CAO en de bepalingen over de onkostenvergoeding betreffende zijn leaseauto niet, althans niet

per 1 juni 2024, eenzijdig mag wijzigen en aldus dat [eiser] aanspraak heeft op onvoorwaardelijke continuering van voornoemde arbeidsvoorwaarden, ook na 1 juni 2024, tot aan de dag dat rechtsgeldig een einde is gekomen aan het dienstverband van [eiser] ;

VII. Mercans te veroordelen tot betaling aan [eiser] van € 1.011,40 aan buitengerechtelijke incassokosten;

VIII. Mercans te veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
[eiser] stelt daartoe het volgende. Op de arbeidsovereenkomst tussen partijen is de Horeca CAO van toepassing, enerzijds omdat partijen dit hebben afgesproken en anderzijds vanwege opvolgend werkgeverschap en overgang van onderneming. In de Horeca CAO is bepaald dat een werknemer gedurende het eerste ziektejaar recht heeft op 95% van zijn salaris en gedurende het tweede ziektejaar op 75%.
3.3.
Op grond van de tewerkstellingsbevestiging was op de arbeidsovereenkomst tussen Payper Horeca en [eiser] de Horeca CAO van toepassing. In het kader van de overgang naar Payper Payroll per 1 januari 2020 is in februari 2020 aan [eiser] een payrollovereenkomst en een nieuwe tewerkstellingsbevestiging toegestuurd. Uitgangspunt is steeds geweest dat de arbeidsvoorwaarden van [eiser] gelijk zouden blijven en niet zouden verslechteren. Aanvankelijk heeft [eiser] deze stukken niet getekend. Na veel e-mails over en weer heeft [eiser] ingestemd met een nieuwe payrollovereenkomst. Over een gewijzigde tewerkstellingsbevestiging is echter nooit overeenstemming bereikt. Dit betekent dat de enige geldende en ondertekende tewerkstellingsbevestiging de versie van 1 augustus 2018 is. In die versie is de Horeca CAO van toepassing verklaard. Deze versie was ook van toepassing bij Payper Payroll . Weliswaar heeft [eiser] in de e-mails met Payper Payroll geschreven dat de Horeca CAO niet van toepassing was, maar daarmee bedoelde hij dat die niet van toepassing was op zijn loon, omdat hij een hoger salaris had dan het cao-loon. Het loon van [eiser] valt dus niet onder de Horeca CAO, maar zijn overige arbeidsvoorwaarden wel. Bij de overgang naar Mercans zijn [eiser] en Mercans uitdrukkelijk overeengekomen, en vanuit BKEU is dat ook gegarandeerd, dat de arbeidsvoorwaarden van [eiser] bij Mercans minstens gelijk zouden blijven aan de arbeidsvoorwaarden die [eiser] had bij Payper Payroll . [eiser] heeft de arbeidsovereenkomst met Mercans ook getekend onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat zijn arbeidsvoorwaarden niet zouden verslechteren.
3.4.
Verder geldt dat in de verhouding tussen Payper Payroll en Mercans sprake is van opvolgend werkgeverschap en van overgang van onderneming. Dit betekent dat de arbeidsvoorwaarden van [eiser] van rechtswege zijn overgegaan van Payper Payroll naar Mercans .
3.5.
[eiser] is sinds februari 2006 werkzaam voor het merk Burger King . Sinds die tijd heeft hij altijd een leaseauto gehad en werden alle kosten, zowel zakelijk als privé, vergoed. [eiser] heeft gedurende zijn tewerkstelling bij eerst Payper Horeca en Payper Payroll (30 maanden) en later bij Mercans (41 maanden) ook altijd alle kosten verbonden aan de leaseauto vergoed gekregen. Hij heeft nimmer een eigen bijdrage hoeven betalen en is nooit aangesproken op het declareren van privé gereden kilometers. Hij hoefde ook geen kilometerregistratie bij te houden of aan te leveren. Pas nadat [eiser] zich ziekmeldde, heeft Mercans in juni 2024 [eiser] aangesproken op gedeclareerde privékosten. Voor zover partijen niet zijn overeengekomen dat [eiser] alle kosten verbonden aan de leaseauto vergoed zou krijgen, is sprake van een verworven recht, aldus steeds [eiser] .
3.6.
Mercans heeft als volgt verweer gevoerd. [eiser] heeft niet aangetoond dat de Horeca CAO van toepassing was noch bij Payper Horeca noch bij Payper Payroll . Voor zijn periode bij Payper Horeca heeft [eiser] twee tewerkstellingsbevestigingen in het geding gebracht. In de eerste, die van augustus 2018, staat dat de Horeca CAO van toepassing is, maar in de tweede, die van augustus 2019, staat dat de bedrijfseigenregeling BK Hoofdkantoor van toepassing was bij Payper Horeca . Ten aanzien van de overeenkomst met Payper Payroll ontbreekt enig bewijs dat de Horeca CAO van toepassing was. [eiser] heeft in meerdere e-mails ook bevestigd dat de Horeca CAO niet van toepassing was.
3.7.
De niet-toepasselijkheid van de Horeca CAO volgt ook uit werkingssfeerbepaling waarin staat dat de Horeca CAO uitsluitend geldt voor werkgevers die een onderneming exploiteren waarin uitsluitend of hoofdzakelijk horecawerkzaamheden worden verricht, en waarbij de loonsom uit de horeca-activiteiten meer dan 50% van de totale loonsom bedraagt. In het geval van BKNL was daarvan geen sprake. BKNL trad op als masterfranchisenemer (het hoofdkantoor) en verrichtte zelf geen horeca-werkzaamheden in de zin van de Horeca CAO.
3.8.
Het klopt dat [eiser] recht heeft op dezelfde arbeidsvoorwaarden bij Mercans als die hij had bij Paper Payroll, ongeacht of dit voortvloeit uit gedane beloftes of uit een overgang van onderneming. Echter de Horeca CAO is nimmer van toepassing geweest en kan na de overstap naar Mercans dan ook niet als arbeidsvoorwaarde zijn meegenomen.
3.9.
[eiser] heeft niet aangetoond dat er met Payper Payroll afspraken zijn gemaakt op grond waarvan hij recht zou hebben op vergoeding van privé-onkosten voor de leaseauto. Daartegenover staan duidelijke schriftelijke afspraken met Mercans . Artikel 10 van de arbeidsovereenkomst bepaalt dat uitsluitend zakelijke kosten en na voorafgaande goedkeuring door BKEU voor vergoeding in aanmerking komen. [eiser] heeft dus geen recht op vergoeding van privé-uitgaven. Van een verworven recht is geen sprake.
3.10.
Voor het geval wordt geoordeeld dat wel sprake is van een arbeidsvoorwaarde op grond waarvan [eiser] ook privékosten mag declareren, dan mocht Mercans deze voorwaarde wijzigen, omdat is voldaan aan de voorwaarden uit het arrest Stoof/Mammoet. BKEU heeft Mercans verzocht om kosten voortaan beleidsconform te behandelen, met het oog op gelijke behandeling en het voorkomen van misbruik. Binnen Burger King wereldwijd geldt namelijk dat alleen zakelijke kosten kunnen worden gedeclareerd. Dit voorstel is naar inhoud en reikwijdte volstrekt redelijk, vloeit voort uit gewijzigde omstandigheden, namelijk een geconstateerde onregelmatigheid, en het afwijzen van deze wijziging door [eiser] is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
3.11.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover voor de beoordeling van belang, ingegaan.


4De beoordeling
Bezwaar van Mercans tegen producties
4.1.
Mercans heeft bezwaar gemaakt tegen de door [eiser] ingediende producties 35 tot en met 44. De producties zijn ingediend in strijd met de wegwijsplicht en moeten daarom buiten beschouwing worden gelaten, aldus Mercans .
4.2.
Het bezwaar van Mercans wordt afgewezen. Niet in geschil is dat de producties tijdig zijn ingediend. [eiser] heeft deze producties toegelicht in zijn pleitnotitie. Mercans is in haar pleitnotitie ook ingegaan op die producties en is dan ook niet in haar verdediging geschaad.

Is de Horeca CAO van toepassing?
4.3.
Tussen partijen is in geschil of de Horeca CAO op hun arbeidsrelatie van toepassing is.
4.4.
Dat BKNL niet onder de werkingssfeerbepaling van de Horeca CAO valt, betekent niet dat die CAO niet tussen [eiser] en Payper Horeca / BKNL van toepassing kan zijn geweest. Het staat partijen immers vrij in de arbeidsovereenkomst af te spreken dat een bepaalde CAO op de arbeidsovereenkomst van toepassing is. De vraag is of dat is gebeurd.
4.5.
Dat in een e-mailwisseling Payper Payroll zich op het standpunt stelde dat de Horeca CAO van toepassing was en [eiser] zich juist op het standpunt stelde dat de Horeca CAO niet van toepassing was, is ongelukkig. Die e-mailwisseling is echter niet relevant voor de vraag of de Horeca CAO van toepassing is tussen partijen. Relevant is of Payper Horeca en [eiser] bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst zijn overeengekomen dat de Horeca CAO van toepassing was en zo ja of dit is veranderd toen [eiser] in dienst trad bij Payper Payroll en vervolgens bij Mercans .
4.6.
In de tewerkstellingsbevestiging die van toepassing was tussen [eiser] en Payper Horeca staat dat de Horeca CAO van toepassing is. Niet in geschil is dat de tewerkstellingsbevestiging onderdeel uitmaakt van de arbeidsovereenkomst tussen [eiser] en Payper Horeca . Dit staat ook expliciet in de tewerkstellingsbevestiging. Dit betekent dat Payper Horeca en [eiser] zijn overeengekomen dat de Horeca CAO op hun arbeidsrelatie van toepassing is.
4.7.
De door [eiser] in het geding gebrachte tewerkstellingsbevestiging van augustus 2019 brengt hierin geen verandering. [eiser] heeft die in het geding gebracht ter onderbouwing van zijn stelling dat administratief bij Payper Horeca wel eens het een en ander misging en hij regelmatig administratief uit dienst werd gemeld. Dat die tewerkstellingsbevestiging per vergissing aan [eiser] is toegestuurd volgt uit de e-mailwisseling die daarop is gevolgd. [eiser] vraagt namelijk of hij wederom uit dienst was, waarop Payper Horeca heeft geantwoord dat zij bezig was met systeemwijzigingen en dat dit niet van invloed was op de arbeidsovereenkomst van [eiser] (zie rechtsoverweging 2.3.).
4.8.
Dan is de vraag of bij de overstap van [eiser] van Payper Horeca naar Payper Payroll per 1 januari 2020 andersluidende afspraken zijn gemaakt. Die overstap heeft plaatsgevonden op initiatief van Payper Horeca en Payper Payroll , dan wel BKNL . Payper Payroll heeft vervolgens aan [eiser] een payrollovereenkomst en een tewerkstellingsbevestiging voorgelegd. [eiser] heeft toen die stukken hem werden toegestuurd geweigerd die te tekenen. Kennelijk is [eiser] aan de slag gegaan voor Payper Payroll / BKNL en hebben [eiser] en Payper Payroll pas maanden later via de e-mail contact gehad over de payrollovereenkomst en de tewerkstellingsbevestiging. In het e-mailcontact daarover in november 2020 heeft Payper Payroll twee keer aan [eiser] bevestigd dat hij alle rechten heeft behouden (zie rechtsoverweging 2.8 en 2.10). Die bevestiging kan niet anders worden opgevat dan dat de arbeidsvoorwaarden van [eiser] bij Payper Payroll gelijk zijn aan de arbeidsvoorwaarden die hij had bij Payper Horeca en dat dit ook bij aanvang van het dienstverband tussen [eiser] en Payper Payroll de bedoeling is geweest.
4.9.
Het voorgaande betekent dat op de arbeidsrelatie tussen Payper Payroll en [eiser] de Horeca CAO van toepassing was.
4.10.
Niet in geschil is dat Mercans aan [eiser] heeft toegezegd dat zijn arbeidsvoorwaarden zoals die golden bij Payper Payroll ten minste gelijk zouden blijven onder de arbeidsovereenkomst met Mercans . Dit betekent dat ook op de arbeidsrelatie tussen [eiser] en Mercans de Horeca CAO van toepassing is. Dat Mercans bij deze toezegging in de veronderstelling verkeerde dat de Horeca CAO niet van toepassing was tussen [eiser] en Payper Payroll is een omstandigheid die voor haar rekening en risico komt.
4.11.
Op grond van de Horeca CAO heeft een werknemer gedurende het eerste ziektejaar recht op 95% van zijn brutoloon en gedurende het tweede ziektejaar op 75%. Mercans heeft dan ook ten onrechte [eiser] vanaf het moment dat hij ziek werd 70% van zijn salaris uitbetaald. Mercans heeft de hoogte van de gestelde achterstallige bedragen niet betwist, zodat de kantonrechter van de juistheid daarvan uitgaat.
4.12.
Bovenstaande betekent dat de vorderingen van [eiser] onder 3.1 onder I, II en III zullen worden toegewezen. [eiser] maakt aanspraak op de wettelijke verhoging op grond van artikel 7:625 Burgerlijk Wetboek (BW), omdat Mercans zijn salaris niet op tijd volledig heeft betaald. De wettelijke verhoging is bedoeld als prikkel voor de werkgever om op tijd te betalen en niet als schadevergoeding voor de werknemer. Mercans heeft het salaris van [eiser] op tijd betaald, zij het niet volledig. Dit kwam niet voort uit onwil maar uit de discussie tussen partijen of de Horeca CAO van toepassing was. Daarom zal de wettelijke verhoging worden gematigd tot 10%.
4.13.
De gevorderde dwangsom op het verstrekken van gecorrigeerde loonstroken zal worden gematigd en gemaximeerd op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

Onkosten leaseauto
4.14.
Partijen verschillen van mening of [eiser] recht heeft op vergoeding van zowel zakelijk als niet-zakelijk gemaakte kosten voor de door [eiser] privé geleasete auto.
4.15.
Niet gebleken is dat in de overeenkomsten die [eiser] met Payper Horeca , Payper Payroll en Mercans heeft gesloten, is afgesproken dat hij niet-zakelijk gemaakte kosten voor zijn leaseauto vergoed zal krijgen. In de arbeidsovereenkomst met Mercans is zelfs expliciet opgenomen, kort gezegd, dat aan [eiser] alleen zakelijk gemaakte kosten zullen worden vergoed.
4.16.
Daar staat tegenover dat [eiser] voldoende onderbouwd heeft gesteld dat hij in ieder geval sinds zijn indiensttreding bij Payper Horeca en later bij Payper Payroll en ook bij Mercans alle kosten voor de leaseauto declareerde en die steeds vergoed heeft gekregen tot het moment dat hij zich ziekmeldde. Dit betekent dat [eiser] gedurende bijna zes jaar steeds alle kosten vergoed heeft gekregen.
4.17.
Daarmee rijst de vraag of [eiser] er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat vergoeding van alle kosten van de auto een verworven recht is geworden.
4.18.
Volgens de Hoge Raad kan niet in algemene zin gezegd worden wanneer sprake is van een verworven recht c.q. aanvullende arbeidsvoorwaarde. Het komt bij de beantwoording van die vraag aan op de zin die partijen aan elkaars gedragingen (en in verband daarmee staande verklaringen) hebben toegekend en in de gegeven omstandigheden daaraan redelijkerwijs mochten toekennen. Hierbij kunnen verschillende gezichtspunten van belang zijn, zoals: de inhoud van de gedragslijn, de aard van de arbeidsovereenkomst en de positie die de werkgever en de werknemer jegens elkaar innemen, de lengte van de periode gedurende welke de werkgever de desbetreffende gedragslijn heeft gevolgd, en de aard van de voor- en nadelen die voor de werkgever en de werknemer uit de gedragslijn voortvloeien (zie HR 22 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:976, FNV / Pontmeyer).
4.19.
Zoals gezegd staat voldoende vast dat [eiser] al bijna zes jaar lang steeds alle kosten van de auto vergoed heeft gekregen. [eiser] is na zijn indiensttreding bij Mercans in dezelfde auto blijven rijden als die hij had bij Payper Payroll . In ieder geval in de relatie met Mercans / BKEU werden deze kosten pas vergoed nadat [eiser] de kosten declareerde en deze door BKEU werden goedgekeurd. BKEU had redelijkerwijs kunnen opmerken dat ook niet-zakelijke kosten door [eiser] werden gedeclareerd. Bovendien is het niet ongebruikelijk dat een werknemer de zakelijke auto privé gebruikt en de daarmee gepaard gaande kosten van de werkgever vergoed krijgt. Het voorgaande betekent dat [eiser] er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat ook niet-zakelijk gemaakte kosten voor de auto door Mercans zouden worden vergoed en dit een verworven recht is geworden.
4.20.
Vervolgens is de vraag of Mercans deze arbeidsvoorwaarde mag wijzigen. In de arbeidsovereenkomst tussen partijen is geen eenzijdig wijzigingsbeding opgenomen. Uitgangspunt is dan dat de werknemer niet is gehouden voorstellen van de werkgever tot wijziging van de arbeidsvoorwaarden te aanvaarden. De werknemer handelt slechts dan in strijd met de verplichting zich in de arbeidsverhouding als goed werknemer redelijk op te stellen tegenover een, met gewijzigde omstandigheden op het werk verband houdend redelijk voorstel van de werkgever, indien afwijzing van het - redelijke - voorstel van de werkgever door de werknemer naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (zie HR 11 juli 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD1847, Stoof / Mammoet).
4.21.
De vraag of sprake is van een met gewijzigde omstandigheden op het werk verband houdend redelijk voorstel van Mercans wordt in het midden gelaten. Zelfs aangenomen dat daarvan sprake is, kan niet worden gezegd dat afwijzing van dat redelijke voorstel door [eiser] naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het vergoeden van de niet-zakelijk gemaakte kosten voor de auto is feitelijk een looncomponent, omdat het besteedbaar inkomen van [eiser] door de wijziging erop achteruit zal gaan. Het financiële nadeel dat [eiser] ondervindt van de wijziging wordt begroot op circa € 350,00 per maand. Omdat het een onkostenvergoeding betreft, gaat het hier om een nettobedrag. Van [eiser] kan redelijkerwijs niet worden gevergd dat hij met deze wijziging instemt.
4.22.
De hoogte van het door [eiser] gevorderde bedrag van € 5.149,09 aan gedeclareerde maar door Mercans niet betaalde onkostenvergoeding voor de leaseauto is door Mercans niet betwist, zodat dit bedrag zal worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente zal als gevorderd worden toegewezen.
4.23.
De vordering van [eiser] onder 3.1 onder VI zal in zoverre worden toegewezen, dat voor recht wordt verklaard dat Mercans de arbeidsvoorwaarde over de onkostenvergoeding van de leaseauto niet eenzijdig per 1 juni 2024 mocht wijzigingen en dat [eiser] recht heeft op onvoorwaardelijke continuering van die arbeidsvoorwaarde. Het meer gevorderde zal worden afgewezen. Het partijdebat over het eenzijdig wijzigen van arbeidsvoorwaarden is gegaan over de autovergoeding, en niet over het doorbetalen van loon tijdens ziekte. Ook kan niet nu al worden gezegd dat er zich in de toekomst geen omstandigheid zal voordoen die maakt dat Mercans de arbeidsvoorwaarde over de onkostenvergoeding van de auto toch eenzijdig mag wijzigen. De vordering dat [eiser] recht heeft op deze arbeidsvoorwaarde tot aan de dag dat rechtsgeldig een einde is gekomen aan het dienstverband zal daarom worden afgewezen.

Buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten
4.24.
[eiser] heeft voldoende gesteld dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag van € 1.011,40 aan buitengerechtelijke kosten is door Mercans niet betwist en zal worden toegewezen.
4.25.
Mercans is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding



147,42

- griffierecht



732,00

- salaris gemachtigde



1.086,00

(2 punten × € 543,00)

- nakosten



67,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal



2.032,92
4.26.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
verklaart voor recht dat op de arbeidsovereenkomst tussen [eiser] en Mercans dezelfde arbeidsvoorwaarden van toepassing zijn als de arbeidsvoorwaarden die hij had op basis van zijn arbeidsovereenkomst bij Payper Horeca ,
5.2.
verklaart voor recht dat Mercans de arbeidsvoorwaarde van [eiser] , inhoudende dat hij recht heeft op vergoeding van zowel zakelijk als niet-zakelijk gemaakte kosten voor de leaseauto, niet eenzijdig mocht wijzigen per 1 juni 2024 en dat [eiser] aanspraak heeft op continuering van deze arbeidsvoorwaarde,
5.3.
verklaart voor recht dat [eiser] tijdens de arbeidsongeschiktheid recht heeft op doorbetaling van 95% van zijn laatstverdiende loon gedurende het eerste ziektejaar en op 75% van zijn maandloon gedurende het tweede ziektejaar,
5.4.
veroordeelt Mercans tot betaling aan [eiser] van:a. € 23.034,76 bruto aan achterstallig salaris over juni 2024 tot en met september 2025, b. € 2.303,48 aan wettelijke verhoging, c. € 5.397,84 bruto per maand vanaf oktober 2025 zolang [eiser] ziek is, totdat een rechtsgeldig einde komt aan de arbeidsovereenkomst,

d. € 5.149,09 aan onkostenvergoeding voor de leaseauto over de periode juni 2024 tot en met augustus 2025,

e. € 1.011,40 aan buitengerechtelijke incassokosten,

f. de wettelijke rente over de onder a., b. en d. genoemde bedragen vanaf de datum van verschuldigdheid tot aan de dag van algehele betaling,
5.5.
veroordeelt Mercans om binnen een maand na heden aan [eiser] gecorrigeerde loonstroken te verstrekken vanaf juni 2024, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag dat Mercans hieraan niet voldoet, tot een maximum is bereikt van € 2.500,00,
5.6.
veroordeelt Mercans in de proceskosten van € 2.032,92, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Mercans niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.7.
veroordeelt Mercans tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.8.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.9.
wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Sissing, kantonrechter, bijgestaan door mr. M.F. van Grootheest, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2026.

57170

Artikel delen