Menu

Filter op
content
PONT Data&Privacy

0

ECLI:NL:RBDHA:2026:10658

Procedure gezamenlijke toegang ouders. Doorverwijzing ouderschapsbemiddeling en omgangsbegeleiding. De rechtbank neemt beslissing over de kinderalimentatie en de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden.

Rechtbank Den Haag 6 May 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:10658 text/xml public 2026-05-06T14:39:19 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-25 C/09/695637 / FA RK 25-9173 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10658 text/html public 2026-05-06T14:37:34 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10658 Rechtbank Den Haag , 25-03-2026 / C/09/695637 / FA RK 25-9173
Procedure gezamenlijke toegang ouders. Doorverwijzing ouderschapsbemiddeling en omgangsbegeleiding. De rechtbank neemt beslissing over de kinderalimentatie en de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden.

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummers: FA RK 25-9173 (echtscheiding) en FA RK 25-9174 (huwelijkse voorwaarden)

Zaaknummers: C/09/695637 (echtscheiding) en C/09/695640 (huwelijkse voorwaarden)

Datum beschikking: 26 maart 2026
[de vader] , (ouder 1)
de man/de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. H.H.M. de Vries-Veringa in Lisse,

en
[de moeder] , (ouder 2)
de vrouw/de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. T.A. Bruins in Aerdenhout.

De ouders hebben zich tot de rechtbank gewend door het indienen van een door beide ouders ingevuld en ondertekend deelnameformulier ‘Procedure gezamenlijke toegang ouders’, met bijlagen. De ouders hebben ermee ingestemd dat de procedure wordt gevoerd volgens de ‘Procesregels Project gezamenlijke toegang ouders’.

De rechtbank heeft kennisgenomen van:

dit deelnameformulier, met bijlagen;

het F9-formulier van 23 februari 2026 namens de vrouw, met bijlagen;

het F9-formulier van 24 februari 2026 namens de man, met bijlage.

De minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben in een gesprek met de rechter hun mening kenbaar gemaakt.

Op 3 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

[naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

De ouders zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2016 te [plaats] .

Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:

[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2014 te [geboorteplaats] ;

[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats] .

De ouders oefenen het gezamenlijk gezag gezamenlijk gezag over de kinderen uit.

De kinderen verblijven op dit moment bij de moeder.

De ouders zijn met elkaar gehuwd onder huwelijkse voorwaarden, kort gezegd inhoudende uitsluiting huwelijksvermogensrechtelijke gemeenschap.

De ouders zijn het eens over de volgende onderwerpen en verzoeken het volgende:

de echtscheiding tussen de ouders uit te spreken;

vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De ouders zijn het niet eens over de volgende onderwerpen.

De vader verzoekt het volgende:

- vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling), in die zin dat de kinderen bij de vader zullen zijn:

de ene week op zondag van 11.00 uur tot 16.00 uur;

de andere week op maandag of woensdag uit school;

een deel van de reguliere schoolvakanties, de helft van de algemeen erkende feestdagen en op Vaderdag;

vaststelling van een informatie- en consultatieregeling volgens voorstel van vader;

vaststelling van kinderalimentatie van, na wijziging, € 263,- per maand;

vaststelling van de wijze van afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden conform het voorstel van de vader;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De moeder verzoekt het volgende:

vaststelling van de zorgregeling, in die zin dat de kinderen bij de vader zullen zijn volgens een opbouwregeling waarbij de vader begint met contact opbouwen door naar de hockey- en/of voetbalwedstrijden van de kinderen te komen kijken;

vaststelling van een informatie- en consultatieregeling volgens voorstel van moeder;

vaststelling van kinderalimentatie van € 746,- per maand;

vaststelling van de wijze van afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden conform het voorstel van de moeder;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Echtscheiding

Ontvankelijkheid

Door de ouders is geen ouderschapsplan overgelegd overeenkomstig artikel 815 tweede lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Omdat het ouderschapsplan in de wet geformuleerd is als een processuele eis bij een verzoek tot echtscheiding waarbij minderjarige kinderen zijn betrokken heeft de rechtbank de bevoegdheid de ouders niet-ontvankelijk te verklaren, tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat het ouderschapsplan redelijkerwijs niet kan worden overgelegd (artikel 815 zesde lid Rv).

De ouders hebben zich door middel van de ‘Procedure gezamenlijke toegang ouders’ tot de rechtbank gewend. De rechtbank meent dat hieruit hun intentie naar voren komt om samen en in het belang van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] te handelen. Gelet hierop zal de rechtbank de ouders ontvangen in hun verzoek tot echtscheiding, ondanks het ontbreken van een ouderschapsplan.

Inhoudelijke beoordeling

Beide ouders stellen dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, zodat de daarop steunende, over en weer gedane verzoeken tot echtscheiding als op de wet gegrond voor toewijzing vatbaar zijn.

Gezamenlijk gezag

De ouders zijn met het gezamenlijk gezag over de kinderen belast en willen de huidige gezagssituatie beiden behouden. De rechtbank hoeft hierover geen beslissing te nemen.

Hoofdverblijfplaats

De ouders verzoeken de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder te bepalen. De rechtbank zal overeenkomstig beslissen.

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Gebleken is dat er momenteel tussen de vader en de kinderen geen contact is. In het afgelopen jaar zijn er twee contactmomenten geweest waarbij de vader met de kinderen, in aanwezigheid van oma moederszijde, een uurtje ging lunchen. Daarna kon oma moederszijde dit niet meer faciliteren door ziekte en is het niet gelukt verdere contactmomenten te plannen. De ouders hebben in januari van dit jaar geprobeerd het contact weer op te bouwen door de aanwezigheid van de vader bij een hockeywedstrijd van [de minderjarige 1] . Gebleken is dat dit niet goed is verlopen. [de minderjarige 1] heeft deze situatie als belastend ervaren. Het was een ongemakkelijke setting. De moeder heeft aangegeven dat zij probeert het contact tussen de vader en de kinderen te stimuleren maar dat dat lastig gaat.

De kinderen hebben in een gesprek met de rechter aangegeven dat zij geen contact willen met hun vader. De kinderen hebben aangegeven dat, voor hun gevoel, hun vader er de afgelopen tien jaar niet voor hen is geweest omdat hij prioriteit gaf aan zijn werk als barman en aan het drinken van speciaal bier in zijn vrije tijd.

De vader heeft op de zitting aangegeven dat hij zich ervan bewust is dat hij meer alcohol dan gemiddeld drinkt, maar dat geen sprake is van alcoholproblematiek.

De raadsvertegenwoordiger heeft op de zitting benadrukt dat het voor de identiteitsontwikkeling van kinderen belangrijk is dat zij contact hebben met beide ouders. Nu de ouders al veel hebben geprobeerd in het herstellen van het contact maar dat steeds niet is gelukt, adviseert de Raad de betrokkenheid van een deskundige. Verder adviseert de Raad de vader om een leefstijl training te volgen om over alcoholgebruik te praten.

Op de zitting is door de rechter met de ouders gesproken over de mogelijkheid van een traject ouderschapsbemiddeling en omgangsbegeleiding. In dat kader is de zitting even geschorst geweest.

Beide ouders hebben daarna op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling / parallel (solo) ouderschap en omgangsbegeleiding. De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan voornoemd traject en/of training en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Jeugdteams Leidse Regio.

De rechtbank zal de ouders bij eindbeschikking verwijzen naar het hulpverleningstraject, zodat het niet nodig is dat de hulpverleningsinstantie een (eind)rapportage over het verloop van het traject indient.

Daarnaast heeft de vader op de zitting ook toegezegd de door de Raad geadviseerde leefstijltraining te zullen volgen. Het is aan de vader zelf om hiertoe initiatief te nemen en dit in gang te zetten.

De rechtbank zal op dit moment geen zorgregeling vaststellen omdat de ouders daar in het kader van het traject ouderschapsbemiddeling en omgangsbegeleiding afspraken over zullen maken. Het verzoek met betrekking tot de zorgregeling zal de rechtbank dus afwijzen.

Informatie- en consultatieregeling

Momenteel stuurt de moeder wekelijks een e-mail met informatie over de kinderen aan de vader. De ouders zijn het eens over vaststelling van een informatieregeling waarbij de moeder één keer per week per e-mail informatie over de kinderen aan de vader stuurt. De moeder stelt deze mail aan het einde van de week op zondag op. Zij zal de mail zondag of maandagochtend aan de vader versturen. De rechtbank zal overeenkomstig de overeenstemming van de ouders beslissen.

Kinderalimentatie

De vader verzoekt om een door hem aan de moeder te betalen bijdrage in de kosten van de kinderen van € 263,- per maand vast te stellen, de moeder verzoekt een kinderalimentatie van € 746,- per maand. Op de zitting is met partijen gesproken over de geschilpunten. De rechtbank zal hierna op de geschilpunten een beslissing nemen en een alimentatieberekening maken.

Ingangsdatum

Om proceseconomische redenen zal de rechtbank eerst de ingangsdatum vaststellen. Gebleken is dat de vader al sinds het uiteengaan van partijen heeft bijgedragen in de kosten van de kinderen. In redelijkheid zal de rechtbank daarom de ingangsdatum vaststellen op de datum van indiening van het deelnameformulier, te weten 5 december 2025.

Behoefte

Bij het bepalen van de hoogte van kinderalimentatie hanteert de rechtbank de uitgangspunten, zoals deze zijn neergelegd in het Rapport Alimentatienormen van de Expertgroep Alimentatie (de expertgroep).

Daartoe moet allereerst het netto besteedbaar inkomen (NBI) van de ouders ten tijde van de samenleving worden bepaald.

Partijen zijn uit elkaar gegaan in december 2024, zodat de rechtbank voor de berekening van de behoefte van de kinderen op de inkomensgegevens van partijen de tarieven 2024-II zal toepassen.

NBI van de vader

Voor de berekening van het NBI van de vader zal de rechtbank uitgaan van een bruto jaarinkomen van € 28.045,-, blijkend uit zijn jaaropgaaf 2024. In geschil is met welke extra netto inkomsten daarnaast nog rekening moet worden gehouden. De vader is barman en ontvangt in dat kader fooien en loon in natura.

Volgens de vader moet rekening worden gehouden met € 3.600,- per jaar aan fooien en loon in natura. De vader krijgt avondeten op zijn werk en dat kost € 3,50 per maaltijd. Verder rijdt de vader in een auto die door zijn werkgever aan hem ter beschikking wordt gesteld. De auto wordt voornamelijk gebruikt om kleinere bestellingen van de zaak op te halen en af te leveren. Het strookt niet met de opvattingen van de expertgroep om hiervoor een netto bijtelling in aanmerking te nemen.

De moeder stelt dat rekening moet worden gehouden met een bedrag van € 14.400,- totaal per jaar aan extra netto inkomsten. Voor het ‘gratis’ gebruik van de auto rekent de moeder € 3.000,-, omdat de vader wel een auto ter beschikking heeft van zijn werkgever maar geen belastingaanslag hiervoor heeft. Voor het gratis eten rekent de moeder € 4.200,-, uitgaand van € 10,- per dag die de vader bespaart. Voor fooien rekent de moeder € 7.200,- per jaar.

De rechtbank zal schattenderwijs rekening houden met een bedrag van € 5.000,- per jaar aan extra netto inkomsten (fooi en loon in natura). De rechtbank acht het onredelijk om rekening te houden met een fictieve bijtelling voor een fictieve lease auto. De rechtbank heeft geen stukken om het precieze bedrag aan fooien en loon in natura te kunnen vaststellen en zal daarom dit bedrag in redelijkheid schatten en uitgaan van een bedrag van € 5.000,-.

Uitgaand van een bruto jaarinkomen van € 28.045,- en een bedrag van € 5.000,- per jaar aan extra netto inkomsten en rekening houdend met de algemene heffingskorting, de inkomensafhankelijke combinatiekorting en de arbeidskorting, berekent de rechtbank het NBI van de vader in 2024 op € 2.754,- per maand.

NBI van de moeder

Voor de berekening van het NBI van de moeder zal de rechtbank uitgaan van een bruto jaarinkomen van € 32.543,-, blijkend uit de jaaropgaaf 2024. Hiervan uitgaand en rekening houdend met de algemene heffingskorting en de arbeidskorting, berekent de rechtbank het NBI van de moeder in 2024 op € 2.393,- per maand.

Netto besteedbaar gezinsinkomen

Het netto besteedbaar gezinsinkomen in 2024 bedraagt dan € 5.414,- per maand (inclusief € 267,- per maand aan kindgebonden budget). De behoefte van de kinderen bedraagt daarmee in 2024 € 1.312,- per maand.

In geschil is of sprake is van behoefte verhogende kosten.

Volgens de moeder moet de behoefte worden verhoogd met een bedrag van afgerond € 750,- per maand, bestaande uit kosten voor bijles van € 500,- per maand en extra kosten voor brillen van de kinderen van € 241,- per maand. De bijles is volgens de moeder noodzakelijk omdat [de minderjarige 1] daar veel baat bij heeft. Verder zijn van beide kinderen de ogen sterk achteruitgegaan, zodat zij speciaal geslepen glazen nodig hadden. Vanwege de sporten van de kinderen hebben zij twee brillen, één voor sporten en één voor vrije tijd. Dat kost veel geld en moet daarom bij de behoefte worden opgeteld.

Volgens de vader zijn deze hoge kosten niet noodzakelijk. Zowel de bijles als de brillen kunnen ook goedkoper. De vader vindt het onredelijk als hij steeds de hoge rekening hiervan krijgt. Daarom moeten deze extra kosten niet bij de behoefte worden opgeteld.

De rechtbank stelt voorop dat in het tabelbedrag eigen aandeel van de ouders in de kosten van de kinderen alle normale kosten zoals voeding, kleding, sportbeoefening, maar ook ziektekosten, vakanties, schoolkosten en zakgeld zijn begrepen. Uit het rapport van de expertgroep volgt dat bepaalde extra kosten zo uitzonderlijk kunnen zijn, dat de ouders deze niet kunnen betalen uit de standaardbedragen in de tabel en deze uitgaven daadwerkelijk op het (gezins)inkomen drukken. Voorbeelden hiervan zijn kosten voor een gehandicapt kind, topsport, privélessen, extra hoge schoolgelden en kinderopvang of oppaskosten die zo hoog zijn dat deze niet gecompenseerd kunnen worden door lagere uitgaven op andere posten. Naar het oordeel van de rechtbank vallen de kosten van de bijles en de brillen (glazen en monturen) hier niet onder. Deze kosten zijn niet zodanig bijzonder dat de behoefte daarmee moet worden gecorrigeerd.

Geïndexeerd naar 2025 bedraagt de behoefte van de kinderen € 1.397,- per maand, wat neerkomt op afgerond € 699,- per kind per maand.

Vervolgens moet worden beoordeeld in welke verhouding deze behoefte over de ouders moet worden verdeeld.

Draagkracht vader

Voor de berekening van de draagkracht van de vader zal de rechtbank uitgaan van een bruto jaarinkomen van € 29.346,-, blijkend uit zijn jaaropgaaf 2025. Daarnaast zal de rechtbank, net als bij de behoefteberekening, uitgaan van extra netto inkomsten van € 5.000,- per jaar. Daarvan uitgaand en rekening houdend met de algemene heffingskorting en de arbeidskorting, berekent de rechtbank het NBI van de vader in 2025 op € 2.678,- per maand.

Het NBI van de vader is hoger dan € 2.125,- per maand, zodat de rechtbank conform de aanbevelingen van de expertgroep voor de berekening van de draagkracht van de vader de formule 70% x [NBI – (0,3 x NBI + 1.310)] als uitgangspunt zal nemen.

De draagkracht van de vader bedraagt dan volgens bovenstaande formule:

70% x [2.678 – (803,40 + 1.310)] = afgerond € 396,- per maand.

Draagkracht moeder

Voor de berekening van de draagkracht van de moeder zal de rechtbank uitgaan van een bruto jaarinkomen van € 37.050,-, blijkend uit haar jaaropgaaf 2025. Daarvan uitgaand en rekening houdend met de algemene heffingskorting, de arbeidskorting, de inkomensafhankelijke combinatiekorting en het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop, berekent de rechtbank het NBI van de moeder in 2025 op € 3.546,- per maand.

Het NBI van de moeder is hoger dan € 2.125,- per maand, zodat de rechtbank conform de aanbevelingen van de expertgroep voor de berekening van de draagkracht van de moeder de formule 70% x [NBI – (0,3 x NBI + 1.310)] als uitgangspunt zal nemen.

De draagkracht van de moeder bedraagt dan volgens bovenstaande formule:

70% x [3.546 – (1.063,80 + 1.310)] = afgerond € 820,- per maand.

Gezamenlijke draagkracht

De gezamenlijke draagkracht van de ouders bedraagt € 1.216,- per maand (396 + 820). Deze draagkracht is onvoldoende om volledig in de behoefte van de kinderen te voorzien (1.397). De rechtbank komt niet toe aan een vergelijking van de draagkracht. Het tekort aan draagkracht bedraagt € 181,- per maand (1.397 – 1.216).

Zorgkorting

Op de door de vader te betalen bijdrage dient in beginsel een zorgkorting in mindering te worden gebracht. De zorgkorting bedraagt een percentage van de behoefte, afhankelijk van de hoeveelheid zorg. Als er een tekort bestaat, komt de helft van dit tekort in mindering op de zorgkorting.

Partijen zijn het erover eens dat rekening moet worden gehouden met een zorgkorting van 15%. De ouders gaan immers deelnemen aan de trajecten ouderschapsbemiddeling en omgangsbegeleiding met het doel het contact tussen de kinderen en de vader te herstellen en op te bouwen. De zorgkorting komt neer op afgerond € 210,- per maand (0,15 x 1.397).

Voor de vader komt de helft van het tekort, zijnde afgerond € 91,-, in mindering op zijn zorgkorting. De door de vader te betalen bijdrage wordt dan als volgt berekend: 396 – (210 – 91) = € 277,- per maand.

Conclusie

De rechtbank berekent de door de vader te betalen bijdrage voor de kinderen aldus op € 277,- per maand, wat neerkomt op afgerond € 139,- per kind per maand. De rechtbank zal deze kinderalimentatie met ingang van 5 december 2025 vaststellen.

Gelet op de uitspraak van de Hoge Raad 18 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1165, zal de rechtbank de kinderalimentatie verhogen met de jaarlijkse indexering als bedoeld in artikel 1:402a BW met ingang van 1 januari 2026 tot een bedrag van € 290,- per maand, wat neerkomt op € 145,- per kind per maand. Met ingang van 1 januari 2027 wordt het laatstgenoemde bedrag van rechtswege verhoogd met de jaarlijkse indexering.

Aanhechten berekeningen

De door de rechtbank gemaakte berekeningen zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.

Woning

De woning is eigendom van de vrouw. Partijen zijn het erover eens dat de vrouw in de woning blijft wonen. De rechtbank hoeft hierover geen beslissing te nemen.

Afwikkeling huwelijkse voorwaarden

De huwelijkse voorwaarden zijn opgemaakt bij notariële akte van 6 juli 2016. In artikel 1 van de huwelijkse voorwaarden is bepaald: ‘Tussen de echtgenoten bestaat geen enkele huwelijksvermogensrechtelijke gemeenschap.’

In artikel 3 van de huwelijkse voorwaarden is, voor zover hier relevant, opgenomen: ‘Als de echtgenoten een bankrekening op naam van beiden hebben, is ieder van hen voor de onverdeelde helft tot het saldo op deze rekening gerechtigd.

Spaargeld

De man heeft aangegeven dat hij verdeling van het spaarsaldo wil. De vrouw heeft aangegeven dat er geen spaargeld is. Bij het uiteengaan van partijen was er nog € 4.000,-, maar dat is ten gunste van de kinderen besteed.

Partijen zijn het erover eens dat er op de peildatum (datum indiening verzoekschrift/deelnameformulier) geen geld meer op de spaarrekening stond. De rechtbank kan daarom hierover geen beslissing nemen.

Lounge set

De man wil de lounge set (gekregen van zijn ouders) ontvangen. De vrouw heeft aangegeven dat de lounge set was vergaan en daarom moest worden weggegooid bij de verhuizing.

De rechtbank constateert dat de lounge set niet (meer) voor verdeling in aanmerking komt zodat hierover ook geen beslissing kan worden genomen.

De rechtbank:

*

spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, met elkaar gehuwd op [datum] 2016 te Noordwijk;

*

bepaalt dat de minderjarigen:

[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2014 te [geboorteplaats] ;

[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats] ;

de hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de moeder;

*

stelt vast dat de ouders, te weten:

[de vader] (de vader),

wonende op het adres [adres 1] ,

en

[de moeder] (de moeder),

wonende op het adres [adres 2] ,

bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling / Parallel (solo) ouderschap en Omgangsbegeleiding en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;

beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar:

Jeugdteams Leidse Regio, Haarlemmerstraatweg 31 – 8519 –, 2343 LA Oegstgeest;

stelt vast dat de ouders bij eindbeschikking zijn verwezen naar het hulpverleningstraject, zodat het niet nodig is dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank (tussentijds) rapporteert over het verloop van voornoemd traject;

*

bepaalt dat de moeder één keer per week per e-mail informatie over de kinderen aan de vader stuurt;

*

bepaalt de door de vader aan de moeder te betalen kinderalimentatie met ingang van 5 december 2025 op € 277,- per maand en met ingang van 1 januari 2026 op € 290,- per maand, voortaan bij vooruitbetaling te voldoen;

*

verklaart de beschikking – met uitzondering van de beslissing over de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. de Jong-Kwestro, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. R.P. Bas als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 26 maart 2026.

Artikel delen