ECLI:NL:RBDHA:2026:7644
Volgberoep bewaring, artikel 56b Vw. Anders dan eiser stelt duurt de maatregel niet onrechtmatig voort nu deze is verlengd bij besluit van 4 februari 2026, waarin ook de asielaanvraag van eiser kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard. Ook voor het overige geen grond voor het oordeel dat de maatregel van bewaring op enig moment onrechtmatig is geweest. Beroep ongegrond.
Rechtbank Den Haag 2 April 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:7644
text/xml
public
2026-04-02T17:10:27
2026-04-02
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Den Haag
2026-04-02
NL26.16502
Uitspraak
Eerste aanleg - enkelvoudig
NL
Groningen
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:7644
text/html
public
2026-04-02T17:09:51
2026-04-02
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:7644 Rechtbank Den Haag , 02-04-2026 / NL26.16502
Volgberoep bewaring, artikel 56b Vw. Anders dan eiser stelt duurt de maatregel niet onrechtmatig voort nu deze is verlengd bij besluit van 4 februari 2026, waarin ook de asielaanvraag van eiser kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard. Ook voor het overige geen grond voor het oordeel dat de maatregel van bewaring op enig moment onrechtmatig is geweest. Beroep ongegrond.
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.16502
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. U.H. Hansma),
en
1. De minister heeft op 20 januari 2026 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vw opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
1.1.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
1.2.
De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
1.3.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 31 maart 2026 gesloten.
2. De rechtbank heeft deze maatregel van bewaring al eerder getoetst, zoals volgt uit de uitspraak van 10 februari 2026. In dit beroep is daarom van belang wat er sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 6 februari 2026 is gebeurd.
Wat vindt eiser?
3. Eiser stelt dat de maatregel van bewaring moet worden opgeheven omdat deze niet langer gebaseerd kan worden op artikel 59b van de Vw. Uit de voortgangsrapportages blijkt immers dat de asielprocedure ten einde is gekomen. De minister heeft de maatregel echter nog niet omgezet, en die is dus onrechtmatig geworden vanaf het moment dat de asielprocedure werd beëindigd.
Oordeel van de rechtbank
4. De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank stelt vast dat de asielaanvraag van eiser bij besluit van 4 februari 2026 kennelijk ongegrond is verklaard. De bewaring is daarbij op grond van artikel 59b, derde lid van de Vw met ten hoogste drie maanden verlengd. Van het onrechtmatig voortduren van de maatregel is dus geen sprake.
4.1.
De rechtbank ziet ook voor het overige geen grond voor het oordeel dat de maatregel van bewaring in de periode tussen het sluiten van het vorige onderzoek en het sluiten van het onderhavige onderzoek op enig moment onrechtmatig was.
5. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.J. van der Veen, rechter, in aanwezigheid van mr. H.A. van der Wal, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Vreemdelingenwet 2000.
Op grond van artikel 96, eerste lid, van de Vw.
Zaaknummer NL26.16502.