ECLI:NL:RBNNE:2026:1469
Voorlopige voorziening. Afgewezen. Geen spoedeisend belang.
Rechtbank Noord-Nederland 6 May 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:1469
text/xml
public
2026-05-06T17:06:51
2026-04-24
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Noord-Nederland
2026-04-17
LEE 26/1141
Uitspraak
Voorlopige voorziening
NL
Groningen
Bestuursrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1469
text/html
public
2026-05-06T17:06:29
2026-05-06
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBNNE:2026:1469 Rechtbank Noord-Nederland , 17-04-2026 / LEE 26/1141
Voorlopige voorziening. Afgewezen. Geen spoedeisend belang.
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 26/1141
uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 april 2026 in het verzoek om voorlopige voorziening de zaak tussen
[naam uit plaats] , verzoekster
en
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
1.1.
Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.
2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.
3. Bij uitspraak van 30 maart 2026 heeft deze rechtbank zich onbevoegd verklaard ten aanzien van het door verzoekster ingediende beroep tegen de brief van het COa van
29 oktober 2019 (de zogenaamde koppelingsbrief). In deze brief is eiseres meegedeeld dat de gemeente Borger-Odoorn bereid is gevonden bij voorrang woonruimte voor haar beschikbaar te stellen en dat zij haar een aanbod van passende woonruimte zal doen.
4. Op 1 april 2026 heeft verzoekster een verzoek om schadevergoeding bij de rechtbank ingediend wegens onrechtmatig handelen van de locaties Drachten en Assen van het COA ingediend. Hierbij heeft verzoekster – onder meer en samengevat – aangegeven dat de locatie in Drachten haar onder druk heeft gezet om een woning in de gemeente Borger-Odoorn te accepteren. Bij de locatie in Assen is verzoekster geconfronteerd met ernstig onzorgvuldig en onprofessioneel handelen van de locatiemanager. Bij dit schrijven heeft verzoekster de uitspraak van deze rechtbank van 30 maart 2026 gevoegd. Ook heeft verzoekster hierbij een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
5. De voorzieningenrechter zal het verzoek als kennelijk ongegrond afwijzen omdat het spoedeisend belang ontbreekt. Verzoekster voert aan dat zij een spoedeisend belang heeft omdat zij zich nog steeds in een problematische situatie binnen de gemeente Borger-Odoorn bevind en dat zij deze situatie zo snel mogelijk wenst te verlaten. Hierbij heeft verzoekster aangegeven dat er sprake is van een spoedeisend belang gezien haar medische toestand en de voortdurende stress. De voorzieningenrechter volgt verzoekster hierin niet. Hiertoe overweegt de voorzieningenrechter dat uit hetgeen verzoekster naar voren heeft gebracht niet blijkt dat er sprake is van zo’n mate van spoed dat verzoekster het besluit op haar verzoek om schadevergoeding niet kan afwachten.
6. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.I. Havinga, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 17 april 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.