Uit onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) blijkt dat de bescherming van persoonsgegevens in openbare registers ernstig tekortschiet. Van de dertien onderzochte registers zouden er twee helemaal niet openbaar mogen zijn, missen er zeven een wettelijke basis voor het delen van bepaalde gegevens en kennen alle registers tekortkomingen in hun privacymaatregelen.

De registers – die onder meer door het ministerie van Justitie en Veiligheid en de Rechtspraak worden beheerd – vervullen een belangrijke rol voor rechtszekerheid en transparantie. Maar de ruime digitale toegankelijkheid van persoonsgegevens zorgt ook voor risico’s, zoals identiteitsfraude, intimidatie en grootschalig hergebruik van gegevens.
Twee registers moeten gesloten worden: het register van particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (geen wettelijke basis) en het Centraal Gezagsregister (onevenredige veiligheidsrisico’s voor minderjarigen).
Zeven registers missen juridische grondslag voor het openbaar maken van gevoelige gegevens, zoals woonadressen en geboortedata.
Geen enkel register houdt systematisch bij wie de gegevens raadpleegt, terwijl het in sommige gevallen om miljoenen bevragingen per jaar gaat.
De onderzoekers van de Open Universiteit, die het WODC-onderzoek uitvoerden, adviseren onder meer:
Expliciete wettelijke grondslagen voor openbaarmaking vastleggen.
Gelaagde toegang invoeren: basisinformatie breed, detailinformatie beperkt.
Bulkverstrekkingen beperken en logging & monitoring verplicht stellen.
Persoonsgegevens in de standaardweergave minimaliseren.
Periodieke evaluaties en uniforme richtlijnen voor afscherming organiseren.
Het WODC benadrukt dat een snelle aanpak cruciaal is om privacyrisico’s te beperken, zonder de maatschappelijke waarde van registers – zoals transparantie en rechtszekerheid – te verliezen. Alleen zo kan de rechtmatigheid en effectiviteit van deze registers ook op de lange termijn worden gewaarborgd.
Lees hier het WODC-rapport