Menu

Filter op
content
PONT Data&Privacy

0

Feiten
Werkneemster was bij werkgever, een huisartsenpraktijk, als doktersassistente in dienst. Op de arbeidsovereenkomst was de Beroepscode Doktersassistent van de NVDA (‘de Beroepscode’) van toepassing. Daarin zijn gedragsregels opgenomen voor de beroepsgroep van werkneemster.

Na het overlijden van één van haar patiënten, constateerde werkgever dat werkneemster tot erfgenaam was benoemd in het testament van de betreffende patiënt. Ook bleek werkneemster een geregistreerd partnerschap met hem te zijn aangegaan om zijn nalatenschap op fiscaal gunstige wijze te kunnen aanvaarden.

Werkgever plaatste hier – terecht – vraagtekens bij. Werkgever had immers in goed vertrouwen taken aan werknemer gedelegeerd ten aanzien van de patiënt. Verder was werkneemster betrokken bij zijn euthanasieverzoek. Ook begeleidde werkneemster hem bij zijn verstervingstraject toen euthanasie werd geweigerd door een negatief advies van een tweede arts.

Gelet op de omstandigheden, besloot werkgever een (tweede) ontbindingsverzoek in te dienen. Volgens werkgever had werkneemster door haar handelswijze de gedragsregels in de Beroepscode ruimschoots overtreden. Ook had zij het vertrouwen van werkgever beschaamd door niets te melden over het aangaan van het geregistreerd partnerschap met de patiënt en later ook diens erfenis te aanvaarden.

Volgens werkneemster was werkgever op zoek gegaan naar een stok om haar te slaan. Werkgever zou haar privacy ernstig hebben geschonden door te gaan “spitten” in haar privé-achtergronden. Werkneemster was, naar eigen zeggen, niet verplicht om haar werkgever te informeren over het geregistreerd partnerschap met de patiënt. Dit partnerschap zou enkel zijn aangegaan vanwege fiscale redenen en stond volledig los van de relatie van werkneemster als verzorgster van de patiënt. Bovendien was het volgens werkneemster op nadrukkelijk verzoek van de patiënt dat zij haar werkgever niets over de situatie had verteld.

Oordeel kantonrechter
De kantonrechter deelt het standpunt van werkgever en ontbindt de arbeidsovereenkomst op grond van ernstig verwijtbaar handelen. De belangrijkste overwegingen worden hieronder genoemd:

Tot slot
De kantonrechter oordeelt – naar onze mening terecht – dat werkneemster te ver is gegaan in haar zorg voor de 85-jarige patiënt. Het beroep van werkneemster op eerbiediging van haar persoonlijke levenssfeer, houdt geen stand. Alhoewel op dit punt niet expliciet een belangenafweging wordt gemaakt, is begrijpelijk dat de kantonrechter (gelet op alle omstandigheden) het privacy-argument van werkneemster van tafel veegt.

Zie ECLI:NL:RBZWB:2019:192