De voorzieningenrechter in Den Haag heeft geoordeeld dat een rapper onrechtmatig handelde door via social media beeldmateriaal van zijn vermoedelijke kind en vertrouwelijke informatie over de moeder te verspreiden. De rechter verplichtte hem tot het verwijderen van de content en legde een publicatieverbod op.

De zaak draait om een conflict tussen ex-partners, waarbij de man via platforms als Instagram en TikTok beelden van een baby, audiofragmenten uit een slachtofferverklaring en informatie uit een jeugdzorgdossier publiceerde. Ook deed hij volgens de rechter onjuiste uitspraken over een vermeende weigering van een DNA-test.
De rechter stelt duidelijk dat voor het publiceren van beeldmateriaal van een kind onder de 16 jaar toestemming nodig is van de wettelijk vertegenwoordiger. Omdat de moeder die toestemming niet gaf, was publicatie in strijd met de AVG. Dat het beeldmateriaal deels geblurd was, maakte dit niet anders: het kind bleef identificeerbaar door context en eerdere posts.
Ook het delen van informatie uit een jeugdzorgdossier werd als onrechtmatig aangemerkt. Het ging om vertrouwelijke persoonsgegevens, waaronder informatie over de mentale gezondheid van de moeder en haar gezinssituatie.
De rechter woog de privacybelangen van moeder en kind zwaarder dan de artistieke vrijheid van de gedaagde. Met name de kwetsbare positie van het kind en de impact van het grote bereik op social media speelden daarbij een rol.
Opvallend is dat de rechter geen rectificatie oplegde, ondanks onjuiste uitlatingen over de DNA-test. Volgens de rechter zou dat juist opnieuw publieke aandacht genereren voor een privékwestie die het kind raakt.
Deze uitspraak onderstreept dat: