In deze spraakmakende uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam uit 2023 staat de vraag centraal in hoeverre platformbedrijf Uber verplicht is om chauffeurs inzage te geven in hun persoonsgegevens én in de werking van algoritmische systemen die hun werk en inkomsten beïnvloeden. Het hof biedt belangrijke verduidelijking over de reikwijdte van het inzagerecht (art. 15 AVG), het recht op dataportabiliteit (art. 20 AVG) en vooral het recht op informatie over geautomatiseerde besluitvorming (art. 15 lid 1 sub h AVG jo. art. 22 AVG).

Het hof bevestigt dat het begrip ‘persoonsgegevens’ ruim moet worden uitgelegd. Ook interne notities, zoals het zogeheten driver’s profile en ‘tags’ in klantenservicesystemen, kwalificeren als persoonsgegevens. Uber moet deze gegevens daarom verstrekken. Tegelijkertijd stelt het hof grenzen: een algemeen en ongespecificeerd inzageverzoek kan worden afgewezen. Betrokkenen moeten hun verzoek voldoende concretiseren, zeker bij grote datasets.
Daarnaast onderstreept het hof dat bij inzage rekening moet worden gehouden met de rechten van derden. Zo mogen passagiersbeoordelingen (ratings en reports) worden verstrekt, maar alleen in geanonimiseerde vorm.
Een kernpunt in deze zaak is de uitleg van artikel 15 lid 1 sub h AVG. Het hof verduidelijkt dat dit informatierecht alleen ziet op uitsluitend geautomatiseerde besluitvorming in de zin van artikel 22 AVG, dus beslissingen zonder menselijke tussenkomst die rechtsgevolgen hebben of betrokkenen “aanmerkelijk treffen”.
Het hof oordeelt dat verschillende Uber-systemen hieronder vallen:
Deze systemen beïnvloeden direct het aantal ritten en daarmee het inkomen van chauffeurs, en treffen hen dus in aanmerkelijke mate. Uber moet daarom “nuttige informatie” verstrekken over de onderliggende logica, de relevante factoren en hun weging, evenals de gevolgen voor de chauffeurs.
Belangrijk is dat het hof een middenweg kiest: Uber hoeft geen volledige algoritmes of broncode prijs te geven, maar moet wel voldoende inzicht bieden zodat chauffeurs begrijpen hoe besluiten tot stand komen en deze kunnen aanvechten. Een verwijzing naar algemene website-informatie is onvoldoende.
Het hof beperkt het recht op dataportabiliteit: alleen gegevens die door de betrokkene zelf zijn verstrekt of gegenereerd via gebruik van de dienst vallen hieronder. Interne documenten of afgeleide gegevens vallen daarbuiten.
Deze uitspraak is richtinggevend voor organisaties die werken met algoritmes en AI. Zij moeten:
Voor privacy professionals en AI-ontwikkelaars onderstreept dit arrest dat “black box”-systemen juridisch steeds minder houdbaar zijn.