Menu

Zoek op
rubriek
Data&Privacyweb
0

Vormt Clearview een helder zicht op het einde van de privacy?

Gezichtsherkenningstechnologie kan een nuttige bijdrage leveren aan de beveiliging van computers, smartphones gevoelige bestanden en locaties. Ook heeft de techniek nut bij het functioneren van camera’s op autonome voertuigen en andere applicaties. Daar tegenover staat dat deze vorm van identificatie gebruikt en misbruikt kan worden door partijen waar de betrokkene geen weet van heeft.

2 mrt 2020

Meermalen is discussie gevoerd over de aanvaardbaarheid van gezichtsherkenningstechnologie, bijvoorbeeld in relatie tot stadionverboden en het voorkomen van winkeldiefstallen. Het voorbeeld van vergaand gebruik van camerabeelden door de overheid in het Chinese social credit system behoeft nauwelijks toelichting; nu wordt door de Chinese politie zelfs geëxperimenteerd met gezichtsherkenningsprojectie in speciale brillen.(1) Er bestaan inmiddels tal van gezichtsherkenningsapps, maar die zijn tot nu toe niet perfect te noemen. Ze selecteren ongewild vaak op kleur, gelaatsvorm of zelfs achtergrond, met alle vooroordelen van dien. De ontwikkeling van slimme technologie staat echter niet stil en is ook niet in te tomen.

De nieuwste app op het gebied van gezichtsherkenning, Clearview, vormt volgens de New York Times een kwalitatieve sprong voorwaarts en daarmee het einde van privacy van de burger.(2) Stevenen we daarmee af op een daadwerkelijke dystopie voor de privacy van de burger? Deze app, op de markt gebracht door een Australische technicus, maakt het mogelijk om aan de hand van afbeeldingen die op internet staan personen in de openbare ruimte te identificeren. Die identificatie kan vervolgens worden gekoppeld aan vrijwel alle informatie die over de betreffende persoon op internet beschikbaar is. Clearview pretendeert een database te hebben van meer dan drie miljard foto’s. Vandaar dat met name opsporings- en veiligheidsorganisaties bijzondere belangstelling tonen voor dit nieuwe gezichtherkenningsproduct. Volgens het artikel in de New York Times gaven bronnen van federale en nationale opsporingsinstanties (lees: justitie en de FBI) aan dat, hoewel ze slechts beperkte kennis hadden over de achtergrond van Clearview, - het gaat immers om het resultaat! - ze de app reeds gebruiken om winkeldiefstal, identiteitsdiefstal, creditcardfraude, moord en gevallen van seksuele uitbuiting van kinderen op te lossen.

Ook de Nederlandse politie heeft een database bestaande uit 2.2 miljoen foto’s van verdachten van misdrijven (met een minimumstraf van vier jaar), waarbij gezichtsherkenningstechnologie wordt gebruikt. De onschuldpresumptie speelt hier blijkbaar geen rol. Waarschijnlijk is dit een van de redenen waarom in de Verenigde Staten door de New Yorkse Senaat (door senator Brad Hoylman) inmiddels een wetsvoorstel is ingediend dat het gebruik van gezichtsherkenningstechnologie (en andere biometrische surveillance technieken) door de politie verbiedt!(3) Vanzelfsprekend is de app echter ook interessant voor anderen, van overheidsdiensten zoals sociale diensten en belastingdiensten tot potentiële werkgevers. Daarnaast zijn ook commerciële toepassingen in verkoop van producten en diensten te koppelen aan de app, doordat geïdentificeerde personen kunnen worden gelinkt aan profielen over hun interesses en voorkeuren.

De vraag of de vele toepassingen van gezichtsherkenning wel in overeenstemming zijn met de verwerkingsvereisten van artikel 6 uit de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en eventuele rechtsgevolgen van de automatische verwerking als bedoeld in artikel 22 van de AVG als het niet justitiële activiteiten betreft. De AVG is immers niet van toepassing op opsporing en nationale veiligheid als aangegeven in artikel 23 AVG. Margrethe Vestager, als Europese Commissaris voor ’digital affairs’ stelde dat dit soort biometrische toepassingen sowieso in strijd zijn met de AVG, omdat geen voorafgaande toestemming van de betrokkene is en kan worden verkregen en het gevoelige gegevens betreft.(4) Overigens geldt deze uitspraak dus, als gesteld, niet voor de toepassing door justitie en veiligheidsdiensten. Wel kan worden gesteld dat ook in dat uitzonderingsgeval de toepassing proportioneel dient te zijn ten aanzien van het te bereiken resultaat. Dit werd dan ook bevestigd door de Engelse privacytoezichthouder Information Commissioner’s Office (ICO), die stelde dat er een ’code of practice’ door de politie moet worden toegepast bij het gebruik van ‘face recognition technology’, gezien “it met the threshold of stricht necessity for law enforcement purposes.''(5)

Hoe dan ook, dit soort technologie, zij het toegepast door overheden of derden, zal het veiligheidsgevoel van burgers niet bevorderen en zal vrijheid van personen, verkeer en de vrijheid van meningsuiting gevoelig kunnen verminderen door zelfcensuur en ‘camera-angst’ als nieuwe agorafobie. Maar zoals Mark Zuckerberg stelde in zijn beroemde e-mailuitwisseling:

FRIEND: so have you decided what you are going to do about the websites?
ZUCK: yea i’m going to fuck them
ZUCK: probably in the year
ZUCK: *Ear

Het is de vraag of de ontwerpers van technologische geavanceerde applicaties altijd even zwaar tillen aan de ontwrichtende en morele consequenties van hun product.

Voetnoten

(1) https://www.cnet.com/news/chinese-police-wear-facial-recognition-surveillance-glasses/

(2) https://www.nytimes.com/2020/01/18/technology/clearview-privacy-facial-recognition.htm

(3) https://www.law.com/newyorklawjournal/2020/01/27/ny-state-senate-bill-would-ban-police-use-of-facial-recognition-technology/?slreturn=20200030064629

(4) https://thenextweb.com/neural/2020/02/17/automated-facial-recognition-breaches-gdpr-says-eu-digital-chief/

(5) https://ico.org.uk/about-the-ico/news-and-events/news-and-blogs/2020/01/ico-statement-in-response-to-an-announcement-made-by-the-met-police/

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.