De Europese Unie wil een grotere rol spelen in de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie. Daarom heeft de Raad van de EU deze week groen licht gegeven voor de oprichting van zogenoemde AI-gigafabrieken. Dat zijn grote, geavanceerde centra waar met extreem krachtige computers aan nieuwe AI-toepassingen kan worden gewerkt.

Met dit besluit wil de EU voorkomen dat Europa achterblijft bij andere grootmachten, zoals de Verenigde Staten en China. Kunstmatige intelligentie wordt gezien als een sleuteltechnologie voor de toekomst, met grote gevolgen voor economie, veiligheid, zorg en wetenschap. Volgens de EU is het daarom belangrijk dat Europa zelf beschikt over de infrastructuur om deze technologie te ontwikkelen.
De AI-gigafabrieken zullen bestaan uit grootschalige datacenters en supercomputers. Daarmee kunnen complexe AI-modellen worden getraind, iets wat nu vooral buiten Europa gebeurt. Onderzoekers, bedrijven en start-ups krijgen toegang tot deze faciliteiten, zodat zij innovatie binnen Europa kunnen versnellen.
Het plan maakt deel uit van een aanpassing van de bestaande regels voor Europese supercomputers. Die regels moeten ervoor zorgen dat publieke investeringen en private partijen beter kunnen samenwerken. Tegelijk zegt de EU aandacht te houden voor eerlijke toegang, zodat ook kleinere bedrijven en start-ups kunnen profiteren en niet alleen grote techspelers.
De nieuwe regelgeving wordt naar verwachting eind januari officieel van kracht. Daarna kunnen lidstaten en Europese instellingen beginnen met de concrete uitwerking: waar de gigafabrieken komen, wie ze beheert en hoe ze worden gefinancierd.
Volgens de Raad is dit een noodzakelijke stap om Europa technologisch sterker en zelfstandiger te maken. Door te investeren in eigen AI-capaciteit wil de EU niet alleen economische groei stimuleren, maar ook meer grip houden op hoe deze krachtige technologie wordt ontwikkeld en ingezet.
