In deel 1 van deze reeks ‘Eerste hulp bij datalekken & cyberincidenten’ van Ploum Rotterdam Law Firm stonden we stil bij de vraag wanneer sprake is van een datalek, welke gevolgen een datalek kan hebben en welke eerste stappen gezet moeten worden. In deel 2 bespraken we de meldplicht datalekken, wanneer een melding moet worden gedaan bij de Autoriteit Persoonsgegevens (‘AP’) en wanneer betrokkenen en contractspartijen moeten worden geïnformeerd. Ook kwam daarin de handhaving door de AP aan bod.

In dit derde deel gaan we in op de inhoud van de meldingen en de interne registratie van datalekken.
Is er sprake van een meldplichtig datalek, dan moet de melding aan de AP volledig, zorgvuldig en tijdig (binnen 72 uur na kennisname) worden gedaan. Onvolledige of onduidelijk geformuleerde meldingen kunnen leiden tot aanvullende vragen van de AP.
Voor de melding aan de AP moet het formulier op de website van de AP worden ingevuld. In het formulier moeten uitgebreide vragen over het datalek worden beantwoord. Denk aan vragen over de oorzaak en omvang van het datalek, de gelekte persoonsgegevens, de betrokken personen, de (mogelijke) gevolgen en de getroffen maatregelen. Maar het formulier bevat bijvoorbeeld ook vragen over andere betrokken organisaties, het informeren van de betrokken personen en eventuele meldingen aan andere toezichthouders. Is niet alle informatie direct beschikbaar, dan kan op een later moment een vervolgmelding bij de AP worden gedaan.
Wanneer het datalek waarschijnlijk een hoog risico inhoudt voor de rechten en vrijheden van de bij het datalek betrokken personen, moeten ook zij meestal worden geïnformeerd. Deze communicatie moet plaatsvinden in duidelijke en eenvoudige taal en mag niet onnodig technisch of verhullend zijn.
De melding aan betrokkenen bevat ten minste:
Vergeet ook niet om eventuele contractspartijen op tijd te informeren. Voor de inhoud van de melding moeten de afspraken worden gevolgd die in het contract hierover zijn gemaakt.
Je bent als organisatie verplicht om datalekken ook intern vast te leggen, zowel in het geval dat deze wel als niet meldplichtig zijn.
Het is daarom belangrijk om een incidenten- en datalekkenregister te voeren. Wij adviseren om daarin bij ieder datalek in ieder geval de volgende informatie op te nemen:
Een zorgvuldig bijgehouden incidenten- en datalekkenregister is niet alleen van belang in het kader van toezicht door de AP, maar helpt ook om inzicht te krijgen in terugkerende risico’s en om processen en beveiligingsmaatregelen te verbeteren.
Wat doe je als het misgaat? Het is niet altijd mogelijk om een datalek of ander cyberincident te voorkomen. Om organisaties te helpen, hebben wij een praktisch stappenplan ‘Eerste hulp bij datalekken & cyberincidenten’ opgesteld. Dit stappenplan bestaat uit de volgende stappen:
Via onderstaande knop is het uitgebreide stappenplan in een infographic te bekijken.
