Menu

Filter op
content
Data&Privacyweb
0

Het debat over de wenselijkheid van (EU-)regelgeving voor online anonimiteit

Het digitale domein is een integraal onderdeel geworden van de moderne samenleving en bepaalt hoe individuen communiceren, informatie delen en zichzelf uitdrukken. Naast de toename van onderlinge verbondenheid, heeft het toegenomen gebruik van digitale platforms echter ook keerzijdes, zoals het gebrek aan verantwoording van onlinegedrag van (anonieme) gebruikers. De discussie over de wenselijkheid van regulering van online anonimiteit, is in de afgelopen jaren dan ook toegenomen binnen de Europese Unie (EU), waarin het recht op privacy van individuen een groot belang heeft. In dit blog zal de huidige bestaande discussie omtrent online anonimiteit geschetst worden in Nederland en de EU, waarna de uitdaging waar de (Europese) wetgever voor staat kort wordt besproken.

1 december 2023

De huidige discussie

Diverse politieke partijen zetten zich in om online anonimiteit tegen te gaan en pleiten voor een identificatieplicht van gebruikers van social media. Hiermee zou onlinewangedrag van internetgebruikers, zoals online haatberichten, bedreigingen en fake news, worden tegengegaan. De andere kant van de medaille is dat met een dergelijke identificatieplicht verschillende rechten van individuen in het geding komen. Voorstander van een identificatieplicht is bijvoorbeeld Nieuw Sociaal Contract, de partij van Pieter Omtzigt, die strenge maatregelen voorstelt om online anonimiteit uit te bannen, door bijvoorbeeld grote techbedrijven te dwingen om de identiteit van gebruikers te registreren en deze informatie te delen met de autoriteiten in het geval van schendingen van de inhoud of discriminerende berichten (1). Forum van de Democratie is daarentegen fel tegenstander van een identificatieplicht, omdat dit volgens haar zou leiden tot het einde van een vrij internet en de facto een inperking van het recht op vrijheid van meningsuiting (2). Ook Staatssecretaris Van Huffelen (digitalisering), is tegen het voorstel en benadrukt dat online anonimiteit een groot goed is en behoort tot het recht op zelfbeschikking en privacy. Volgens haar strookt een dergelijke identificatieplicht niet met dit recht.

Ook op Europees niveau is nog geen richting zichtbaar. In een Ierse zaak uit 2019 stond de balans tussen (onder andere) het recht op privacy en de bescherming van persoonsgegevens enerzijds en de openbaarmaking van persoonlijke informatie anderzijds centraal (3). In die zaak drong een Ierse school aan op de openbaarmaking van accountidentiteiten bij een social media platform om haar gedragscode voor sociale media te handhaven. Dit verzoek werd geweigerd omdat het vrijgeven van dit soort gebruikersinformatie zonder toestemming of een gerechtelijk bevel inbreuk zou kunnen maken op de privacy van gebruikers en het recht op gegevensbescherming. De Ierse High Court vroeg hulp aan het Hof van Justitie van de EU (HvJEU) voor de juiste belangenafweging en vroeg daarbij onder meer: “Of de rechten in het Handvest het recht geven om anoniem informatie op het internet te plaatsen (zonder criteria van algemeen belang)?”

Voordat het HvJEU deze vraag kon beantwoorden, besloot de school de rechtszaak echter in te trekken (4). Hoe met het vraagstuk van openbaarmakingsvereisten van de anonieme identiteit op sociale media in de rechtspraak op EU-niveau wordt omgegaan, blijft dus vooralsnog ongewis.

De complexiteit van (toekomstige) regulering

In meer algemene zin rijst de vraag of het met het oog op (onder meer) de privacy van gebruikers wel wenselijk is om een dergelijke identificatieplicht wettelijk in te voeren, op nationaal of Europees niveau.

Aan de ene kant bestaat het standpunt dat verantwoording op het internet centraal moet staan en mensen die zich schuldig maken aan online wangedrag geïdentificeerd moeten kunnen worden. Vanuit het belang van bijvoorbeeld de veiligheid, is regulering van onlinegedrag dus wenselijk. Het Forum voor het Europees burgerinitiatief lanceerde in 2018 al het voorstel "Geen anonieme accounts meer op sociale media", waarin wordt gesteld dat elke publieke instelling weliswaar anonieme reacties op hun internetpagina's zou moeten toestaan, maar dat deze instellingen verantwoordelijk moeten worden gehouden als ze berichten zonder verificatie plaatsen (5).

Puur gekeken vanuit een privacy perspectief, kan regulering van online anonimiteit echter ook problematisch zijn. Zo zal het invoeren van een identificatieplicht van de gebruikers risico’s met zich meebrengen wat betreft het waarborgen van hun recht op privacy. Het wettelijk verankeren van een identificatieplicht voor online platforms leidt bijvoorbeeld tot een toename in hun gegevensverwerkingen over hun gebruikers, wanneer zij ook verplicht worden tot (verifieerbare) identificatie van hen. De vraag is ook hoe een dergelijke identificatie wordt vormgegeven. Als identificatie slechts kan plaatsvinden aan de hand van identiteitsdocumenten, dan zullen deze door de platforms ook verwerkt moeten worden. Daar komt bij dat een dergelijke verplichting waarschijnlijk ook gekoppeld wordt aan een verantwoordingsplicht van de platforms, op basis waarvan zij ook zullen moeten (blijven) aantonen wie achter welk account zit. Op dit moment bestaat al veel kritiek op de hoeveelheid persoonsgegevens die de grote platforms van haar gebruikers verwerken. Met de voorstellen die nu voorliggen in de huidige discussie komt het recht op privacy van de gebruikers dus (nog verder) in het geding.

Tegelijkertijd kan ook niet zonder sympathie worden gekeken naar de koers om online anonimiteit wel te verbannen, wanneer gekeken wordt naar het bereik en de impact van social media in het dagelijks leven. Het recht op vrijheid van meningsuiting en op privacy van de gebruiker enerzijds, zal echter nooit in absolute zin en altijd kunnen opwegen tegen de grondrechten van een ander. Net als in iedere grondrechtenstrijd, zal deze strijd in een belangenafweging (moeten) worden getreden.

De grote uitdaging waar de (EU-)wetgever nu voor staat, is het vinden van de juiste balans tussen verantwoording enerzijds en de bescherming van de individuele rechten van gebruikers anderzijds. De vraag is wellicht niet zozeer of, maar hoe deze regulering vorm te geven. De kern van deze debatten moet wat ons betreft liggen in het ontwikkelen van genuanceerde regelgeving die rekening houdt met verschillende perspectieven, fundamentele rechten waarborgt en een omgeving stimuleert waar vrije meningsuiting floreert zonder de privacy en persoonlijke veiligheid in gevaar te brengen. Gelijktijdig zouden lessen getrokken kunnen worden uit de praktijk, bijvoorbeeld door de vergelijking te maken tussen de uitgifte van telefoonnummers aan consumenten of de registratie van IP-adressen door telecomaanbieders, waar men doorgaans wel de koppeling tussen nummer of IP-adres met het desbetreffende individu kan leggen.

(1) Omtzigt (NSC) wil af van anonimiteit op het Internet: 'Grote platforms verplichten identiteit gebruikers vast te leggen' (dagelijksestandaard.nl);

(2) Pepijn van Houwelingen on X: "WOW! Ongelooflijk….. Dat is dus het EINDE van het vrije internet EN van het vrije debat……. Bescherm de vrijheid van meningsuiting. Stem Forum voor Democratie op 22 november! #StemFVD" / X (twitter.com).

(3) Ireland / High Court / [2021] IEHC 287 | European Union Agency for Fundamental Rights (europa.eu).

(4) Secondary school withdraws legal action over Instagram account – The Irish Times.

(5) No more anonymous accounts on social media | Forum voor het Europees burgerinitiatief (europa.eu).

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.