De inzet van scanauto’s om geparkeerde auto’s te controleren levert naar schatting 500.000 onterechte boetes op. Dat blijkt uit een nieuwe themastudie van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP).

Gemeenten laten jaarlijks naar schatting 250 tot 375 miljoen scans uitvoeren. Dat resulteert in 3 tot 5 miljoen parkeerboetes per jaar. Volgens berekeningen van de AP is meer dan 10 procent hiervan onterecht. De AP baseert zich daarbij op gegevens van gemeenten. Mensen die bezwaar maken tegen de boete, krijgen in 40 tot 62 procent van de gevallen gelijk.
De AP voerde de studie uit in de rol van coördinerend toezichthouder op AI en algoritmes. Het doel was inzicht te krijgen in de risico’s en effecten van AI en algoritmes.
Scanauto’s kunnen met geavanceerde camera’s kentekens van geparkeerde voertuigen scannen en met die beelden automatisch controleren of voor een parkeerplaats is betaald. Gemeenten gebruiken scanauto’s, omdat die sneller en efficiënter controleren dan handhavers op straat. Maar de AI en algoritmes in het controlesysteem leiden tot nieuwe problemen, zo toont de AP.
Een scanauto maakt alleen een momentopname en ziet de omstandigheden niet. Daardoor kan een scanauto bijvoorbeeld niet vaststellen dat iemand aan het laden en lossen is. In zo’n situatie kan een uitzondering gelden en mag iemand geen boete krijgen. Ook de gehandicaptenkaart, die niet standaard op kenteken is geregistreerd en achter de voorruit wordt geplaatst, ‘ziet’ de scanauto niet. Is er niet betaald, dan zijn de systemen onverbiddelijk en volgt automatisch een boete.
Mensen die de dupe zijn van onterechte boetes en daartegen bezwaar maken, krijgen vervolgens te maken met tijdrovende, vaak geautomatiseerde bezwaarprocedures en gebrekkige transparantie.
De AP constateert dat kwetsbare groepen relatief vaak de dupe zijn van tekortkomingen in het systeem. Dat geldt bijvoorbeeld voor mensen met een gehandicaptenparkeerkaart en voor mensen die digitaal minder vaardig zijn. Gemeenten nemen hun belangen onvoldoende mee in het ontwerp en de uitvoering van parkeerhandhaving. De digitalisering van het betaald parkeren vergroot de digitale kloof voor deze kwetsbare groepen in de samenleving.
Scanauto’s zorgen ervoor dat gemeenten sneller boetes kunnen opleggen. Maar mensen weten vaak in eerste instantie niet dat zij een boete hebben gekregen. De officiële beschikking volgt namelijk pas dagen later per post van de gemeente of het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), of digitaal via MijnOverheid.
Heeft diegene de digitale post gemist, dan volgt eerst via dezelfde weg een herinnering en pas daarna een herinneringsbrief per post. Mensen kunnen zo onbewust meerdere overtredingen begaan, waardoor parkeerboetes zich opstapelen.
Daar komt bij dat gemeenten korte betaaltermijnen hanteren. Ook schorten zij de betalingsverplichting tijdens een bezwaarprocedure niet altijd op. Dat kan mensen in financiële problemen brengen, zeker wanneer sprake is van herhaalde fouten.
De AP ziet vergelijkbare problemen in veel gemeenten. Tegelijkertijd blijft structurele verbetering uit, ondanks dat gemeenten voor hulp terecht kunnen bij de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en de AP.
Voordat een gemeente scanauto’s mag gebruiken, moet de gemeente bovendien onderzoeken welke privacyrisico’s er zijn en hoe deze risico’s kunnen worden beperkt (een DPIA). Niet elke gemeente heeft echter een DPIA uitgevoerd. Bovendien besteden gemeenten belangrijke onderdelen van het handhavingsproces uit aan marktpartijen. Daarbij is controle op het proces en scanbedrijven vaak onvoldoende geregeld.
De AP dringt er bij gemeenten op aan om meer regie te nemen op de inzet van scanauto’s en de bestaande kaders beter toe te passen, zoals de regels uit de AVG. Ook uit de AI-verordening zijn lessen te trekken voor een zorgvuldiger proces. Daarbij moeten gemeenten structureel zorgen voor fundamentele waarden, zoals zorgvuldigheid, transparantie en rechtsbescherming.
De AP adviseert gemeenten onder meer om:
