De Netflix-serie Zero Day laat goed zien wat er kan gebeuren bij een grote cyberaanval, ook in het betalingsverkeer. In deze nieuwe betaalblog vertelt Inge van Dijk, bij De Nederlandsche Bank (DNB) verantwoordelijk voor het betalingsverkeer, wat DNB allemaal doet om zich tegen zulke dreigingen te wapenen.
De start van een nieuw jaar kenmerkt zich traditioneel door nieuwe plannen, waar iedereen zich met goede moed en frisse energie op stort. De meeste organisaties hebben iets dergelijks. Ook bij DNB, maar daarover straks meer.
De start van 2025 wordt door onze minister van Financiën gemarkeerd met een sprekende infographic die duidelijk maakt waar hij vindt dat de financiële instellingen zich de komende tijd op moeten richten, namelijk: toegankelijk betalingsverkeer, betere beschikbaarheid en acceptatie van contant geld, verdieping van de Europese kapitaalmarktunie en versterking van onze cyberweerbaarheid.
Herkenbare thema’s waar op onderdelen al hard op gelopen wordt, en waar nog veel werk aan de winkel is. Eén opvallende afwezige op het prioriteitenlijstje is de digitale euro. Betekent dat dat er geen aandacht voor is in Den Haag? Die interpretatie is te kort door de bocht. Maar om de vraag te beantwoorden: de focus ligt terecht op een aantal nationale dossiers die om meer actie vragen, en waar op doorgepakt wordt, getuige ook de cashwet die zojuist ter behandeling naar de Tweede Kamer is gestuurd. Ten aanzien van de digitale euro leven er begrijpelijkerwijs nog vragen, zowel in Nederland als in Europa. En politiek draagvlak is essentieel voor het welslagen van dit project. Onder Belgisch voorzitterschap zijn in de Europese raad meters gemaakt. Verwacht wordt dat de laatste klap gegeven wordt onder Deens voorzitterschap eind 2025. Dat is belangrijk, want onder invloed van het gure politieke klimaat is de noodzaak van strategische autonomie voor iedereen inmiddels overduidelijk: we hebben behoefte aan sterke private én publieke betaalinstrumenten die Europees geworteld en onderling interoperabel zijn. Dat laatste is essentieel voor efficiency in de keten en drukt de kosten voor bijvoorbeeld retailers.
Ook in onze plannen zijn onafhankelijkheid en zelfredzaamheid de kernthema’s voor dit jaar. Dat sluit naadloos aan op onze Visie op Betalen 2022-2025, die focust op drie speerpunten: het verzekeren van toegang tot het betalingsverkeer, verankeren van robuustheid en veiligheid van het betalingsverkeer en het versterken van de betaalmarkt in Europa en daarbuiten. Het zal niet verbazen dat de resilience, onze weerbaarheid van de betaalketen, dit jaar met stip bovenaan onze prioriteitenlijst is gekomen.
Robuustheid en veiligheid zijn basisvereisten voor een goed werkend betalingsverkeer. Dit zijn zaken die traditioneel goed op orde zijn, getuige de rapportcijfers over 2024: goede beschikbaarheid van de bancaire betaalsystemen en van de contant geld dienstverlening (boven de wettelijke norm). En ook de cyberweerbaarheid van de financiële sector is goed op orde. Onze sector is op dat punt een schoolvoorbeeld binnen en buiten Nederland. Dat alles is niet zo maar tot stand gekomen, maar het resultaat van jarenlang schaven, schuren en investeren door alle spelers in de keten. Daar mogen we trots op zijn, maar het biedt geen garanties. Ondanks alle business-continuïteitmaatregelen – van noodaggregaten voor als de stroom uitvalt tot dubbel ingerichte betaalsystemen – kunnen we in Nederland ook meer dan tot nog toe te maken krijgen met uitval van dienstverlening.
Al langer wordt in allerlei scenario’s gedacht hoe we onze infrastructuur weerbaarder kunnen krijgen. Eind vorig jaar kwam dit in een stroomversnelling door de nieuwe geopolitieke werkelijkheid. In december gaf defensieminister Brekelmans in WNL Op Zondag toelichting op een brief die hij aan de Tweede Kamer had gestuurd naar aanleiding van Kamervragen, en dat leidde tot krantenkoppen met een oproep om contant geld in huis te hebben als voorbereiding op crisis- of zelfs oorlogsscenario’s.
De snelheid waarmee mensen hier gehoor aan gaven was opvallend en leerzaam, want we hebben de grenzen van onze cash-infrastructuur verkend. Gelukkig hebben geldleveranciers Geldmaat en Brinks dat vlak voor de Kerst goed weten op te vangen. Geen sinecure. Alle lof voor de manier waarop deze twee bedrijven samen de beschikbaarheid van contant geld in ons land op peil wisten te houden.
Voorbereid zijn op mogelijke scenario's is essentieel, en dan met name om storingen van buitenaf. Als je niet begrijpt waar ik op doel, kijk dan eens naar de serie Zero Day op Netflix. Hierin worden de Verenigde Staten geconfronteerd met een hack- en softwarevirus dat het land gedurende één minuut platlegt. Dit leidt tot dodelijke ongelukken, gevolgd door paniek. Geldautomaten en banken worden uit voorzorg gesloten; de bevolking is boos, wil haar geld om te kunnen voorzien in de primaire levensbehoeften en dat te midden van desinformatie. Aan Robert de Niro de schone taak om dat op te lossen.
Zo simpel als de serie Zero Day is onze wereld niet. Maar er zitten herkenbare elementen in, uiteraard enigszins uitvergroot en versimpeld, zoals dat gaat in films en series.
In Nederland hebben we goed zicht op de betaalketen en die monitoren we extra in deze tijden. Zien we kwetsbaarheden, dan overleggen we met de betrokken marktpartijen, hoe we die kunnen tegengaan. Verder komt het zoals altijd neer op handelend vermogen en heldere communicatie in geval van een storing of aanval. Een geoefende crisisstructuur is essentieel. DNB, AFM en het ministerie van Financiën zijn samen in de lead in de financiële sector met één doel: financiële stabiliteit bewaken en betalingsverkeer draaiende houden. Om zo paniek voor te zijn.
Het vertrouwen in onze betaalketen en in onze sector is sterk, maar niet vanzelfsprekend. Dat moeten we in deze tijd extra zekerstellen. Daar staan we voor, samen met alle partijen in Nederland en in Europa. Zodat we kunnen blijven betalen, linksom of rechtsom, minimaal voor de primaire levensbehoeften.
Een Zero Day kan iedereen overkomen, de vraag is hoe je er mee omgaat. En dat begint zoals altijd met een plan en goede voorbereiding.