Menu

Filter op
content
Data&Privacyweb
0

Een parlementaire enquêtecommissie moet in principe de algemene verordening gegevensbescherming naleven

Hof van Justitie van de Europese Unie 16 januari 2024

Samenvatting

Samenvatting

Een enquêtecommissie die door het parlement van een lidstaat is ingesteld om zijn recht van toezicht op de uitvoerende macht uit te oefenen, moet in principe de algemene verordening gegevensbescherming (AVG)1 naleven. Als er in die lidstaat slechts één toezichthoudende autoriteit is, dan is die autoriteit in principe ook bevoegd om toezicht te houden op de naleving van de AVG door de enquêtecommissie. Verricht de enquêtecommissie daarentegen daadwerkelijk activiteiten die als zodanig bedoeld zijn om de nationale veiligheid te beschermen, dan valt zij niet onder de AVG en staat zij dus ook niet onder het toezicht van de toezichthoudende autoriteit.

De Nationalrat – het lagerhuis van het Oostenrijkse parlement – heeft een enquêtecommissie ingesteld om na te gaan of er sprake was van mogelijke politieke beïnvloeding van het federaal bureau voor de bescherming van de grondwet en de bestrijding van terrorisme2.

Deze enquêtecommissie heeft een getuige gehoord tijdens een door de media uitgezonden hoorzitting. Het verslag van die hoorzitting is gepubliceerd op de website van het Oostenrijkse parlement. Hoewel de getuige om anonimiteit had verzocht, werd in het verslag zijn volledige naam vermeld.

De getuige was van mening dat de vermelding van zijn naam in strijd is met de AVG en diende een klacht in bij de Oostenrijkse gegevensbeschermingsautoriteit. Hij wees erop dat hij als undercoveragent werkte bij de politieeenheid voor de bestrijding van criminaliteit op straat. De gegevensbeschermingsautoriteit heeft de klacht afgewezen omdat zij onderdeel is van de uitvoerende macht en volgens het beginsel van de scheiding der machten geen toezicht kan houden op de naleving van de AVG door de enquêtecommissie, die onderdeel is van de wetgevende macht. De getuige heeft zich daarop tot de Oostenrijkse rechter gewend.

De Oostenrijkse hoogste bestuursrechter heeft het Hof van Justitie de vraag voorgelegd of de enquêtecommissie, die onderdeel is van de wetgevende macht en een onderzoek uitvoert naar activiteiten die betrekking hebben op de nationale veiligheid, onderworpen is aan de AVG en onder het toezicht van de gegevensbeschermingsautoriteit staat.

Het Hof oordeelt dat ook een enquêtecommissie die door het parlement van een lidstaat is ingesteld om zijn recht van toezicht op de uitvoerende macht uit te oefenen, in principe de AVG moet naleven.

De AVG is dan wel niet van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door overheidsinstanties wanneer het gaat om activiteiten waarmee de nationale veiligheid wordt beschermd, maar het onderzoek in kwestie lijkt als zodanig niet gericht te zijn op de bescherming van de nationale veiligheid. De Oostenrijkse hoogste Directie Communicatie Afdeling Pers en Voorlichting curia.europa.eu Volg ons! bestuursrechter moet nagaan of dat inderdaad zo is. De enquêtecommissie moest namelijk onderzoek doen naar mogelijke politieke beïnvloeding van een instantie die onderdeel is van de uitvoerende macht en die tot taak had de grondwet te beschermen en terrorisme te bestrijden.

De verplichtingen en rechten die voortvloeien uit de AVG kunnen echter worden beperkt op grond van de nationale veiligheid, maar daar zijn wetgevende maatregelen voor vereist. Uit het dossier blijkt echter niet dat de enquêtecommissie in kwestie het voor de bescherming van de nationale veiligheid noodzakelijk achtte om de naam van de getuige te vermelden en ook niet dat dit was gebaseerd op een wetgevende maatregel. De Oostenrijkse hoogste bestuursrechter moet nagaan of dit klopt.

Aangezien Oostenrijk ervoor heeft gekozen om slechts één toezichthoudende autoriteit in te stellen in de zin van de AVG, namelijk de gegevensbeschermingsautoriteit, is deze autoriteit in principe ook bevoegd om toezicht te houden op de naleving van de AVG door een enquêtecommissie zoals die in kwestie, ook al is er het beginsel van de scheiding der machten. Dit vloeit voort uit de rechtstreekse werking van de AVG en de voorrang van het Unierecht en geldt ook ten aanzien van het nationale constitutionele recht.

Artikel delen