Internet biedt een schat aan informatie, maar sta je eenmaal online op een manier die je niet zint, zie het er dan maar eens af te krijgen. Voor die situaties is het Right To Be Forgotten (RTBF) in het leven geroepen. Kort gezegd, houdt dit in dat je het recht hebt om niet eeuwig achtervolgd te worden met informatie over jou. Met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), die vanaf 25 mei 2018 rechtstreeks van toepassing is, heeft het RTBF een expliciete wettelijke basis gekregen. Maar ook nu al kan het recht worden uitgeoefend. Met welke spelregels moet je rekening houden?

RTBF OP DE KAART GEZET
Het RTBF is in Europa voor het eerst bekend geworden door de Google Spain uitspraak van het Europese Hof van Justitie uit 2014 (C-131/12). Deze zaak ging over een Spanjaard die meer dan 10 jaar na dato nog steeds werd geconfronteerd met achterhaalde publicaties over door hem gemaakte sociale verzekeringsschulden.
In de uitspraak benoemt het Europese Hof voor het eerst expliciet dat mensen op grond van de Europese privacyregels (Richtlijn 95/46/EG), een RTBF hebben. Het ging daarbij niet om de vraag of de publicaties zelf rechtmatig waren. Ter discussie stond of het rechtmatig was dat wanneer je in de zoekmachine van Google zocht op de naam van deze Spanjaard, de resultatenlijst verwijzingen naar deze publicaties bevatte. Om dat te beoordelen, moest het Hof een belangenafweging maken tussen enerzijds het privacyrecht van de Spanjaard, en anderzijds het recht op informatievrijheid en -vergaring van Google en internetgebruikers. Het Hof oordeelde voor internetzoekmachines dat iemands privacyrecht in de regel zwaarder weegt, hoewel dit onder omstandigheden ook anders kan zijn.
HOE KAN IEMAND ZIJN RTBF UITOEFENEN?
Naar aanleiding van de Google Spain uitspraak moesten internetzoekmachines de mogelijkheid bieden om verwijderverzoeken in te dienen. Google, Yahoo! en Bing - hier de drie grootste internetzoekmachines - faciliteren het RTBF via "verwijderformulieren" (zie de links). Dat zijn webpagina's - die overigens goed verstopt zijn binnen de websites van deze zoekmachines - waarop standaardvelden kunnen worden ingevuld voor het doen van een verwijderverzoek. Ingevuld moet worden om welke URL (het webadres van de webpagina) het gaat en waarom deze uit de zoekresultatenlijst verwijderd moet worden.
WANNEER HEEFT EEN BEROEP OP RTBF KANS VAN SLAGEN?
Een verwijderverzoek bij een zoekmachine moet worden toegewezen als het privacybelang van de persoon die het betreft zwaarder weegt dan het economisch belang van de zoekmachine en het belang van gebruikers van de zoekmachine bij toegang tot de informatie. Uit de rechtspraak volgt dat aan het privacybelang over het algemeen zwaarder gewicht wordt toegekend, en op die grond een verwijderverzoek moet worden geaccepteerd. Dat klinkt rigoureus, maar valt in de praktijk nogal mee. Dit omdat de belangenafweging ook anders kan uitpakken afhankelijk van de soort informatie en het betreffende privacybelang en het belang van het publiek.
Dit zegt alleen nog steeds weinig in algemene zin over de slagingskans voor het uitoefenen van het RTBF. Ter verduidelijking hebben de Europese toezichthouders op privacygebied richtlijnen gepubliceerd (WP225), waarin criteria zijn benoemd die relevant kunnen zijn bij het beoordelen van een verwijderverzoek. Zo moet een verzoek eerder worden toegewezen als het een minderjarige betreft, als de gegevens onjuist, irrelevant, excessief en/of achterhaald zijn gezien hun context, en als duidelijk is dat de persoon over wie het gaat hierdoor nadeel ondervindt. Een verzoek zal daarentegen eerder worden afgewezen als het een publiek persoon betreft (zoals een topbestuurder), de informatie up-to-date en correct is, en voor journalistieke doeleinden is gepubliceerd.
WAT ALS EEN VERZOEK WORDT AFGEWEZEN?
Als een verwijderverzoek wordt afgewezen door een zoekmachine, houdt dat niet per sé in dat het einde oefening is. De rechter zou uitkomst kunnen bieden. Daaraan zijn natuurlijk wel de nodige kosten verbonden en het kan tijdrovend zijn. Ook kan dit soms juist de aandacht van de media trekken, terwijl dat nu net niet de bedoeling is. Een andere optie is om de Autoriteit Persoonsgegevens te vragen of zij wil bemiddelen. In lijn met de richtsnoeren van de Europese toezichthouders, heeft deze autoriteit in haar bemiddelingsoverzichten situaties geschetst waarin zij al dan niet overgaat tot bemiddeling.
In praktijk komt het erop neer dat zij in ongeveer één op de drie gevallen bemiddelt. Op 11 mei 2017 had de autoriteit 155 bemiddelingsverzoeken ontvangen, waarvan zij in 50 gevallen daadwerkelijk had bemiddeld, als gevolg waarvan in 37 gevallen de zoekresultaten alsnog waren verwijderd. Als iemand niet naar de autoriteit wil, als de autoriteit niet wil bemiddelen of als de bemiddeling niet is geslaagd, kan er (alsnog) een beroep op de rechter worden gedaan. Dat kan succesvol zijn, aangezien uit de rechtspraak hierover volgt dat de rechter er niet altijd hetzelfde over denkt als de autoriteit.
GELDT HET RTBF ALLEEN TEGEN ZOEKMACHINES?
Gegevens over iemand moeten worden gerectificeerd, gewist of afgeschermd, wanneer het gebruik hiervan niet in overeenstemming is met de privacyregels. In de Google Spain uitspraak, is op dit algemene privacyrecht het RTBF gebaseerd. Omdat Google Spain specifiek over internetzoekmachines gaat, kan deze zaak niet één-op-één worden toegepast op andere situaties. Denk bijvoorbeeld aan het geval dat iemand zijn RTBF wil uitoefenen in relatie tot een website waarop de content is gepubliceerd, in plaats van een zoekmachine.
De functie van zo een website zal niet gelijk zijn aan de functie die zoekmachines in onze samenleving vervullen. Ook de impact op iemands privacy is anders wanneer het gaat om een specifieke website in plaats van verwijzingen daarnaar in een zoekmachine. Hoewel iemand ook in die gevallen een RTBF heeft, is daarom een andere belangenafweging vereist. Per 25 mei 2018 wordt het duidelijker op wat voor manier het RTBF in zulke andere situaties moet worden toegepast. Dan is de Algemene Privacy Verordening direct van toepassing, waarin ook expliciet het RTBF is opgenomen. Voor organisaties is het daarom raadzaam zich bijtijds te oriënteren op hoe zij willen inspelen op het RTBF onder de Algemene Verordening Gegevensbescherming.
