Met het coalitieakkoord getiteld 'Aan de slag' kiezen D66, VVD en CDA nadrukkelijk voor een versnelde digitale koers. De overheid moet efficiënter, veiliger en technologisch zelfstandiger worden. Kunstmatige intelligentie krijgt een prominente plek, datadeling voor veiligheid wordt verruimd en privacyregels moeten eenvoudiger toepasbaar worden. Maar omdat het kabinet geen meerderheid heeft, is de uitkomst van deze plannen allerminst zeker. Voor wetgeving zal het steun moeten zoeken bij de oppositie – met name bij GroenLinks-PvdA en mogelijk ook bij JA21.

Een van de meest concrete voorstellen is de oprichting van een Nederlandse Digitale Dienst, een compacte organisatie met doorzettingsmacht die rijksbreed digitalisering moet ondersteunen en kwaliteitsstandaarden vaststelt. De rijksoverheid wil de ICT-structuur uniformeren, van inkoop tot systemen, en minder afhankelijk worden van externe IT-leveranciers.
Ook moet de overheid een “flinke inhaalslag” maken in digitale dienstverlening voor burgers en bedrijven. De ambitie is dat alle overheidsdiensten online toegankelijk worden en dat digitale interactie de standaard wordt.
Daarbij wordt expliciet ingezet op de verantwoorde inzet van data en AI binnen de overheid. Ambtenaren moeten beter worden toegerust om met technologie en AI te werken.
Op privacygebied kiest het kabinet voor vereenvoudiging. In Europees verband wil het werken aan herziening en vereenvoudiging van de AVG en ook nationaal moet de toepassing praktischer en uitvoerbaarder worden.
Daarnaast wil het kabinet de Wet open overheid beter toepasbaar maken. De informatiehuishouding moet structureel worden verbeterd, waarbij ook kunstmatige intelligentie wordt ingezet om documentstromen beter te beheren.
De inzet is daarmee tweezijdig: meer transparantie, maar ook minder bestuurlijke complexiteit.
Op veiligheidsgebied kiest het kabinet voor intensivering. De wettelijke grondslag voor het delen van data met private partijen moet worden versterkt om cyberdreigingen eerder te signaleren, met waarborgen dat deze data niet bij buitenlandse mogendheden terechtkomt.
Daarnaast komt er een nieuwe, versterkte Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, die techniekneutraal en dreigingsgericht moet worden ingericht. Het toezicht wordt samengevoegd en gemoderniseerd.
Het kabinet positioneert cyberveiligheid nadrukkelijk als onderdeel van nationale veiligheid. Strategische afhankelijkheden in cloud en data moeten worden afgebouwd en Nederland moet minder afhankelijk worden van buitenlandse technologiebedrijven.
Digitalisering wordt niet alleen als bestuurlijk instrument gezien, maar ook als economische groeimotor. Het kabinet wil belemmeringen voor AI-infrastructuur wegnemen en voortbouwen op het Nationaal AI-Deltaplan. Binnen het industriebeleid wordt digitalisering en AI expliciet als strategisch domein aangewezen.
Het doel is duidelijk: technologische innovatie moet bijdragen aan productiviteit, concurrentiekracht en strategische autonomie in een geopolitiek instabiele wereld.
Omdat GroenLinks-PvdA de grootste oppositiepartij is, ligt het voor de hand dat het minderheidskabinet met deze partij zal moeten onderhandelen. Hun verkiezingsprogramma laat zien dat er op sommige punten overlap is, maar op andere duidelijke spanning.
GroenLinks-PvdA zet volgens haar verkiezingsprogramma sterk in op digitale autonomie, met dataopslag onder Europees recht, investeringen in een Rijkscloud en zelfs een Europese AI-fabriek. Daar sluit het coalitieakkoord deels bij aan.
Maar op privacy en burgerrechten kiest GroenLinks-PvdA een scherpere koers dan de coalitie. De partij wil een verbod op handel in persoonsgegevens en profielen, dat bedrijven zo min mogelijk data registreren, het digitaal briefgeheim wettelijk verankeren en het recht op end-to-end encryptie beschermen. Voorstellen voor chatcontrole wil de partij nadrukkelijk bestrijden. Waar het kabinet ruimte zoekt voor vereenvoudiging van privacyregels en versterkte datadeling voor veiligheid, zal GroenLinks-PvdA waarschijnlijk extra waarborgen en beperkingen eisen.
JA21 kiest een andere invalshoek. De partij ziet digitalisering primair als productiviteitsmotor en wil versnelling van AI-ontwikkeling. Tegelijkertijd legt JA21 sterk de nadruk op nationale soevereiniteit in data en cloudinfrastructuur. Cyberveiligheid wordt expliciet als nationale veiligheid gepresenteerd, en data moet onder Nederlandse wetgeving blijven, zonder toegang voor Amerikaanse of Chinese partijen.
Daarmee kan het kabinet bij JA21 relatief makkelijk steun vinden voor plannen rond digitale autonomie en veiligheidsversterking, maar mogelijk minder voor Europese integratie-oplossingen of uitgebreide toezichtconstructies.
Het digitale programma van het kabinet is ambitieus en breed: van hervorming van de overheid en vereenvoudiging van privacyregels tot versterking van cyberveiligheid en strategische AI-investeringen. Maar in een minderheidsconstructie is niets vanzelfsprekend.
Waar het kabinet ruimte zoekt voor vereenvoudiging van regelgeving en verruiming van datadeling, zullen oppositiepartijen waarschijnlijk aanvullende waarborgen eisen. Tegelijk kan op thema’s als digitale autonomie en AI-investeringen juist brede steun ontstaan.
De digitale koers ligt daarmee op papier vast, maar zal in het parlementaire proces onvermijdelijk worden aangescherpt, aangepast of bijgestuurd.
Dit artikel is deels door stand gekomen met behulp van AI op basis van de volgende bronnen:
