De inzet van kunstmatige intelligentie binnen de overheid groeit snel, maar de stap van experiment naar structurele toepassing blijft groot. Dat blijkt uit de AI-Radar 2026 van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Het rapport schetst een overheid die volop verkent, maar tegelijkertijd worstelt met governance, regelgeving en maatschappelijke legitimiteit.
1. AI als systeemtechnologie met maatschappelijke impact
AI ontwikkelt zich volgens JenV tot een fundamentele systeemtechnologie die zowel kansen als risico’s met zich meebrengt. Denk aan efficiëntere dienstverlening, maar ook aan misbruik zoals deepfakes en geautomatiseerde cyberaanvallen.
2. Regelgeving neemt snel toe – implementatie is de uitdaging
Met de komst van de AI-verordening en andere digitale wetgeving ontstaat een complex regelgevend landschap. Organisaties moeten niet alleen nieuwe regels implementeren, maar ook bestaande kaders zoals de AVG blijven toepassen en actualiseren.
3. Veel experimenten, weinig opschaling
Hoewel twee derde van de organisaties experimenteert met AI (vooral teksttechnologie), zijn er nog weinig toepassingen operationeel. De grootste barrières liggen in:
4. AI-geletterdheid en governance als randvoorwaarde
Succesvolle AI-adoptie vraagt volgens het rapport om investeringen in:
5. Spanningsveld: innovatie vs. grondrechten
Inwoners steunen AI-toepassing in administratieve processen, maar worden kritischer wanneer AI directe impact heeft op hun rechten. Dit onderstreept het belang van:
6. Strategische autonomie en afhankelijkheid van Big Tech
Europa en Nederland zijn sterk afhankelijk van niet-Europese AI-aanbieders. Daarom zet de overheid in op:
