De Europese Commissie werkt aan een streng nieuw wetsvoorstel om de invloed van Chinese technologiebedrijven, zoals Huawei en ZTE, in Europa drastisch in te perken. Hoewel de maatregel bedoeld is om de nationale veiligheid te beschermen, stuit het plan op fel verzet van de EU-lidstaten. Zij vrezen volgens Politico dat Brussel hiermee hun nationale soevereiniteit ondermijnt.

Al jaren probeert Brussel de lidstaten te overtuigen om "hoogrisico-leveranciers" uit hun kritieke infrastructuur te weren. Tot nu toe gebeurde dit vooral via zachte drang, zoals de zogenaamde ‘5G-toolbox’. De resultaten zijn echter mager: veel landen, waaronder Duitsland, hebben de Chinese apparatuur in hun netwerken nog steeds niet volledig vervangen.
De maat is nu vol voor de Europese Commissie. In een nieuw concept-wetsvoorstel, dat deel uitmaakt van de herziening van de Cybersecurity Act, wil Brussel meer directe macht naar zich toe trekken. In plaats van vrijblijvende adviezen zou de Commissie de bevoegdheid krijgen om lidstaten te dwingen Chinese tech-leveranciers te verbannen als zij een veiligheidsrisico vormen.
Niet alleen de telecomsector ligt onder het vergrootglas. De reikwijdte van de plannen zou kunnen worden uitgebreid naar andere vitale sectoren, zoals de gezondheidszorg, de energievoorziening en de transportsector. De kern van de boodschap vanuit Brussel is duidelijk: "technologische soevereiniteit" is noodzakelijk om te voorkomen dat Beijing met één druk op de knop de Europese economie kan ontregelen.
Ondanks de gedeelde zorgen over China, heerst er in hoofdsteden als Berlijn, Parijs en Madrid grote scepsis. De lidstaten zien de nationale veiligheid als een exclusief nationaal domein. Zij beschouwen het Brusselse initiatief dan ook als een "machtsgreep".
Lidstaten vrezen dat:
De spanningen zijn zo hoog opgelopen dat de presentatie van het wetsvoorstel al meermaals is uitgesteld. Waar het aanvankelijk deze week werd verwacht, is de publicatie nu verschoven naar eind januari om meer tijd te geven voor intern overleg en het sussen van de gemoederen in de lidstaten.
Ook de Verenigde Staten kijken nauwlettend mee. Washington voert al langer een harde lijn tegen Chinese tech en hoopt dat Europa dit voorbeeld volgt. Brussel bevindt zich echter in een lastige spagaat: het wil de banden met de VS aanhalen en de veiligheid garanderen, maar tegelijkertijd een eigen koers varen die de eenheid tussen de lidstaten niet kapotmaakt.
De strijd om de Chinese technologie is uitgegroeid tot een fundamenteel debat over wie de macht heeft in Europa. Is het de Europese Commissie die de collectieve veiligheid bewaakt, of blijven de nationale regeringen de baas over hun eigen achtertuin? De uitkomst van dit wetgevingsproces zal bepalend zijn voor de geopolitieke positie van Europa in de komende jaren.
