Menu

Filter op
content
PONT Data&Privacy

0

Gedigitaliseerde criminaliteit leidt nauwelijks tot vervolging daders

Slachtoffers van digitale criminaliteit die zich bij de politie melden, merken dat agenten amper in staat zijn om hun zaak op te lossen. In slechts 10 procent van de gevallen waar aangifte is gedaan, verschijnt er een verdachte in beeld. Het lage ophelderingspercentage in combinatie met de beperkte in- en doorstroom van online criminaliteit, zorgt ervoor dat er weinig zaken in de strafrechtketen terecht komen. Dat blijkt uit onderzoek van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC).

vpngids 11 maart 2024

Nieuws-persbericht

Nieuws-persbericht

Meer online criminaliteit, maar minder aangiftes

Voor deze studie namen de onderzoekers een willekeurige steekproef van 300.000 registraties uit de Basis Voorziening Handhaving van de Nationale Politie. Van de onderzochte registraties was 1 procent cybercrime en 4 procent gedigitaliseerde criminaliteit.

Tussen beide vormen van criminaliteit zit een klein, doch wezenlijk verschil. Bij cybercrime is informatie- en communicatietechnologie zowel het middel als het doelwit. Dan moet je denken aan het installeren van ransomware, het uitvoeren van een DDoS-aanval of het hacken van een bedrijfsnetwerk. Bij gedigitaliseerde criminaliteit gebruiken boeven een computer of smartphone om misdrijven te plegen, zoals bij helpdeskfraude, WhatsApp-fraude en cyberstalking. Apparaten zijn hierbij enkel een middel om slachtoffers te maken.

Onderzoekers constateren dat de snelle digitalisering van de maatschappij gepaard gaat met een stijging van online criminaliteit. Het aantal slachtoffers stijgt hard, maar het aantal politieregistraties blijft ver achter. Ongeveer één op de acht slachtoffers (13 procent) meldt online criminaliteit bij de politie, 8 procent geeft aan ook daadwerkelijk aangifte te hebben gedaan.

De bereidheid van slachtoffers om aangifte te doen bij de politie verschilt voor verschillende vormen van online criminaliteit, zo schrijven de onderzoekers. Bij cybercrime delicten ligt de aangiftebereidheid lager dan bij gedigitaliseerde criminaliteit.

Er zijn verschillende redenen waarom slachtoffers van online criminaliteit geen aangifte doen. Om te beginnen hebben gedupeerden vaak geen benul van de ernst en impact van online delicten en zijn daardoor minder snel geneigd om aangifte te doen. Als er weinig financiële schade is, vindt men het te veel moeite om aangifte te doen. Tot slot spelen een gebrek aan vertrouwen om de zaak tot een goed einde te brengen en schaamte een rol om aangifte achterwege te laten.

Het gevolg van de lage aangiftebereidheid is dat veel gevallen van online criminaliteit niet de strafrechtketen instromen, wat op zijn beurt niet leidt tot opsporing, vervolging en berechting van daders. Experts vinden dat de kwaliteit van de intake van online criminaliteit te wensen over laat, omdat kennis en expertise van intakemedewerkers van de politie tekortschiet.

“Dit zou ertoe leiden dat bij online criminaliteit er niet altijd een aangifte wordt opgenomen en soms alleen een melding wordt geregistreerd, waarmee de grootste bron van instroom (aangiften door burgers en bedrijven) stokt”, aldus de onderzoekers. Zelfs als er wel aangifte wordt gedaan, dan wordt er in 90 procent van de gevallen geen verdachte geïdentificeerd.

Zo denken experts knelpunten weg te nemen

De experts die de onderzoekers hebben gesproken, zien kansen om de aangiftebereidheid te vergroten en de kwaliteit van de intakegesprekken en de opsporing te verbeteren. Allereerst kan een gebruiksvriendelijk online aangiftesysteem de stap om aangifte te doen gemakkelijker maken voor slachtoffers. Als de politie bovendien informatie verstrekt over oplossingspercentages, aantal afgeronde zaken of de status van een zaak, zijn slachtoffers wellicht eerder geneigd om aangifte te doen.

Om de kwaliteit van de aangifte te verbeteren, moeten er op maat gemaakte trainingen aangeboden worden aan intake- en servicemedewerkers. “Via trainingen kunnen (soms onterechte) vooroordelen over de complexiteit van online criminaliteit bij rechercheurs worden verminderd en kan meer bewustwording worden bereikt van de mogelijke ernst van deze vormen van criminaliteit”, zo schrijven de onderzoekers.

Tot slot pleiten de auteurs van het onderzoeksrapport ervoor om meer aan (inter)nationale samenwerking te doen. Zo wordt de kennis over online criminaliteit, forensische methodes en opsporingstechnieken beter gedeeld. Dat zorgt er op zijn beurt voor dat de politie meer verdachten van gedigitaliseerde criminaliteit opspoort en berecht.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.