Digitalisering en datagedreven technologieën hebben de opsporing ingrijpend veranderd. Politie en andere handhavende autoriteiten maken steeds vaker gebruik van grootschalige gegevensverwerking, algoritmen, cameratoezicht en gegevensuitwisseling. Dit roept fundamentele vragen op over privacy, proportionaliteit, transparantie en democratische controle.
Het dossier Privacy in de opsporing brengt het juridische, beleidsmatige en maatschappelijke kader samen rond de verwerking van persoonsgegevens in de strafrechtelijke handhaving. Centraal staan de Europese Richtlijn (EU) 2016/680 (de zogenoemde Law Enforcement Directive) en de nationale implementatie daarvan, met name in de Wet politiegegevens (Wpg) en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg), inclusief de bijbehorende uitvoeringsregelgeving.
Dit dossier ziet op gegevensverwerking door onder meer:
de politie,
bijzondere opsporingsdiensten (BOD’en),
buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s),
en andere bevoegde autoriteiten die persoonsgegevens verwerken voor de voorkoming, opsporing, onderzoek en vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen.
De regels voor deze verwerkingen wijken bewust af van de AVG. Ze bieden opsporingsinstanties ruimte om hun taken uit te voeren, maar stellen tegelijk strikte eisen aan noodzakelijkheid, doelbinding, proportionaliteit en dataminimalisatie. De verwerking van bijzondere persoonsgegevens is slechts in uitzonderlijke gevallen toegestaan en moet extra zorgvuldig worden gemotiveerd.
De Autoriteit Persoonsgegevens houdt toezicht op de naleving van het privacyrecht in de opsporing. Organisaties zijn verplicht een functionaris voor gegevensbescherming aan te stellen en intern verantwoording af te leggen over hun gegevensverwerkingen. Tegelijk staat de effectiviteit van toezicht, rechtsbescherming voor burgers en de transparantie van opsporingspraktijken regelmatig ter discussie.
Privacy in de opsporing raakt steeds vaker aan andere domeinen die op PONT | Data & Privacy centraal staan, zoals:
het gebruik van AI en algoritmische systemen in opsporing en handhaving,
grootschalige gegevenskoppeling en -deling,
digitale surveillance en cameratoezicht,
cybersecurity en datalekken,
en de spanning tussen veiligheid, innovatie en fundamentele rechten.
Dit dossier biedt overzicht en verdieping voor professionals die willen begrijpen hoe het privacyrecht in de opsporing werkt, waar de grenzen liggen en welke maatschappelijke en ethische vragen daarbij spelen. Het is bedoeld als kennisbasis én als platform voor kritische reflectie op de rol van data en technologie binnen de strafrechtelijke handhaving.
Evaluatie Wet Computercriminaliteit III: Een empirisch onderzoek naar de toepassing in de praktijk
PublicatieKamerbrief over uitvoering moties en toezeggingen lekken gegevens NCTV en politie
BeleidNCTV-lek blijft doorwerken: minister kan schade niet volledig vaststellen
Nieuws/persberichtPrivacy als blinde vlek: waarom een register tegen huiselijk geweld niet zonder risico’s is
InterviewPrivacy als blinde vlek: waarom een register tegen huiselijk geweld niet zonder risico’s is
InterviewVerzoek om inzage, correctie of verwijdering
Jurisprudentie-samenvattingStappenplan Wpg-audit
PublicatieEvaluatie Wet Computercriminaliteit III: Een empirisch onderzoek naar de toepassing in de praktijk
PublicatieWanneer moet ik als organisatie persoonsgegevens aan de politie verstrekken?
Vraag & AntwoordPolitie en OM staan onvoldoende stil bij gevolgen opnemen persoonsgegevens van getuige in strafdossier
RapportenAntwoorden Kamervragen over de oproep van agenten om het dreigend vragen naar privégegevens strafbaar te stellen
Kamerstuk: kamervraagGegevensverwerking door boa's: nieuwe regels vanaf mei 2018
Nieuws